Hier zijn allerlei dingen terug te vinden die met katten te maken hebben en die best belangrijk kunnen zijn. We hebben verschillende categorieën gemaakt zodat het een en ander makkelijker op te zoeken is. Deze pagina zal nooit “af” zijn omdat er steeds weer nieuwe dingen gebeuren of er nieuwe informatie beschikbaar is.

Informatie

Hoe het allemaal begon

In oktober 1990 hebben wij onze eerste Maine Coon in huis mogen begroeten, we kregen een prachtige rode kater met de naam Heatcliff. We hebben 12 jaar van hem mogen genieten…  Vanwege een jong druk gezin en werk hebben we een tijd lang geen kat gehad. Al die tijd was het een groot gemis… Onze dochter Vivianne was de eerste die weer heel graag een kat wilde en heeft toen zelf voor het siberische ras gekozen. Marvin wilde ook heel erg graag een kat maar hij wilde graag een Maine Coon en net als zijn zus mocht hij er 1. Door de katten in huis is het balletje langzaam aan weer gaan rollen. Marvin is 2x met Amadoro naar een kattenshow geweest en daar is het bij gebleven. Amadoro bleek namelijk geen showkat te zijn…

In september 2010 zijn we met onze siberische kat Viking voor het eerst naar een kattenshow geweest. Daar kwamen we steeds weer in aanraking met het prachtige ras Maine Coon. Als je eenmaal een coontje in huis hebt lopen, dan wil je er eigenlijk meer. Tijdens een kattenshow zagen we een foto van een hele mooie black tabby met wit katertje. We zijn bij de fokker wezen kijken en we waren helemaal verliefd.  Het leed was geschiet en we waren besmet met het wel bekende “coonvirus”, het ras is zo lief, aanhankelijk en sociaal dat je er alleen maar meer wil hebben. Door de shows, onze prachtige katten en een enthousiaste fokker begon het fokken van het prachtige ras te kriebelen. Dankzij haar hulp heb ik uiteindelijk dan toch de stap gezet om te beginnen met het fokken van dit prachtige ras.

Als je een cattery wilt beginnen heb je ook een naam nodig, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Na vele namen te hebben ingediend werd op 1 augustus 2013 de naam Stella del Mattino goed gekeurd en staan we geregistreerd als Maine Coon fokker. De naam van de cattery komt uit de astronomie en de mythologie, in het Nederlands betekend de naam morgenster. Om op een juiste en verantwoorde manier te kunnen fokken worden we begeleid door een mentor en heeft Annelies de cursus G1 en G2 gevold. De cursus gaat onder andere over: algemene kennis, genetica, gezondheid, verantwoordelijke heden als fokker, huisvesting, wetten, geschiedenis en management.

Maine Coon

Gedrag van een Maine Coon

Maine Coons ontwikkelen zich langzaam en zijn pas volledig uitgegroeid als ze drie tot vijf jaar oud zijn. Het zijn grote, zachte, goedaardige katten met een buitengewoon zachte stem (klinkt als een mix tussen een miauwen en spinnen). Ze houden van spelen en sommigen apporteren zelfs. Het zijn goede muizenvangers, ze houden er dan ook van om voorwerpen achterna te zitten en te grijpen met hun grote poten. Met de grote poten kunnen Maine Coons dingen oppakken, deurtjes openen, kranen opendraaien en sommige eten zelfs liever met hun poten dan gewoon uit het voerbakje. De katten staan bekend om hun intelligentie en zijn dan ook vaak makkelijk te trainen.

Hoewel Maine Coons zeer mens gerichte katten zijn, zijn ze niet overdreven afhankelijk. Ze miauwen niet de hele tijd om aandacht, zijn niet opdringerig, maar vinden het fijn om bij de eigenaar “rond te hangen”. Ze onderzoeken dan wat je aan het doen bent, achtervolgen je en zullen proberen te “helpen” waar ze kunnen. Het zijn geen echte schootkatten, al zijn er natuurlijk uitzonderingen. Maine Coons zijn in ieder geval goed gezelschap.

Maine Coons zijn ontspannen en makkelijk in de omgang. De mannetjes neigen de clowns uit te hangen en zijn over het algemeen wat ondernemender dan de wijfjes. De wijfjes zijn meer rustig en gereserveerder tegenover vreemden, maar beiden blijven hun levenlang speels. Veel Maine Coons houden ook van water, sommigen dippen hun speelgoed eerst in het water om er vervolgens mee te spelen. Anderen apporteren, ze laten het teruggebrachte speeltje voor je voeten vallen om er daarna weer achteraan te gaan. Pas op want ze kunnen zichzelf dus ook snel gaan vervelen en kunnen dan wat ondeugender zijn met de dingen in het huis (dingen omgooien). Ze zullen niet gauw hun nagels gebruiken en gaan vechtpartijen bij voorkeur uit de weg en kunnen vaak goed overweg met kinderen, honden en andere katten.

 

Uiterlijk van de Maine Coon

De Maine Coon heeft een natuurlijk uiterlijk met een makkelijk te onderhouden vacht. De brown tabby is de meest populaire vachtkleur, maar bijna alle kleuren zijn mogelijk, ook schildpad. Alleen de kleuren lilac, chocolate, cinnamon, fawn, pointed of ander kleuren waar raskruising uit blijkt, zijn niet toegestaan. De vachtpatronen gemarmerd (classic/blotched), gestreept (mackerel) of effen zijn toegestaan. De zachtheid van de vacht hangt af van de kleur.

Ze hebben een imposante verschijning door hun los uitstaande vacht, lange benen met grote poten en een lange volle staart. Zo geeft de Maine Coon een goed gespierde, stevige en krachtige indruk. De brede kop heeft een vierkante snuit met een lichte welving in de neus, grote oren met haarpluizen eruit en het liefst pluimpjes aan de punten (zgn. Lynxtips). Verwacht wordt dat de kop wordt omlijst door een kraag, zoals de manen van een leeuw. De vacht is dicht, kort op de kop, schouders en poten en geleidelijk langer langs de rug en de flanken, met een enigszins ruig- en volbehaarde broek op de achterpoten en lang buikhaar. De vacht is geschikt voor alle jaargetijden, de lange pluimstaart (die net zo lang als zijn lijf moet zijn) wordt gebruikt om voeten en oren warm te houden als ze zich helemaal oprollen. De vacht is waterafstotend en klit nauwelijks, omdat er weinig ondervacht aanwezig is en is dan ook eenvoudig te verzorgen. Eén keer in de week kammen en borstelen is meestal voldoende, waarbij je de vier ‘oksels’ niet moet vergeten. Maine Coons worden iets groter dan gewone huiskatten, namelijk zes tot negen kilo, waarbij katers iets forser zijn dan poezen. Omdat het ras zich betrekkelijk traag ontwikkelt, zijn ze pas met gemiddeld een jaar of vier volwassen en hebben dan pas hun uiteindelijke type en vacht bereikt

 

Kleuren en Patronen

Groep Kleur Genetische code EMS
Groep 1Non-Agouti -Zwart aa D- ii —- oo ss ww n
-Blauw aa dd ii —- oo ssww a
Groep 2Non-Agouti

Zwart met wit

Blauw met wit

-Zwart met wit aa D- ii —- oo S- ww n 09
-Blauw met wit aa dd ii —- oo S- ww a 09
Groep 3Agouti

-Zwart

-Blauw

-Zwart tabby A- D- ii mcmc oo ss ww n 21
-Zwart gemarmerd A- D- ii mcmc oo ss ww n 22
-Zwart gestreept A- D- ii Mc– oo ss ww n 23
-Blauw tabby A- dd ii mcmc oo ss ww a 21
-Blauw gemarmerd A- dd ii mcmc oo ss ww a 22
-Blauw gestreept A- dd ii Mc– o o ss ww a 23
Groep 4Agouti

-Zwart met wit

-Blauw met wit

-Zwart tabby met wit A- D- ii mcmc oo S- ww n 09 21
-Zwart gemarmerd met wit A- D- ii mcmc oo S- ww n 09 22
-Zwart gestreept met wit A- D- ii Mc– oo S- ww n 09 23
-Blauw tabby met wit A- dd ii mcmc oo S- ww a 09 21
-Blauw gemarmerd met wit A- dd ii mcmc oo S- ww a 09 22
-Blauw gestreept met wit A- dd ii Mc– oo S- ww a 09 23
Groep 5(Non) Agouti

-Rood

-Crème

-Schildpad

-Rood aa D- ii —- OO ss ww d
-Rood tabby A- D- ii mcmc OO ss ww d 21
-Rood gemarmerd A- D- ii mcmc OO ss ww d 22
-Rood gestreept A- D- ii Mc– OO ss ww d 23
-Crème aa dd ii —- OO ss ww e
-Crème tabby A- dd ii mcmc OO ss ww e 21
-Crème gemarmerd A- dd ii mcmc OO ss ww e 22
-Crème gestreept A- dd ii Mc– OO ss ww e 23
-Zwart schildpad aa D- ii —- Oo ss ww f
-Zwart schildpad tabby A- D- ii mcmc Oo ss ww f 21
-Zwart schildpad gemarmerd A- D- ii mcmc Oo ss ww f 22
-Zwart schildpad gestreept A- D- ii Mc– Oo ss ww f 23
-Blauw schildpad aa dd ii —- Oo ss ww g
-Blauw schildpad tabby A- dd ii mcmc Oo ss ww g 21
-Blauw schildpad gemarmerd A- dd ii mcmc Oo ss ww g 22
-Blauw Schildpad gestreept A- dd ii Mc– Oo ss ww 9 23
Groep 6(Non) Agouti

-Rood met wit

-Crème met wit

-Schildpad met wit

-Rood met wit aa D- ii —- OO S- ww d 09
-Rood tabby met wit A- D- ii mcmc OO S- ww d 09 21
-Rood gemarmerd met wit A- D- ii mcmc OO S- ww d 09 22
-Rood gestreept met wit A- D- ii Mc– OO S- ww d 09 23
-Crème met wit aa dd ii —- OO S- ww e 09
-Crème tabby met wit A- dd ii mcmc OO S- ww e 09 21
-Crème gemarmerd met wit A- dd ii mcmc OO S- ww e 09 22
-Crème gestreept met wit A- dd ii Mc– OO S- ww e 09 23
-Zwart schildpad met wit aa D- ii —- Oo S- ww f 09
-Zwart schildpad tabby met wit A- D- ii mcmc Oo S- ww f 09 21
-Zwart schildpad gemarmerd met wit A- D- ii mcmc Oo S- ww f 09 22
-Zwart schildpad gestreept met wit A- D- ii Mc– Oo S- ww f 09 23
-Blauw schildpad met wit aa dd ii —- Oo S- ww g 09
-Blauw schildpad tabby met wit A- dd ii mcmc Oo S- ww g 09 21
-Blauw schildpad gemarmerd met wit A- dd ii mcmc Oo S- ww g 09 22
-Blauw schildpad gestreept met wit A- dd ii Mc– Oo S- ww 9 09 23
Groep 7(Non) Agouti

-Zilver/Smoke

-Zwart smoke aa D- I- —- oo ss ww ns
-Zwart zilver tabby A- D- I- mcmc oo ss ww ns 21
-Zwart zilver gemarmerd A- D- I- mcmc oo ss ww ns 22
-Zwart zilver gestreept A- D- I- Mc— oo ss ww ns 23
-Blauw smoke aa dd I- —- oo ss ww as
-Blauw zilver tabby A- dd I- mcmc oo ss ww as 21
-Blauw zilver gemarmerd A- dd I- mcmc oo ss ww as 22
-Blauw zilver gestreept A- dd I- Mc– oo ss ww as 23
-Rood smoke aa D- I- —- OO ss ww ds
-Rood zilver (cameo) tabby A- D- I- mcmc OO ss ww ds 21
-Rood zilver gemarmerd A- D- I- mcmc OO ss ww ds 22
-Rood zilver gestreept A- D- I- Mc– OO ss ww ds 23
-Crème smoke aa dd I- —- OO ss ww es
-Crème zilver tabby A – dd I- mcmc OO ss ww es 21
-Crème zilver gemarmerd A- dd I- mcmc OO ss ww es 22
-Crème zilver gestreept A- dd I- Mc– OO ss ww es 23
-Zwart schildpad smoke aa D- I- —- Oo ss ww fs
-Zwart schildpad zilver tabby A- D- I- mcmc Oo ss ww fs 21
-Zwart schildpad zilver gemarmerd A- D- I- mcmc Oo ss ww fs 22
-Zwart schildpad zilver gestreept A- D- I- Mc– Oo ss ww fs 23
-Blauw schildpad smoke aa dd I- —- Oo ss ww gs
-Blauw schildpad zilver tabby A- dd I- mcmc Oo ss ww gs 21
-Blauw schildpad zilver gemarmerd A- dd I- mcmc Oo ss ww gs 22
-Blauw schildpad zilver gestreept A- dd I- Mc– Oo ss ww gs 23
Groep 8(Non) Agouti

-Zilver/Smoke met wit

-Zwart smoke met wit aa D- I- —- oo S- ww ns 09
-Zwart zilver tabby met wit A- D- I- mcmc oo S- ww ns 09 21
-Zwart zilver gemarmerd met wit A- D- I- mcmc oo S- ww ns 09 22
-Zwart zilver gestreept met wit A- D- I- Mc– oo S- ww ns 09 23
-Blauw smoke met wit aa dd I- —- oo S- ww as 09
-Blauw zilver tabby met wit A- dd I- mcmc oo S- ww as 09 21
-Blauw zilver gemarmerd met wit A- dd I- mcmc oo S- ww as 09 22
-Blauw zilver gestreept met wit A- dd I- Mc– oo S- ww as 09 23
-Rood smoke met wit aa D- I- —- OO S- ww ds 09
-Rood zilver (cameo) tabby met wit A- D- I- mcmc OO Ss ww ds 09 21
-Rood zilver gemarmerd met wit A- D- I- mcmc OO Ss ww ds 09 22
-Rood zilver gestreept met wit A- D- I- Mc– OO S- ww ds 09 23
-Crème smoke met wit aa dd I- —- OO S- ww es 09
-Crème zilver tabby met wit A- dd I- mcmc OO S- ww es 09 21
-Crème zilver gemarmerd met wit A- dd I- mcmc OO S- ww es 09 22
-Crème zilver gestreept met wit A – dd I- Mc– OO S- ww es 09 23
-Zwart schildpad smoke met wit aa D- I- —- Oo S- ww fs 09
-Zwart schildpad zilver tabby met wit A- D- I- mcmc Oo S- ww fs 09 21
-Zwart schildpad zilver gemarmerd met wit A- D- I- mcmc Oo S- ww fs 09 22
-Zwart schildpad zilver gestreept met wit A- D- I- Mc– Oo S- ww fs 09 23
-Blauw schildpad smoke met wit aa dd I- —- Oo S- ww gs 09
-Blauw schildpad zilver tabby met wit A- dd I- mcmc Oo S- ww gs 09 21
-Blauw schildpad zilver gemarmerd met wit A- dd I- mcmc Oo S- ww gs 09 22
-Blauw schildpad zilver gestre ept met wit A- dd I- Mc– Oo S- ww gs 09 23
Groep 9-Wit -Wit met blauwe ogen — — — —- — — W- w 61
-Wit met gouden ogen — — — —- — — W- w 62
-Wit met odd-eyed ogen — — — —- — — W- w 63
-Wit met groene ogen — — — —- — — W- w

Geschiedenis Maine Coon

Er zijn veel verhalen over de oorsprong van dit ras. Een populair broodje aapverhaal is dat de Maine Coon een kruising zou zijn tussen een huiskat met een wasbeer. De staart van de Maine Coon vertoont grote gelijkenissen met de weelderige en gestreepte staart van de wasbeer (raccoon in het Engels). Een kruising tussen deze twee dieren is echter genetisch onmogelijk.

Een andere theorie is dat de huiskat zich zou hebben gekruisd met de lokale ‘bobcats’ in Maine. In de streek van Maine leven vele wilde katten waaronder de Bobcat, de Lynx en andere kleine wilde kattensoorten. Er zijn verslagen van ooggetuigen die de paring tussen de katten zouden hebben gezien. Bobcatkittens lijken in grote mate op de huidige Maine Coon kittens met een stevig lijfje, krachtige poten en pluimpjes op de oren. Dit is een aannemelijker idee dan de vermenging met de wasbeer. Echter, de genoemde wilde katten hebben een korte stompe staart; dit zou niet kunnen leiden tot de volle lange staart van de Maine Coon.

De oorsprong van dit ras is terug te leiden naar de staat Maine in Noord-Amerika, met zijn korte zomers, koude winters met dikke pakken sneeuw en zijn ruige klimaat. Over het verleden van de Maine Coon doen vele verhalen de ronde. Concrete bewijzen zijn er echter niet en zo zal de oorsprong van de enige natuurlijke halflanghaar kat van Noord Amerika, altijd in mysterie gesluierd blijven.
De Maine Coon werd in 1976 in Europa geïntroduceerd door Connie Condit (cattery Heidi- Ho) en Pat Robbins (cattery Gemütlichkatze). Zij waren beiden via het Amerikaanse leger gestationeerd in West-Duitsland en werden gevraagd om hun katten op een show te laten zien. Het enthousiasme waarmee hun katten werden ontvangen heeft de aanzet gegeven tot de erkenning van de Maine Coon door de FIFE in 1982. De Maine Coon heeft sindsdien steeds meer terrein veroverd in geheel Europa.

Uiterlijk
De Maine Coon is een grote kat met een halflangharige vacht, een stevig skelet en een lange volle staart. Op latere leeftijd kan het ras vooral in de winter een imposante kraag rondom de kop en een langere beharing op de achterkant van de achterpoten (broek) ontwikkelen. Veel dieren bezitten ook de recessieve eigenschap voor oorpluimpjes, iets dat door de liefhebbers gewaardeerd wordt. Dit maakt de Maine Coon tot een imposante verschijning. Maine Coons zijn seksueel actief vanaf een maand of zes maar zijn pas volledig lichamelijk uitgegroeid na ongeveer drie jaar. De kat weegt dan gemiddeld tussen de 5 en 9 kilo en 4 tot 6 kilo voor poezen.

Karakter
Ondanks het imposante voorkomen van de Maine Coon is het een bijzonder vriendelijke en energieke kat met een groot sociaal besef naar andere huisdieren en mensen toe. De Maine Coon staat bekend om zijn grote aanpassingsvermogen qua leefomgeving; hij kan op een appartement wonen maar ook intens genieten van de buitenlucht. Ze kunnen het prima vinden met katten en honden en zijn snel gewend aan nieuwe huisgenootjes.

Ze zijn altijd goedgehumeurd en worden vaak omschreven als de clown onder de katten met hun gekke capriolen en streken. Ze vermaken zich uren met de kleinste vliegjes of papieren propjes. Maine Coons kunnen de, op het eerste gezicht, meest onmogelijke houdingen aannemen om te gaan slapen, je vindt ze dan ook vaak slapend op hun rug. Onder het wilde, indrukwekkende uiterlijk schuilt een zachtaardig karakter, dat niet opdringerig is maar wel geniet van menselijke aandacht. Ze blijven speels tot op hoge leeftijd en vergeten hierbij af en toe hun grootte. Ze liggen niet vaak op schoot maar blijven wel altijd dicht in de buurt. Het zijn intelligente katten die een grote interesse hebben in hun omgeving, zelfs tot op het nieuwsgierige af. De meeste Maine Coons vinden stromend water geweldig en zijn zelfs niet vies van een regenbui. Je doet ze een groot plezier met een waterbak met stromend water.

Typische eigenschappen van Maine Coons zijn het ‘babbelen’ tegen hun baasjes en het eten met hun voorpootjes; ze scheppen als het ware het eten uit het bakje. De meeste mensen zijn verbaasd als ze voor het eerst het zachte stemgeluid van een Maine Coon horen, je zou een heel ander geluid verwachten als je kijkt naar het formaat en uiterlijk van de kat. Van de meeste Maine Coon houders zul je horen dat als ze eenmaal een Maine Coon in huis hebben (gehad) ze niets anders meer willen, er wordt gekscherend gepraat over ‘het coon-virus’.

Genetica

Katten hebben 19 paar chromosomen. Hierop ligt alles erfelijke eigenschappen vast zoals:

  • de bouw
  • de lengte van de vacht
  • de tekening
  • de kleur
  • zelfs het karakterHet verschil tussen poezen en katers zit hem in de geslachtchromosomen de X of de Y. Poezen hebben XX chromosomen en Katers XY chromosomen. Omdat de poes alleen maar X heeft, bepaald de kater of een kitten een vrouwtje wordt (moeder X + vader X=XX) of een mannetje (moeder X + vader Y=XY).

 

Hieronder staat een schema met symbolen en een verkorte uitleg. De symbolen worden gebruikt voor het maken van een genetische code van een kat. Maar ook om te kijken wat voor kittens er uit een kruising van twee katten voortkomen. Een kruising tussen een zwart met witte en blauwgemarmerde ouder kan bijvoorbeeld een zwart gemarmerd met witte kitten voortbrengen.

Je hebt dan de volgende genetische codes:
a a D – i i mc — o o S – w w X A – d d i i mc mc o o s s w w = A a D d i i mc mc o o S s w w
Maar er zijn ook andere kittens mogelijk! Je ziet dat de twee genetische codes worden gemixt tot één genetische code.
De codes voor elke kleur en patroon combinatie vind je terug op de pagina Maine Coon. Vaak is het wel makkelijker om te weten welke genen de ouders precies hebben. Soms kunnen ze namelijk wel recessieve genen vererven (die genen dragen ze maar tonen ze niet zelf). Om hierachter te komen kan je terugkijken bij de grootouders.

 

Soort gen Symbolen Korte Uitleg
Patronengen AA:
Aa:
aa:
Agouti (met patroon) Tabby
Agouti, kan “non-agouti” vererven
Non-agouti (effen)
Kleurgen DD:
Dd:
dd:
Harde kleur (Zwart, Rood, Schildpad)
Harde kleur, kan “verdunde kleur” vererven
Verdunde kleur (Blauw, Creme, Blauw schildpad)
Expressiegen II:
Ii:
ii:
Inhibitor Smoke, zilver, Shaded
Inhibitor Smoke, zilver, Shaded, kan “normaal pigment” vererven
Normaal Pigment
Patronengen Mc:
Mcmc:
mcmc:
Gestreept
Gestreept, kan “gemarmerd” vererven
Gemarmerd
Expressiegen SS:
Ss:
ss:
Met wit (Bicolor/Van/Harlekijn))
Met wit (Bicolor/mitted), kan “zonder wit” vererven
Zonder wit
Expressiegen WW:
Ww:
ww:
Volledig Wit
Volledig Wit, kan “niet wit” vererven
Niet wit
Kleurgen XOXO:
XOXo:
XoXo:
Poes Rood’
Poes Schildpad
Poes Zwart
XOY:
XoY:
Kater Rood
Kater Zwart

 

Er zijn nog meer erfelijkheidssymbolen, deze vind je echter niet altijd terug in de genetische codes, zoals ll: Longhaired (alle Maine Coons hebben ll, ze zijn immers langharig). Ook zijn er katten die heel veel wit hebben met gekleurde Tabby vlekken (spots), hier wordt de code Sp: Spotted of sp: Non Spotted gebruikt. Er zijn ook Maine Coons met extra tenen, ook wel Polydactyl genoemd, zij gebruiken de code Pd: polydactyl of pd: Non-Polydactyl.

 

Effen en patronen:
Alle katten dragen een bepaald patroon, ook de effen gekleurde katten. Dominant Agouti (met patroon) is A. Effen katten hebben Recessief Non Agouti (zonder patroon), a. Een effen kat is dus homozygoot aa. Homozygoot AA heeft een tabbypatroon en alle kittens zullen dat ook hebben. De Tabby genen hebben nog verschillende patronen, sommige dominant en andere recessief. Gestreept is dominant over gemarmerd, gevlekt en effen. Gevlekt is dominant over gemarmerd en effen. Gemarmerd is alleen dominant over effen. Een heterozygoot Aa heeft een tabby patroon, maar kan effen vererven.
Naast het eerste gen, A gen heb je ook nog het Mc gen, die het soort Tabby bepaald, Mc staat voor gestreept, mc voor gemarmerd. Het derde gen heet Sp die zorgt of het patroon gedeeltelijk of geheel aanwezig is.

 

Harde of verdunde kleur:
Harde of echte kleur is D en verdunde kleur is d. D is dominant over d. Homozygoot betekend twee dezelfde genen, dus DD (Harde kleuren: Zwart, Rood of Schildpad) of dd (verdunde kleuren: Creme of Blauw). Heterozygoot betekend Dd, de kat heeft zichtbaar een harde kleur, maar kan een verdunde kleur vererven.

 

Pigment:
Gen I (inhibitor) zorgt voor het tegenhouden van pigment in de haren, zodat variaties ontstaan als Smoke (witte ondervacht bij effen) of Zilver (lichte of witte ondervacht bij Tabby). Er kan veel of weinig gen I voorkomen op de vacht. Veel gen I betekend dat de kat een lichte vacht met een klein gekleurd topje heeft (Shaded).

 

Rood of Zwart:
Alle katten hebben een gen voor Rood, Rood komt alleen op de X voor, dus is geslachtgebonden.
Dominant Rood: XO, dit betekend dat de kat zichtbar Rood is of Rode vlekken heeft (schildpad). Recessief Rood: is Xo, geen rood, maar elke andere kleur (alle kleuren zijn afgeleid van Zwart).
Een kater heeft maar 1 X en ziet er zo uit: XOY (Rood) of XoY (Zwart). Bij een Poes ziet het er zo uit: XoXo (Zwart) XOXO (Rood) XoXO (schildpad) XOXo (schildpad).

 

(Met)Wit:
Wit is dominant over geheel gekleurd. SS (Van)of Ss (Harlekijn) staat voor het aandeel wit, waarbij Ss wel zonder wit kan vereven. Homozygoot ss bestaat eigenlijk niet, de kat is dan niet met wit. Geheel witte katten hebben een dominant gen W, de witte kat draagt eigenlijk wel een kleur, maar deze is niet zien (je kunt kijken bij de (groot)ouders). Niet alle witte katten zijn doof, doofheid komt het meest voor bij katten met blauwe ogen.

Het Kattenhart

Het kattenhart is een exacte kopie van het mensenhart in miniatuur formaat, beide organen werken op dezelfde manier. Het hart bestaat uit 4 aparte ruimtes, twee aan de linker- en twee aan de rechterkant. De twee bovenste ruimtes zijn het linker en rechter atrium (boezem), de twee onderste ruimtes zijn de linker en rechter ventrikels (kamer).

Het bloed dat naar het hart toestroomt, nadat het zuurstof heeft afgegeven aan de organen in het lichaam, komt het hart binnen in het rechter atrium. Vanaf het rechter atrium wordt het bloed doorgepompt naar het rechter ventrikel, vanwaar het verder wordt gepompt naar de longen om nieuwe zuurstof op te nemen.
Vanaf de longen stroomt het bloed terug naar het hart, deze keer naar de linkerkant. Het bloed stroomt het hart binnen in het linker atrium, daarna wordt het doorgepompt naar het linker ventrikel, en vervolgens pompt het ventrikel het bloed in de aorta, zodat het bloed de nieuwe zuurstof kan gaan afgeven aan de organen.

De onderste ruimtes in het hart, de ventrikels, zijn de sterkst pompende ruimtes van het hart. Zij moeten het bloed door de longen en door het hele lichaam pompen, terwijl de atria het bloed alleen maar in de ventrikels hoeven te pompen.

Om te voorkomen dat het bloed terugstroomt in het atrium terwijl het ventrikel samentrekt, zitten er kleppen tussen het atrium en het ventrikel. De klep tussen het rechter ventrikel en rechter atrium heet de tricuspidalisklep. De klep aan de linkerkant van het hart heet de mitralisklep.

De kleppen zouden in de atria kunnen worden geduwd tijdens het samentrekken van de ventrikels, doordat er een hoge druk wordt opgebouwd in de ventrikels gedurende het samentrekken. Gelukkig wordt dit voorkomen door smalle draad-achtige pezen, genaamd chordae tendineae. De chordae tendineae zijn een soort anker-draden tussen de kleppen en de papillair spieren, die zich in de hartwand bevinden.


De terminologie die gebruikt wordt in het formulier

  • Auscultation:
    • Normal: Normaal, het hart klinkt zo: “lub-dub lub-dub lub-dub”
    • Gallop: we spreken van een galloperend hart als het zo klinkt: “lub-lub-dub-dub lub-lub-dub-dub lub-lub-dub-dub”
  • Murmur: Geruis
    • Grading: wanneer een geruis wordt gehoord, wordt dit in verschillende gradaties aangegeven naargelang de sterkte ervan
    • Dynamic: dynamisch, geen regelmatig geluid, hangt af van de frequentie en funktie (niet in iedere hartslag)
    • Static: statisch, een regelmatig geluid gerelateerd aan de hartfunktie, wordt normaal veroorzaakt door een defekte hartklep of hartspier en is aanwezig bij iedere hartslag
  • Timing:
    • Systolic: systole, betekent dat het hart helemaal samengetrokken is
    • Diastolic: diastole, betekent dat het hart helemaal ontspannen is
  • Location: plaats waar het geruis gehoord wordt

Eerst een korte uitleg wat 2-D en M-Mode betekent:

  • 2D betekent twee-dimensionaal; zo zie je het hart alsof er een doorsnede van is gemaakt
  • M-mode geeft een beeld alsof je een LIJN door het hart trekt die dan de veranderingen in het hart toont als het samentrekt en ontspant (hoe de wanden dikker en dunner worden). Het toont ook de ‘holte’ in het hart, het ventrikel. Op het scherm zie je in M-Mode allerlei golven die op en neer gaan; als je dit scherm stopzet, kunnen de metingen gedaan worden; in de M-mode is tevens de diastole (ontspanning) en systole (samengetrokken) gemakkelijk te zien (zie volgende pagina voor een voorbeeld hiervan).

 

De afkortingen:

Eerst hebben we de metingen in diastole (wanneer het hart compleet ontspannen is)

  • IVSd: IntraVentricular Septum in Diastole
    betekent de meting van het septum tussen de ventrikels (het septum is de wand die het linker ventrikel scheidt van het rechter ventrikel)
  • LVIDd: Left Ventricle Inner Diameter in Diastole
    betekent de grootte van het ventrikel – de holte in het hart. Dit wordt eerst in diastole gemeten, later in systole (meestal in M-Mode)
  • LVFWd: Left Ventricle Free Wall in Diastole
    Dit is de wand van het ventrikel aan de buitenkant van het hart

En nu de metingen in systole (wanneer het hart compleet samengetrokken is)

  • IVSs: IntraVentricular Septum in Systole
    betekent de meting van het septum tussen de ventrikels (het septum is de wand die het linker ventrikel scheidt van het rechter ventrikel)
  • LVIDs: Left Ventricle Inner Diameter in Systole
    betekent de grootte van het ventrikel – de holte in het hart. Dit wordt eerst in diastole gemeten, later in systole (meestal dan in M-Mode)
  • LVFWs: Left Ventricle Free Wall in Systole
    dit is de wand van het ventrikel die aan de buitenkant van het hart ligt
  • SF: Shortening Fraction (uitgedrukt in %)
    Dit is de berekening van de samentrekkingen van het hart uitgedrukt in procent. Het wordt berekend door het verschil tussen LVIDd en LVIDs (die reeds gemeten zijn) te delen door LVIDd. Dit percentage geeft aan hoeveel percent het ventrikel verkleind in systole vergeleken met wanneer het in diastole is.
    Note: de samentrekkingen zijn minder krachtig als de kat onder verdoving is.
  • Ao: aorta
    De diameter van de aorta wordt gemeten. Het bloed stroomt via het ventrikel in de aorta en voorziet zo het lichaam met zuurstofrijk bloed.
  • LA: left atrium – linker atrium
    De diameter hiervan wordt gemeten.
    Ao en LA worden altijd in 2-D Mode gedaan.
  • LA/Ao: betekent LA gedeeld door Ao
    Deze berekening geeft de subjectieve grootte aan van het linker atrium, dwz me vergelijkt de grootte van het linker atrium met de grootte van het hart in zijn geheel.Deze twee (LA en Ao) zijn normaal ongeveer hetzelfde in grootte. Meestal is de verhouding ietsje groter dan kleiner (dus 1, 1.2 en 1.3 zijn nog normaal; wanneer het meer dan 1.4 wordt is er reden tot ongerustheid).
  • Subjective Left Atrial Size: Subjectieve grootte van het linker atrium
    Er zijn geen duidelijke afspraken gemaakt over de grenzen hier, voor zover ik weet, maar een vergroot atrium kan een teken zijn van HCM of RCM.
  • SAM: Systolic Anterior Motion of the Mitral Valve
    Als de mitralislep – die verondersteld wordt om helemaal te sluiten – zich niet helemaal sluit, kan je abnormale bloedstroming krijgen, turbulenties en lekken. Dit wordt meestal veroorzaakt doordat er een lokale verdikking is van het septum waar de mitralisklep (het dichtst bij de aorta) dan blijft aan kleven. De kleppen kunnen dan open blijven staan zodat het bloed niet volledig uit het ventrikel geperst wordt tijdens het samentrekken en terug zal lekken in het linker atrium. Dat is dan ook de oorzaak waarom SAM leidt tot een vergroot linker atrium.
    Bij autopsie kan men soms de lesies (littekens) zien die veroorzaakt zijn door de constante terugslag van de mitralisklep tegen de wand – SAM! Hierdoor kan SAM soms zelfs bij autopsie aangetoond worden.
  • End systolic Cavity Obliteration:
    Dit betekent dat er geen ruimte meer is in de linker hartkamer (ventrikel) tijdens de systolische fase – als het hart dus samentrekt. Dit wordt veroorzaakt door een verdikking van de hartwand of verdikte papillair spieren. In een normaal hart is er altijd nog wat ruimte over. De hartwand verdikt aan de binnenkant van het hart, niet aan de buitenkant.
  • Papillary muscles: Papillair spieren
    In de hartwand van de linker- en rechterventrikels zitten spieren die verbonden zijn aan touwtjesachtige vezels of ‘draden’ die op hun beurt vastzitten aan het andere eind aan mitralisklep. Deze draden zien er op het scherm uit als witte lijnen. De papillair spieren kunnen verdikt zijn, maar kunnen ook langer zijn dan normaal het geval is. Dit kan soms verward worden met verdikkingen maar heeft daar niets mee te maken. Sommige katten kunnen ook gespleten papillair spieren hebben, evenals extra kleine. Dit schijnt geen effekt te hebben op de katten, in tegenstelling tot verdikte papillair spieren.

De evaluatie

Om een evaluatie van een kat te maken (met als mogelijke resultaten: normaal, equivocal of HCM), wordt er naar verschillende dingen gekeken.

Een daarvan is de afmeting van de hartwand: IVSd en LVFWd. Naar deze twee metingen wordt het meest gekeken door fokkers en sommigen denken zelfs dat dat het enige criterium is, wat dus niet het geval is. Normale hartwand afmetingen kunnen liggen tussen 3,0 en 5,0 mm, met wat kleine variaties.
Vroegere studies hadden aangeduid dat de grenswaarde tussen normaal en equivocal 6.0 mm is. We moeten dan wel rekening houden met het feit dat de apparatuur destijds minder nauwkeurig was als dat het nu is. Latere studies gaven aan dat 5.5 mm de grenswaarde was, maar nu willen de dierenartsen zelfs nog later gaan. De dierenartsen die deelnemen aan het Gezondheidsprogramma hanteren nu een grenswaarde van 5 mm. Zodoende krijgen algemene of lokale verdikkingen boven de 5 mm een evaluatie van equivocal (indien er verder geen afwijkingen gekonstateerd worden) oftewel HCM.

SAM is één van de belangrijke symptomen om een beoordeling/evaluatie op te baseren. Dr Kittleson zegt dat bij sommige katten SAM een eerste teken is van HCM, vandaar dat de dierenartsen voor deze afwijking ook de evaluatie ‘equivocal’ zullen geven, zelfs indien er geen andere afwijkingen worden gevonden.

Een hartruis kan ook een teken zijn van HCM (60% van de hartruisjes geven ook HCM positieven), maar een hartruis kan ook een andere oorzaak hebben. Een galloperende hartslag kan ook een teken zijn van HCM maar alleen als er ook andere afwijkingen aanwezig zijn.

Nog een punt dat in aanmerking komt zijn de papillair spieren. Indien deze verdikt zijn (en er geen andere afwijking geconstateerd wordt) dan wordt de kat geëvalueerd als ‘equivocal’. Ook hier worden de criteria van Dr Kittleson gehanteerd. Sommige katten kunnen licht verdikte papillair spieren hebben in hun genetische aanleg, maar het kan ook een teken zijn van beginnende HCM. Vandaar dat deze katten als equivocal geëvalueerd worden. Dit betekent dat op dat moment nog niet zeker is of de kat wel of niet vrij is van HCM. Indien een kat zowel verdikte papillair spieren heeft en SAM, dan, volgens Dr Kittleson’s criteria, is deze kat HCM positief.

HEEL BELANGRIJK: Equivocal betekent dat er een of meerdere afwijkingen geconstateerd zijn, maar dat op het ogenblik van de test het nog niet duidelijk is wat deze afwijkingen zijn of betekenen. Niet iedere kat die equivocal is, ontwikkelt ook automatisch HCM. Maar aan de andere kant is het ook zo dat de mogelijkheid bestaat.

Bron: pawpeds

Polydactyle

Normaal heeft een kat 5 tenen aan zijn voorpoten en 4 aan zijn achterpoten. Polydactyle katten kunnen echter tot 9 tenen aan elke voet hebben. Er wordt gezegd dat toen de Maine Coon fokkers van het eerste uur hun best deden om de Maine Coon bij de diverse kattenverenigingen erkend te krijgen, het bestand van ongeregistreerde Maine Coon voor 40% polydactyl was. Omdat het in de rasstandaard opnemen van polydactylie als mogelijkheid bij de Maine Coons een onoverkomelijke hindernis bleek voor erkenning van het ras, heeft men deze voorwaarde destijds laten vallen.

Aangezien polydactylie dominant vererft, is het eenvoudig deze eigenschap er uit te fokken. Je ziet of een kat poly is of niet. Een enkele keer lijkt Moeder Natuur ons wel eens voor de gek te houden met een kat die niet polydactyl lijkt, maar dit toch vererft. In dat geval is echter altijd een van de ouders overduidelijk wel meertenig. U hoeft dus niet bang te zijn dat uit lijnen waar geen polydactyle katten in voorkomen, plotseling een kitten met meer tenen verschijnt. Sommige fokkers die met poly’s werken, hebben zich aangewend bij de polykatten als kenmerk de letter P in de naam te verwerken, zodat u dit op de stamboom kunt traceren.

Poly’s worden in principe alleen met katten gekruist die niet-poly zijn. Afhankelijk van het aantal en de stand van de extra tenen kan het zijn dat u extra aandacht aan de voeten moet besteden ingeval dit resulteert in mogelijk verwonding of ingroei van de nagels. Polydactyle katten kunnen dus wel als Maine Coon geregistreerd worden en als fokdier gebruikt worden, maar omdat dit (voor alle rassen) een fout is in de rasstandaard, kunnen zij geen titels behalen.

Inmiddels is er in Amerika een ras erkend waarbij het kenmerk meertenen wel is toegestaan, namelijk de Pixie Bob.
Dit was natuurlijk aanleiding voor een aantal polyfokkers en polyliefhebbers om alsnog een poging te doen dit ook voor de Maine Coon voor elkaar te krijgen. Op dit moment kunnen poly’s geshowd worden bij TICA in de NEW TRAITS class. Deze klasse is speciaal voor rassen die al erkend zijn voor kampioenstatus, maar waarbij nieuwe eigenschappen voorkomen, die nog niet zijn geaccepteerd voor dat ras, zoals een nieuwe kleur of een nieuwe haarlengte. In de New Traits klasse worden deze eigenschappen geëvalueerd. Het doel hiervan is dat dit uiteindelijk leidt tot erkenning van deze eigenschap. Exposanten en keurmeesters worden dan ook aangemoedigd om hierover tijdens de ringenkeuring te discussiëren. De New Traits klasse wordt wel als 1 groep gekeurd. Het kan dus gebeuren dat poly Maine Coons samen met Britse Langharen en effen Ragdolls worden gekeurd.

Nog meer informatie over Polydactyl kan U hier lezen bij PawPeds.

Gezondheid

Pyruvaat Kinase Deficiëntie (PKdef)

Op de website van het laboratorium waar Leslie Lyons werkzaam is staat een publicatie aangekondigd van een onderzoek waaraan zij heeft meegewerkt. In het onderzoek, dat gebaseerd is op testresultaten van 38 rassen, bleek dat PKdef onder veel meer rassen voorkomt dan werd gedacht. De afwijking was tot nu toe alleen bekend bij Abessijnen, Somali’s, Bengalen en Singapuras en huiskatten.

Wat is PKdef?
Allereerst PKdef heeft niets met PKD of nieren te maken! Pyruvaat Kinase is een enzym dat een belangrijke rol speelt bij de energiestofwisseling. Onvoldoende activiteit van dit enzym kan leiden tot instabiliteit en tekort van rode bloedcellen. De afwijking is ook bekend bij mensen en honden, maar verloopt niet hetzelfde. De symptomen van deze vorm van bloedarmoede kunnen zijn: sloomheid, zwakte, gewichtsverlies en gele kleur van de slijmvliezen. Vaak is de urine donkerder gekleurd. Er is een grote variatie in de leeftijd waarop deze ziekte zich openbaart, maar ook in de mate waarin katten hier last van hebben. Verder treden de verschijnselen ook periodiek op. Kortom geen duidelijk ziektebeeld wat direct herkend wordt. Er bestaat geen medicatie voor PKdef, alleen de symptomen kunnen bestreden worden. De afwijking is erfelijk, maar vererft recessief. Dragers zijn dus
volkomen gezond, maar katten die het foute gen van beide ouders hebben geërfd kunnen wel lijder zijn. Katten die aan PKdef lijden kunnen nog vrij oud worden, de oudste kat waarbij PKdef is geconstateerd was 14 jaar.
In het onderzoek worden de volgende rassen genoemd die een verhoogd risico lopen omdat daar een relatief hoog aantal dragers werden aangetroffen: Abessijn, Bengaal, Egyptische Mau, Kort- en Langharige huiskat , La Perm, Maine Coon, Noorse Boskat, Savannah, Siberische Kat, Singapura en Somali. Bij de Exotic Shorthair, de Pers en de Oosters Korthaar werden minder risicovolle percentages gevonden. Bij de rassen met een verhoogd risico om PKdeflijder te zijn of nakomelingen te produceren die aan PKdef lijden wordt aangeraden om hier op te testen.
Als oorzaak hoe rassen aan dit gen zijn gekomen worden de volgende mogelijkheden genoemd: het ras is ooit gekruist met een Abessijn waardoor naast een bepaalde gewenste eigenschap (bv het ticked patroon) ook deze ongewenste eigenschap ongezien werd geïntroduceerd in het ras. Het ras is ontstaan uit katten van onbekende herkomst waarin de achtergrond huiskatten voorkomen.
Bij de rasclub hebben zich al een aantal fokkers gemeld, die bij het testen resultaten ontvingen dat hun kat PKdef drager was. Na terugkoppeling met Leslie Lyons werd de rasclub op dit onderzoek geattendeerd. Ook werd zekerheidshalve de test van de in Nederland gevonden lijder nog eens door haar laboratorium uitgevoerd en bevestigd dat dit het zelfde resultaat opleverde. Na vergelijking van door de rasclub ontvangen resultaten en stambomen kon geconcludeerd worden dat deze deficiëncy niet gekoppeld is aan één specifieke lijn maar in diverse lijnen voorkomt. Dit bevestigt wat Leslie Lyons in haar onderzoek heeft gevonden. De rasclub ondersteunt dan ook het advies dat door Leslie Lyons wordt gegeven: testen, zodat u kunt voorkomen dat lijders ontstaan. U kunt dragers dus wel gebruiken met katten die negatief zijn getest voor deze afwijking.
Het is nog onduidelijk hoe sterk lijders getroffen worden. Het kan zijn dat de verschijnselen miniem zijn en/of niet herkend worden. Daarom is daar nog weinig over bekend. Belangrijk is wel dat wanneer u de uitslag krijgt dat uw kat PKdef lijder is die laat onderzoeken. De rasclub blijft graag op de hoogte van testresultaten en vooral ook van hoe de gezondheidstoestand van lijders is om een beter beeld te krijgen wat het effect is bij ons ras. Zonodig zal zij dit ook terugkoppelen met Leslie Lyons. In een later stadium zal het mogelijk zijn om testresultaten voor PKdef ook in onze testdatabase in te voeren.

Patella Luxatie (PL)

Opbouw van het kniegewricht
Het kniegewricht wordt gevormd door het dijbeen (femur) enerzijds en het scheenbeen (tibia) en kuitbeen (fibula) anderzijds. Over het kniegewricht heen loopt een pees van het bovenbeen naar het onderbeen met daarin de knieschijf (patella). Aan het bovenbeen zitten hele grote spieren (dijspieren), die lopen behalve van het bekken naar het bovenbeen ook over de kniepees een naar het onderbeen, waar de kniepees vastzit aan een botrichel (crista tibiae), een scherpe vooruitstekende rand, op het scheenbeen. De kniepees is dus min of meer een soort lager voor al die pezen die van het bovenbeen naar het onderbeen gaan. Dat maakt het kniegewricht ook zo soepel en beweeglijk. In het bovenbeen zit een groeve, waarin de knieschijf past en waardoorheen de knieschijf alleen van boven naar beneden en terug kan bewegen. Bovendien zit de knieschijf met peesjes aan het bot verankerd.

 

Patella luxatie
Bij patella luxatie schiet de knieschijf uit de groeve over het randje heen en komt ernaast te zitten, een enkele keer aan de buitenzijde, maar in de meeste gevallen aan de binnenzijde, doordat de tibia ook naar de binnenzijde draait. De knieschijf kan weer terug op haar plaats schieten in de groeve wanneer de kat probeert te lopen. Een kat is slim en zal de stand van de poot aanpassen wanneer zij een losse knieschijf heeft. Het achterpootje wordt wat naar uiten gezet, waardoor de stand van het onderbeen verandert en de knieschijf beter op haar plaats blijft zitten. Doordat bij een luxatie ook de kniepees niet meer
over het gewricht loopt, gaat de kat hinken en trekt de poot op: de knie kan niet meer buigen. De kat zal proberen het pootje los te schudden, waardoor de knieschijf weer op de goede plaats komt te zitten. Door bijvoorbeeld springen, zal de knieschijf er later weer afschieten. Het gemakkelijkst schiet de knieschijf van haar plaats als het been in rechte stand is, de patella zit dan mooi in het midden, er is heel veel beweging mogelijk en weinig spanning op de banden. Als het been wordt gebogen, zit er veel spanning op en kan de knieschijf ook bijna niet bewegen. De afwijking kan aan één of beide pootjes voorkomen. Dit hoeft niet in gelijke mate te zijn. Het is voor de kat meestal geen verschrikkelijk groot probleem, omdat deze zich, in tegenstelling tot de hond, goed aanpast. Maar het is wel een probleem waar men rekening mee moet houden. Bij een ernstige patella luxatie waar niets aan wordt gedaan, kan artrose (beschadiging van het gewricht) optreden. Woekeringen van het kraakbeen en het bot geven een heel stijf gewricht. De beschadiging ontstaat door het constant heen en weer bewegen van de knieschijf. Een lichte artrose laat een gewrichtspleet zien die niet meer zo scherp is, maar met nog wel een mooie ruimte erin. Bij ernstiger artrose wordt de gewrichtspleet veel nauwer door de ontstane woekeringen. De kat zal daar veel last van ondervinden. Omdat artrose niet meer terug te draaien is, moet men proberen deze te voorkomen.

 

Graden
Er zijn diverse gradaties, oplopend naarmate de ernst van de afwijking stijgt.
Graad 1: een afwijking van 10 graden. De knieschijf is bij het strekken van de knie en bij het naar buiten draaien van de hak, zonder druk uit te oefenen, naar de binnenzijde van de poot te luxeren.
Graad 2: een afwijking van 30 graden. Naast de afwijkingen zoals bij graad 1, schiet de knieschijf bij het lopen soms spontaan van haar plaats, waardoor de kat even de poot zal optrekken.
Graad 3: een afwijking van 60 graden. De knieschijf is permanent geluxeerd, maar nog wel terug te brengen op haar plaats.
Graad 4: een afwijking van meerqa dan 60 graden. De knieschijf is permanent geluxeerd en niet meer terug te brengen. De knie is stijf en voortdurend gebogen. De meeste katten hebben graad 1 of 2. De graden 1 en 2 vallen onder habituele patella luxatie, de graden 3 en 4 onder stationaire patella luxatie.

 

Oorzaken
Patella luxatie kan diverse oorzaken hebben. Ten eerste kan de groeve in het bovenbeen te ondiep zijn of helemaal plat. De groeve hoort een gleuf te zijn waarin de knieschijf kan op en neer bewegen. Ten tweede kan de bouw van het bot afwijkend zijn. Normaal staat het been in een mooie rechte lijn. Bij een ernstige patella luxatie is zowel het bovenbeen als het onderbeen wat gedraaid en zit de crista tibiae niet meer mooi in het midden. Dit verandert ook de stand van de knieschijf die daardoor gemakkelijk van de plaats kan schieten. Behalve de bouw van de botten is spierkracht ontzettend belangrijk om de knieschijf op de plaats te houden. Ondanks een slecht gebouwde knie, kan een kat met sterke bovenbeenspieren zich vaak heel goed redden. De stand van het pootje is dan wel afwijkend.

 

Onderzoek
Er zijn uitgebreide testen, waarmee gekeken wordt of de knieschijf opzij te bewegen is. Bij katten is het belangrijk dat er niet te hard tegen de knieschijf wordt geduwd, omdat het tere dieren zijn met tere peesjes en er door forceren beschadiging kan optreden. De knieschijf moet met weinig moeite van haar plaats kunnen worden gedrukt. Testen gebeurt onder andere door het pootje te strekken en te kijken hoeveel beweging mogelijk is. Enige beweging is altijd mogelijk. Dat is normaal en moet ook, omdat de kat anders een geheel stijve knie zou hebben. Er wordt bekeken of de knieschijf netjes midden op het bovenbeen zit als het pootje recht staat en of de knieschijf al van haar plaats te krijgen is door het onderbeen iets te draaien of door de hak iets naar buiten te draaien. Voorts is artrose in de knie natuurlijk ook een aanwijzing dat er iets niet goed is. Door middel van voelen zijn de patiënten goed op te sporen, röntgenonderzoek is daarvoor niet nodig. (Wel om artrose aan te tonen.) Met een goed protocol kan ook de practicus goed op patella luxatie testen. Ernstige afwijkingen zijn al op jonge leeftijd te constateren. Een definitieve patella luxatie vrij verklaring is echter pas af te geven als de kat volgroeid is.

 

Therapieën en prognose
Er hoeft niet operatief te worden ingegrepen als de knieschijf slechts zelden luxeert. Wel als de kat er echt last van heeft en kreupel loopt. Als de patella luxatie niet zo ernstig is, kan de knieschijf met teugeltjes worden vastgezet. Met hechtdraad wordt een teugeltje door de pees langs het bovenbeen achter aan de sesambeentjes gezet, zodat het teugeltje de pees in de goede richting trekt. In ernstiger gevallen kan de crista tibiae waar de pees aan vastzit, in zijn geheel worden verplaatst in de richting die nodig is om de knieschijf in de goede stand te krijgen. Deze behandeling is aanzienlijk ingrijpender. De crista tibiae en de pees worden losgehakt, verschoven naar de goede plaats precies in het midden en vastgezet met pinnetjes door het bot heen. Eventueel kan ook de groeve worden uitgediept. Door een dergelijke operatie wordt de stand van de pees veranderd en op spanning gezet. Meestal wordt het kapsel eromheen ook ingekort, zodat daar ook spanning op komt te zitten, waardoor het allemaal heel stevig in elkaar zit. Dan moet het genezen en is het de bedoeling dat de knieschijf netjes op de plek blijft zitten. De prognose na een operatie is goed.

 

Erfelijkheid
Hoewel de wijze van vererving niet helemaal duidelijk is, is het wel duidelijk dat een afwijkende stand van het been voor een deel erfelijk is. Bij een aantal rassen komt de aandoening meer voor dan bij andere rassen. Met goede fokprogramma’s kan het probleem aanzienlijk worden verminderd. De afwijking eruit fokken door te kruisen met katten die vrij zijn van patella luxatie, is niet mogelijk. Daardoor worden er slechts verborgen dragers gefokt en komt de afwijking in volgende generaties weer tot uiting. Daarom is het ten zeerste af te raden met katten met deze afwijking te fokken. Ook eventuele nakomelingen moeten voor de fok worden uitgesloten. Het is verstandig, voor er met een kat gefokt gaat worden, de kat te laten testen en een schriftelijke verklaring van de uitslag te vragen.

Spinale Musculaire Atrofie (SMA)

Spinale Musculaire Atrofie (SMA)
SMA is een autosomaal recessieve aandoening, waarbij de zenuwcellen die de skeletspieren aansturen, afsterven. Hierdoor ontstaat spierzwakte die voor het eerst zichtbaar wordt op een leeftijd van 3-4 maanden. De kittens gaan moeilijker lopen en krijgen moeite met springen. Ze hebben echter geen pijn. Er zijn op dit moment katten van 9 jaar nog in leven met deze aandoening.

Autosomaal recessief
Autosomaal wil zeggen niet geslachtsgebonden, dus het kan zowel bij katers als poezen optreden. Recessief is het tegenovergestelde van dominant. Een kitten hoeft het gen voor een dominante eigenschap maar van één ouder mee te krijgen om de eigenschap al te hebben. Bij een eigenschap die de gezondheid betreft (zoals een erfelijke ziekte), betekent dit dat het kitten aan deze ziekte lijdt. Bij een recessieve eigenschap kun je het defecte gen bij je dragen zonder dat je ziek wordt: je wordt dan een “drager” genoemd. Dit is aan de buitenkant niet zichtbaar. Pas als je twee dragers met elkaar kruist en allebei de ouders het gen voor de recessieve eigenschap aan een kitten doorgeven, wordt het kitten ziek en wordt deze eigenschap dus zichtbaar. Een recessieve aandoening kan zich dus gemakkelijk in een populatie verspreiden zonder dat je het merkt. Dit is dus bij SMA het geval.

Het gevaar van SMA
Omdat SMA een recessieve aandoening is, kan een Maine Coon drager zijn zonder dat iemand dit weet. Deze kat kan het recessieve gen doorgeven aan vele nakomelingen, ook weer zonder dat dit bekend wordt, zolang de kat maar gekruist wordt met een kat die geen drager is (en natuurlijk ook geen lijder aan de ziekte is). Het gezonde gen van de ene ouder zorgt ervoor dat het kitten de ziekte niet krijgt. Aandoeningen die recessief vererven, zullen pas optreden op het moment dat de verspreiding van het gen in een populatie groot is, dus als er al veel dragers zijn. De kans dat twee dragers met elkaar gepaard worden, is dan namelijk ook groot. Met het aantal importen dat er plaatsvindt in Nederland is het onwaarschijnlijk dat het gen voor SMA niet in Nederland voorkomt. Met de nu ontwikkelde DNA-test kan vastgesteld worden of een kat drager is van dit gen en kunnen maatregelen getroffen worden om kittens met SMA te voorkomen. Dit betekent dat we nu de kans hebben een belangrijke bijdrage te leveren aan het behoud van een gezond en fantastisch kattenras, de Maine Coon!
De beschikbare test
De nu beschikbare test is een DNA-test, waarbij 3 uitslagen mogelijk zijn:
1. Het dier is vrij van het defecte gen en dus gezond
2. Het dier is drager van het defecte gen, maar is niet ziek
3. Het dier is lijder en dus ziek.
Ik heb nog nooit een kitten met SMA verschijnselen gezien of er van gehoord, dus waarom zou ik testen?
Aangezien SMA veroorzaakt wordt door een recessief gen, kom je pas kittens met de aandoening tegen als 2 dragers met elkaar gekruist worden. De kans is dan 25% ofwel 1 op de 4 kittens. Dit is een theoretische kans, er hoeft dus geen kitten met SMA geboren te worden, net zoals de theoretische kans op poezen in een nest 50% is. Maar er worden ook nesten geboren met uitsluitend poezen of uitsluitend katers! Het kan dus zijn dat u tot nu toe gewoon geluk hebt gehad.
Wat moet ik doen als ik een drager in mijn fokpopulatie heb?
Allereerst moet u voor uzelf uitmaken hoe belangrijk de poes of kater is voor uw fokprogramma. Dragers worden niet ziek en kunnen gewoon voor de fok gebruikt worden, op voorwaarde dat deze dragers gekruist worden met katten die vrij zijn van het SMA-gen. Kittens geboren uit een combinatie van een SMA-vrij ouderdier en een drager, zullen niet ziek worden, maar hebben 50% kans zelf ook drager te zijn. Door vervolgens alle kittens uit deze combinatie te testen, is het mogelijk een SMA-vrij kitten aan te houden voor de fok en dragers (met een fokverbod) uitsluitend plaatsen bij liefhebbers. Op deze manier zal uiteindelijk een SMA-vrij kattenbestand ontstaan.
Moet ik al mijn dieren testen?
Dat is afhankelijk van uw populatie. Als al uw huidige fokdieren afkomstig zijn van 2 of 3 ouderdieren, dan is het in eerste instantie voldoende om deze dieren te testen. Als deze allemaal SMA-vrij zijn, dan zijn hun nakomelingen dat automatisch ook. Zit er een drager tussen de ouderdieren, dan zult u de nakomelingen van de drager eveneens moeten testen om vast te stellen of deze nakomelingen ook drager zijn of dat deze vrij zijn. Zijn niet alle ouders van uw fokdieren in uw bezit, dan kunt u natuurlijk altijd de fokkers van (een van) de ouders van uw dieren benaderen met de vraag of zij hun dieren willen testen. Hiermee voorkomt u dat u alle nakomelingen moet testen, als u 2 of meer nakomelingen uit eenzelfde combinatie in uw fokpopulatie hebt.

Heup Dysplasie (HD)

Heup Dysplasie (HD)
Als je mensen hoort praten over heup dysplasie en over het maken van röntgenfoto’s, denk je al snel dat men het heeft over honden. Maar dit probleem komt ook voor bij katten. Heup dysplasie is een erfelijke afwijking in het komgewricht (in het bekken) wat betekent dat de kom niet zo diep is als hij zou moeten zijn. Hierdoor past de bal niet goed in het komgewricht en de oppervlaktes beginnen tegen elkaar aan te schuren. Dit veroorzaakt op zijn beurt degeneratie van het kraakbeen zodat uiteindelijk bot op bot tegen elkaar schuurt. Dit kan pijn veroorzaken bij de kat tijdens het bewegen. Katten zijn in het algemeen heel goed in het verbergen van pijn en kunnen lijden aan HD zonder ook maar enigszins kreupel te lopen. Daarentegen kunnen ze voorzichtiger of minder bewegen dan katten normaal doen, en kunnen het springen proberen te vermijden. Katten met een milde vorm van HD kunnen helemaal geen last van hun heupen hebben.

    

Foto links: Röntgenfoto van een kat met normale heupen
Foto rechts: Röntgenfoto van een kat met HD, graad 3, in beide heupen

Sinds januari 2000 houdt de Zweedse Maine Coon rasvereniging een openbaar register bij waarin heup röntgenfoto worden bewaard. De administratie voor dit register wordt sinds juni 20120 bijgehouden door Pawpeds. De aanbeveling is dat alle fokdieren getest zouden moeten worden voordat ze in een fokprogramma opgenomen gaan worden, om op die manier HD in het ras te verminderen. Het register is officieel en heeft als doel om uit te zoeken wat de frequentie van HD in het Maine Coon ras is. Het gezondheidsprogramma werkt samen met de dierenarts Dr. Lars Audell, dit is de voornaamste specialist in zijn vakgebied in Zweden. Dr Audell stuurt de beoordeelde röntgenfoto’s en de test resultaten naar de beheerder van het register. De beheerder bewaart de röntgenfoto’s en registreert de resultaten welke – 60 dagen nadat de eigenaar van de kat de resultaten heeft ontvangen – openbaar gemaakt zullen worden. Het resultaat wordt naar de eigenaar van de kat gestuurd zodra PawPeds de betaling heeft ontvangen.
Andere rassen dan de Maine Coon kunnen ook gebruik maken van dit programma
Aangezien heup dysplasie niet alleen bij Maine Coons wordt aangetroffen, kan het interessant zijn voor andere rassen om te weten dat ook zij aan het gezondheidsprogramma kunnen deelnemen. Het komt in meerdere of mindere mate in de meeste rassen voor. Als er eenmaal een bepaald aantal evaluaties beschikbaar zijn, is het mogelijk voor de fokkers van dat ras om specifieke aanbevelingen te doen voor hun ras. Het register voor andere rassen zal door dezelfde persoon beheerd worden als het Maine Coon register en de procedure is op dit moment hetzelfde.

Aanbevelingen voor het testen en fokken van Maine Coons
Het evaluatie protocol onder dit systeem is als volgt:
Normal: goede heupen, geen afwijking
Borderline: geen perfecte structuur, maar niet uitgesproken dysplastisch
Grade 1: the lichtste vorm van dysplasie
Grade 2: middelmatig aangetaste heupen
Grade 3: ernstig aangetaste heupen
We zijn aan het begin van het gezondheidsprogramma geadviseerd door een geneticus om een niet te smalle selectie van de fokpopulatie te maken. Het zou niet verstandig zijn om katten met HD totaal uit te sluiten van de fok. Daarom adviseren we tegenwoordig dat katten met een testresultaat “Grade 1” op de schaal die gebruikt wordt in Zweden niet automatisch uitgesloten worden van de fok maar dat ze verpaard worden met dieren die geen tekenen van HD (“Normaal”) hebben.
Heup dysplasie bij katten is een erfelijke eigenschap waar meerdere genen bij betrokken zijn. Twee katten die geen tekenen van HD vertonen kunnen samen een nakomeling krijgen die wel HD ontwikkelt. Twee katten met HD kunnen ook kittens krijgen die geen HD ontwikkelen. Daarom moet elke generatie van de fokdieren getest worden op HD om de kans op het ontwikkelen van HD te verkleinen.
Resultaten en statistieken van het gezondheidsprogramma worden regelmatig gepubliceerd.
Het aantal op HD geteste katten en de beschikbare resultaten is nog steeds heel klein maar de ontwikkelingen zien er zeker veelbelovend uit. De statistieken tonen duidelijk dat de ouders met een normale heup status in het algemeen nakomelingen krijgen met betere resultaten dan ouders van wie de heup status onbekend is.

PKD of Polycystic Kidney Disease

Wat houdt PKD precies in?

PKD is de afkorting voor Polycystic Kidney Disease. Het is een erfelijke aandoening die bij katten voorkomt.

Katten met PKD hebben in beide nieren meerdere cystes (= met vocht gevulde holtes). Zowel het aantal cystes als de omvang van de cystes zal toenemen met het ouder worden van de kat. (De grootte kan varieren van enkele mm’s tot enkele cm’s). Deze cystes verdrukken het gezonde nierweefsel waardoor de nierfunctie minder zal worden. Je kunt het vergelijken met een ballon die langzaam opgeblazen wordt en door het groter worden het nierweefsel daaromheen verdrukt. Uiteindelijk zal er chronisch nierfalen optreden.

Klachten ontstaan dan ook meestal pas op latere leeftijd. Gemiddeld pas rond de 6-7 jaar komen de eerste klachten van nierproblemen naar voren.

Waarom moet er getest worden op PKD?

PKD is een gevaarlijke ziekte. Doordat de ziekte pas na jaren aan het licht komt is het van belang om de ziekte al in een vroeg stadium aan te tonen, zodat er met deze pkd positieve dieren niet wordt gefokt! Als er niet op getest wordt kan een PKD lijder al meerdere generaties verwekt hebben voordat de ziekte zich openbaart. Het is dus van groot belang dat de ziekte door alle katteneigenaren die willen fokken onderkend en onderzocht wordt om de ziekte een halt toe te roepen.

Hoe is PKD in Nederland terecht gekomen?

PKD is in Nederland terecht gekomen door de import van aan PKD lijdende katten uit Amerika. Er is een duidelijke verschil in voorkomen tussen de rassen. PKD komt het meest voor bij de Perzische kat en Exotics. (naar schatting heeft 1/3 van de perzenpopulatie in Nederland deze aandoening). Ook bij een aantal rassen, waarin in het verleden door middel van kruisingen kenmerken van Perzen of Exotics werden ingebracht, komt PKD voor. Bijvoorbeeld de Britse Korthaar, de Heilige Birmaan en de Ragdoll.

Oorzaak van PKD

PKD wordt veroorzaakt door een fout in het DNA waardoor een bepaald eiwit dat van belang is voor een goede nierfunctie verkeerd wordt aangelegd. PKD overerft dominant. Dat betekent dat bij aanwezigheid van één allel PKD1 de ziekte tot uiting komt. Een allel is een drager van erfelijke informatie. Er zijn 2 allelen: PKD1 en pkd1.

Allelen komen altijd gepaard voor en hierdoor zijn de volgende combinaties mogelijk:

  • pkd1/pkd1. De kat is PKD vrij.
  • PKD1/pkd1. De kat is lijder en zal in de toekomst PKD krijgen. Hij of zij kan PKD aan de volgende generatie doorgeven.
  • PKD1/PKD1: Uit recent onderzoek is gebleken dat deze genetische combinatie niet voorkomt bij volwassen dieren. Dit duidt erop dat het om een dodelijke afwijking gaat waarbij de kittens als embryo al sterven of vlak na de geboorte overlijden. (Het moment van overlijden is nog niet duidelijk)

Als een kat PKD heeft moet er altijd één of allebei de ouders PKD hebben. Uit twee PKD vrije ouders kan geen PKD kat geboren worden.

Wat zijn de symptomen van PKD?

Zolang de nieren nog voldoende functioneren zullen er geen klachten zijn. Zodra de nierfunctie achteruit gaat en meer dan 70% van het nierweefsel is aangetast zal de kat symptomen van nierfalen krijgen. Dit kan jaren duren.

    • De symptomen van nierfalen zijn

 

  • verminderde eetlust
  • vermageren
  • veel drinken en veel plassen
  • minder actief
  • bij buikpalpatie kunnen grote bobbelige nieren te voelen zijn
  • uitdroging, de huid blijft staan als je deze optilt
  • bleke slijmvliezen door bloedarmoede
  • braken

Hoe wordt PKD gediagnostiseerd?

 

Echo

Met behulp van een echo is de diagnose in een vroeg stadium te stellen.
De minimum leeftijd waarop een echo redelijk betrouwbaar is, is 6 maanden. Laat men de kat eerder testen, het kan vanaf 8-9 weken leeftijd, dan kan een vals-negatieve uitslag gevonden worden en moet het onderzoek op een leeftijd van 6 maanden herhaald worden. Hoe ouder de kat is als deze getest wordt hoe betrouwbaarder de uitslag is.

Er is ook DNA onderzoek beschikbaar om bij katten de erfelijke aanleg voor PKD vast te stellen. Dat betekent dat op voorhand, vóórdat de dieren worden ingezet voor de fokkerij, vastgesteld kan worden welke katten op latere leeftijd in de problemen komen tengevolge van PKD.

Voor het DNA onderzoek is het nodig om wat bloed af te nemen. Bij het bezoek aan de dierenarts dient u de stamboekgegevens van uw kat mee te nemen zodat het zeker is dat het bloedmonster van de betreffende kat is. Een chip is verplicht om de kat met zekerheid te kunnen identicficeren. Als de kat niet gechipt is geeft het laboratorium alleen een verklaring af dat het bloed dat onderzocht is geen PKD had. Echter op de verklaring wordt dan niet de naam van het dier erbij gezet!

De DNA test is betrouwbaar. Het voordeel van de DNA test is dat het maar eenmalig gedaan hoeft te worden op welke leeftijd je deze ook uitvoert.

Wat is de therapie voor PKD?

Een echte therapie om de kat te laten genezen is er helaas niet. De cystes in de nieren kunnen niet weggenomen worden. Ze worden steeds groter en richten na verloop van tijd steeds meer schade aan.

Chronisch nierfalen
Om de nieren zoveel mogelijk te ondersteunen adviseren we om het chronisch nierfalen te behandelen. Dit kan door middel van medicijnen en een speciaal nierdieet . We proberen daarmee de nieren te ontlasten en verdere achteruitgang te voorkomen. Indien nodig kunnen we de kat ook opnemen om met behulp van een infuus de nieren te spoelen. Hierdoor wordt het bloed ontdaan van de gifstoffen een soort dialyse.

 

Tekenen van nierfalen of een slechte nierfunctie bij een kat zijn:

  • veel drinken en veel plassen
  • verminderde eetlust
  • vermageren
  • slechte adem
  • overgeven en/of diarree
  • lusteloosheid en zwakte
  • slechte vachtverzorging, een mottige vacht

Deze behandeling zal de ontwikkeling van chronisch nierfalen zoveel mogelijk vertragen en verlicht de symptomen die als gevolg van PKD optreden. Hierdoor verbeteren de levensverwachting en de levenskwaliteit van de kat. Helaas kan de ziekte niet overwonnen worden en zal de kat uiteindelijk overlijden aan PKD. Door de kat zo goed mogelijk te ondersteunen kan dit moment zo lang mogelijk uitgesteld worden.

Bon: dierenkliniek Wilhelminapark

Hypertrofische CardioMyopathie (HCM)

Wat is HCM

 

Hypertrofische CardioMyopathie (HCM) is een hartafwijking die aangetroffen wordt bij zowel raskatten als huis- tuin en keukenkatten. Cardio staat voor hart en myopathie voor zieke spier.
Het hart is een pomp die de bloedcirculatie in het lichaam verzorgt. Net als bij mensen heeft het hart van een kat vier compartimenten; de rechter boezem, de rechter kamer, de linkerboezem en de linkerkamer. De rechter boezem ontvangt bloed van diverse grote aderen en stuwt dit naar de rechterkamer. Door het samentrekken van de rechterkamer wordt het bloed naar de longslagader gepompt vanwaar het door beide longen stroomt. Hierbij wordt het bloed van zuurstof voorzien, vervolgt zijn weg naar de linkerboezem en van daar naar de linkerkamer waar het door samentrekking in de lichaamsslagader (aorta) wordt gepompt. Hiervandaan stroomt het bloed door de verschillende organen om zich via de holle aders weer te verzamelen in de rechterboezem. De hartkleppen zorgen er voor dat het bloed maar één kant uit kan en verhinderen dat het terugstroomt.

watishcmBij HCM zijn de spieren van de wand van de linkerkamer in dikte toegenomen (hypertrofie). Dit veroorzaakt een toenemende verstijving in de linkerkamer waardoor die zich niet efficiënt kan vullen. Bovendien wordt de ruimte in de linkerkamer steeds kleiner, met als gevolg dat minder bloed rond gepompt wordt en de ruimte in de linkerboezem vergroot. Hierdoor ontstaat o.a. een vergrootte kans op trombose. Door een drukstijging in de linker boezem neemt de druk in de longvaten toe, wat leidt tot vochtophoping in de longen en de borstkas. Tevens kan bij HCM een verdikking van de spieren, waarmee de hartkleppen bevestigd zijn, optreden en een abnormale beweging van de hartkleppen, ook wel SAM (Systolic Anterior Motion) genaamd, ontstaan.

 

 

 

 

 

Wat zijn de verschijnselen van HCM
Het is heel goed mogelijk dat een kat niet of nauwelijks symptomen vertoont en men pas na een plotselinge dood merkt dat dit veroorzaakt werd door HCM. De volgende klachten kunnen een aanwijzing zijn voor HCM:

  • slechte eetlust
  • benauwdheid
  • versnelde ademhaling
  • verlamming van de achterpoten
  • hartruis (Niet iedere hartruis is een teken van HCM is en niet bij alle gevallen van HCM kan een hartruis via een stethoscoop worden gehoord.)

Bij welke rassen komt HCM vaker voor
HCM komt vaker voor bij de rassen Brits Korthaar, Maine Coon en Ragdoll, maar ook in minder mate bij de Noorse Boskat, de Turks Angora en de Blauwe Rus. Bij Siamezen, Burmezen en Abessijnen zou HCM vrijwel niet voorkomen, hier komt wel een vorm van hartspierziekte voor waarbij de hartspier dunner, wijder en zwakker wordt: CCM, Congestieve CardioMyopathie.

Hoe kan ik laten testen of mijn kat HCM heeft
De enige betrouwbare methode voor het opsporen van HCM het maken van een echocardiogram gemaakt door een van de specialisten die genoemd worden in de lijst Testadressen 2011 in Nederland en België Echografisch onderzoek Hart en Nieren (HCM/PKD).
Bij overlijden kan via een autopsie uitgezocht worden of dit door HCM veroorzaakt werd.
Katten die aan HCM gestorven zijn hebben meestal een relatief groot hart, met een verdikte hartspier van de linker kamer en een vergrote linker boezem. Niet iedere verdikking van de hartspier wordt veroorzaakt door HCM. Bij katten ouder dan 8-10 jaar kan een verdikte hartspier ook ontstaan bij een te hoge bloeddruk of bij een te sterk werkende schildklier)

Moet mijn kat onder narcose voor een echocardiogram
Voor het maken van een echo is meestal geen narcose nodig. Het onderzoek duurt ca. een half uur. Er wordt een kleine plek bij de oksel kaal geschoren. Bij een halflangharig kat valt die meestal niet op en hoeft dan ook geen beletsel te vormen om de kat op shows uit te brengen. Alternatief is het natmaken van de oksel met (70 %) alcoholbevattende vloeistoffen, dan hoeft de kat niet geschoren te worden.

Wat betekent de testuitslag van het echocardiogram
Negatief: op dit moment zijn er geen aanwijzingen voor HCM. Omdat deze uitslag een momentopname is er geen garantie dat de kat later geen HCM krijgt of vererft.
Verdacht (equivocal): er zijn aanwijzingen die er mogelijk op duiden dat de kat HCM heeft. De specialist zal u een advies geven om binnen een bepaalde termijn terug te komen om de verdere ontwikkeling te kunnen beoordelen. Deze situatie kan dus in positieve of negatieve zin wijzigen, of enige tijd constant blijven zodat nog geen duidelijke uitslag te geven is.
Positief: er zijn aanwijzingen voor HCM. De specialist zal, afhankelijk van de ernst van de afwijkingen bij het echografisch onderzoek , medicatie voor uw kat voorschrijven of naar een andere arts hiervoor verwijzen. Deze situatie is niet omkeerbaar, de kat zal altijd HCM houden.

Op welke leeftijd kan HCM optreden
In het algemeen wordt HCM aangetroffen bij katten jonger dan 5 jaar (maar het kan ook op latere leeftijd voorkomen). Deze afwijking is wel aangetroffen bij kittens op de leeftijd van 6 maanden, maar gebruikelijk is rond de 2 jaar. Ook het geslacht kan een rol spelen. Bij katers wordt deze afwijking meestal op jongere leeftijd vastgesteld dan bij poezen. Daarnaast is opvallend dat bij katten, bij wie op zeer jonge leeftijd HCM wordt vastgesteld, er meestal sprake is van een agressievere vorm, waarbij de levensverwachting zeer kort is.

Is HCM te genezen
Er is geen genezing mogelijk, maar medicijnen kunnen HCM katten soms nog wel 6 jaar in leven houden! De behandeling varieert naar gelang de symptomen en kan bestaan uit het geven van vochtafdrijvers, middelen die de hartwerking verbeteren of die de kans op trombose verminderen en een hartondersteunend dieet. Stress moet zoveel mogelijk worden vermeden.

Welke andere ziektes lijken op HCM maar zijn het niet
Helaas wordt bij de genoemde symptomen vaak snel een conclusie getrokken dat het wel HCM zal zijn, maar er kunnen ook andere redenen zijn waardoor dit beeld ontstaat. Laat daarom bij verdenking op HCM dit altijd controleren door een specialist zodat andere oorzaken kunnen worden uitgesloten.

Waardoor wordt HCM veroorzaakt
HCM is een genetische afwijking die autosomaal dominant vererft. Autosomaal houdt in dat het niet uitmaakt of het van de moeder of de vader komt en ook niet uit maakt of het kitten een poes of een kater is. Dominant betekent dat het al kan ontstaan als één ouder dit doorgeeft. Niet alle katten met HCM hebben dezelfde verschijnselen; ook is er een grote variatie in de wijze waarop HCM zich ontwikkelt. Er zijn ook katten die HCM vererven en zelf helemaal geen verschijnselen vertonen.
HCM is een afwijking die ook bij mensen voorkomt. Er wordt dan ook veel onderzoek gedaan naar welke genen hiervoor verantwoordelijk zijn. Er zijn inmiddels meer menselijke HCMgenen gevonden en die worden allemaal vergeleken. Men neemt op dit moment aan dat HCM bij katten door meerdere genen veroorzaakt wordt en dat die per ras zelfs verschillen. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de verschillende verschijningsvormen van HCM.

Kan ik mijn kat laten testen door middel van een DNAtest
Het is ook mogelijk om uw kat te laten testen via een DNAtest. Hiervoor worden via een wattenstaafje cellen van het wangslijmvlies afgenomen of bloed van de kat afgenomen. Deze DNA-test kunt u laten uitvoeren bij de laboratoria genoemd in de lijst DNA-testadressen.
Het is belangrijk dat u weet dat de testen rasspecifiek zijn en enkel voor de betrokken genmutatie. Het is dus nog steeds mogelijk dat uw kat HCM krijgt die veroorzaak wordt door een ander gen.

Welke HCM DNA-testen zijn er
Op dit moment zijn er 3 verschillende HCM-testen.

HCM 1 (Meurs) uitsluitend bestemd voor de Maine Coon.
HCM 2 (Koch) deze mutatie is gevonden bij diverse rassen: Brits Korthaar, Brits Langhaar, Devon Rex, Heilige Birmaan, Maine Coon, Noorse Boskat, Pers, Ragdoll, Blauwe Rus, Turks Angora (volgens opgave van de diverse laboratoria).
HCM 3 uitsluitend bestemd voor de Ragdoll.

Op de Algemene Ledenvergadering van de FIFé van 2009 werd door de FIFé Commissie voor Gezondheid en Welzijn het advies opgenomen om op een aantal erfelijke afwijkingen middels een DNAtest te testen. Wat betreft HCM werd uitsluitend de HCM test nr 1 voor Maine Coons en HCM test nr 3 voor Ragdolls aangeraden. Met betrekking tot gentest HCM2 zijn nog geen wetenschappelijke publicaties verschenen. Om die reden werd deze test door de bekende geneticus Leslie Lyons op het World Cat Congress in 2009 afgeraden.
Verwacht wordt dat er in de toekomst nog meer afwijkingen gevonden worden gerelateerd aan HCM die leiden tot nieuwe testen.

Wat betekent de testuitslag van de DNA-test voor HCM
De testuitslag kan negatief of positief zijn, onderverdeeld in heterozygoot of homozygoot.
Negatief
Als de test negatief is, heeft de kat dit specifieke gen niet. Dat betekent niet automatisch dat zijn ouders ook negatief zijn, maar wel (mits gekruist met een negatieve partner) dat de nakomelingen het gen ook niet zullen hebben. Het is echter nog steeds mogelijk dat deze kat een hartkwaal ontwikkelt die veroorzaakt wordt door een ander gen.
Positief
Als de test positief is, heeft de kat dit specifieke gen wel. Bij heterozygoot (+-) heeft hij één exemplaar van het gemuteerde gen en één normaal gen. Dat betekent dat in ieder geval één van zijn ouders dit gen ook heeft. Bij homozygoot (++) betekent dit automatisch dat beide ouders dit gen hebben. Zowel de geteste kat als de positieve ouder(s) kan een hartkwaal ontwikkelen, veroorzaakt door dit gen. Daarnaast blijft het mogelijk dat deze kat een hartkwaal krijgt die veroorzaakt wordt door een ander gen. Bij homozygoot is de kans groter dat een hartkwaal zich ontwikkelt.
Een DNA-test is eenmalig, de uitslag kan niet veranderen. Daarom hoeft hij niet herhaald te worden op dezelfde kat. Een DNA-test kan nooit gezien worden als een vervanging van de HCM echo, uitsluitend als een aanvulling.

Wat is het advies aan fokkers over het testen van HCM
Laat katten voordat zij voor de fok gebruikt worden testen op HCM via echocardiogram en via de DNA-test (indien van toepassing). Dit advies geldt met name voor de rassen Brits Korthaar, Maine Coon en Ragdoll.

Wat betreft de hartecho is de richtlijn:

  • op de leeftijd van 1 jaar
  • niet fokken met katten die positief of verdacht zijn
  • vervolgens bij dekkaters ieder jaar herhalen ( na castratie op de leeftijd van 3 jaar, 5 jaar en 8 jaar)
  • bij poezen herhalen op de leeftijd van 3 jaar, 5 jaar en 8 jaar

Wat betreft de DNA-test is de richtlijn:

  • niet leeftijdsgebonden en eenmalig
  • niet fokken met katten die homozygoot positief zijn voor het HCM gen
  • katten die heterozygoot positief zijn uitsluitend gebruiken met partners die negatief zijn, met het doel om hier op termijn een negatieve nakomeling uit aan te houden. Dan kan de positieve ouder gecastreerd kan worden zonder dat al zijn andere genen verloren gaan. Dat zou problemen kunnen opleveren voor de variatie in de genenpoel waardoor mogelijk andere kwalen de overhand krijgen.

Waarom moet de HCM-test via echo zo vaak herhaald worden
Er is een grote variatie in de verschijningsvorm van HCM. Aanvankelijk dacht men dat het voldoende was om katers op de leeftijd van 2 jaar en poezen op de leeftijd van 3 jaar te testen om een definitieve uitslag te krijgen, maar deze denkwijze blijkt achterhaald te zijn. Een echo is altijd een momentopname en zegt niets over het feit of de kat in de toekomst nog HCM kan ontwikkelen. Pas als de kat op achtjarige leeftijd op de echo nog geen tekenen van HCM vertoont, kan men redelijker wijs aannemen dat dit hierna niet meer zal gebeuren. Als dieren maar eenmalig voor de fok hierop worden getest en daarna niet meer kan het onjuiste beeld ontstaan dat men met een “veilige” lijn fokt terwijl dat niet het geval is. Met name voor gebruikte dekkaters is dit van belang omdat deze een grotere invloed hebben dan een gebruikte fokpoes.

Bron: Rasclub Maine Coon.

Feline Immunodeficiëntie Virus (FIV)

Net zoals AIDS (HIV) bij de mens, bestaat er ook een immunodeficiëntie-virus bij katten: FIV (feline immunodeficiëntie virus). Hoewel FIV tot dezelfde familie behoort als HIV, is er geen enkel gegeven dat erop wijst dat het virus kan worden overgedragen op de mens. FIV kan alleen de kat besmetten en niet de mens. Het is dus geen zoonose!!

Het virus wordt overgebracht via bloedcontact. Vooral via vecht- en bijtwonden worden katten geïnfecteerd. Omdat katers veel vaker vechten is het percentage geïnfecteerde katers tweemaal zo groot als geïnfecteerde poezen. De ziekte komt het meest voor onder normale huiskatten die naar buiten gaan. Minder intensieve contacten zoals likken en snuffelen, die bij bijvoorbeeld FeLV zeer belangrijk zijn, houden weinig gevaar in. De ziekte komt dan ook meer voor bij buitenkatten, en meer bij katers dan bij poezen.
Ook bij dekkingen wordt er vaak gebeten (nekbeet) waardoor een poes geïnfecteerd kan worden door de kater. Een drachtige poes kan het ook via de placenta en later via de moedermelk overbrengen op haar kittens.

Samengevat: FIV wordt dus voornamelijk overgedragen door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact.
FeLV wordt daarentegen voornamelijk door langdurig sociaal contact overgedragen en in een veel mindere mate door een bijtwond met vechten

Symptomen
Het FIV verstoort het immuunsysteem van de kat (immunodepressie): de witte bloedcellen doen hun werk niet meer zoals het hoort. Door het verzwakte immuunsysteem wordt de kat gevoeliger voor infecties.
• Het acute stadium. Eerst krijgt de kat koorts en kan ze twee à drie maanden rondlopen met gezwollen klieren. Op dat moment is ze bijzonder vatbaar voor huid- en darminfecties.
• De symptoomloze fase. Nadien geneest ze, maar blijft het virus wel in haar bloed zitten. Vanaf dan kan ze andere katten besmetten met FIV. Zo kunnen katten het virus jarenlang (wel 5 jaar!) uitscheiden, zonder dat hun toestand een infectie doet vermoeden. Tot hun klieren later opnieuw beginnen te zwellen.
• Aspecifieke symptomen en Aids. Het eindstadium van de ziekte wordt gekenmerkt door virale en bacteriële infecties, als gevolg van de immunodepressie die het virus veroorzaakt. Deze verschijnselen zijn vergelijkbaar met AIDS bij de mens. Er treden dan mond-, neus-, oog-, huid- en darminfecties op. De kat kan ook bloedarmoede en koorts krijgen de kat vermagert ernstig. Soms zie je ook neurologische verschijnselen.
Al die symptomen doen zich meestal voor bij katten van meer dan tien jaar oud.

Diagnose
De diagnose wordt met zekerheid gesteld door bloedonderzoek. Bij de kat wordt een klein beetje bloed afgenomen. Met behulp van een bloedtest worden antilichamen tegen het FIV-virus aangetoond. De meeste katten maken antilichamen 3-4 weken na infectie. Een eenmalige positieve uitslag betekent dat de kat besmet is. Voor FIV zijn er tegenwoordig zeer betrouwbare ‘snel-testen’ ontwikkeld. Na bloedafname heeft U met deze test na 5-10 minuten al een uitslag. Deze test wordt dan ook vaak gebruikt om katers en poezen te screenen voordat er een dekking plaatsvindt. Omdat een kat er nooit in slaagt een infectie met FIV de kop in te drukken, betekent een positieve uitslag dat het dier levenslang drager en dus uitscheider van het virus zal zijn.

Preventie en behandeling
Genezing is helaas onmogelijk. De secundaire bacteriële infecties kunnen worden bestreden met o.a. antibiotica, maar dat is uitstel van executie… Een kat met aids zal uiteindelijk overlijden aan de complicaties van de ziekte.
Sinds kort bestaan er ook antivirale diergeneesmiddelen, maar deze zijn nog niet 100% werkzaam en bovendien erg kostbaar.
Evenmin bestaat er een vaccin om de kat te beschermen tegen FIV.

Wel kunt u het infectierisico bij uw kater verminderen door hem te laten castreren. Castratie maakt katers immers meestal minder agressief, vermindert hun territoriumgedrag en verkleint op die manier het risico op vechtpartijen en dus beten! Om verdere verspreiding van deze ziekte tegen te gaan wordt eigenaars van FIV besmette dieren aangeraden deze katten binnen te houden en gescheiden van andere katten. Uit studies blijkt dat in Nederland FIV voorkomt bij ongeveer 1% van de gezonde katten, en bij 6-8 % van de zieke katten.

Feline Leukemie virus (FelV)

Feline Leukemie Virus (FeLV) FeLV komt over de gehele wereld voor en is de meest voorkomende oorzaak van verschillende soorten tumoren bij katten. Daarnaast kan het virus het afweersysteem van de kat aantasten, waardoor normaal gezien vrij onschuldige infecties opeens fataal kunnen verlopen.

Hoe infecteert een kat zich?
FeLV is een virus dat heel sterk aan de kat gebonden is en overleeft in de buitenwereld niet lang. Infectie gebeurt door direct contact tussen katten. Deze overdracht kan gebeuren via speeksel, urine, bloed, ontlasting, slijm of via de baarmoeder van een poes naar haar kittens. Katten die buitenshuis leven hebben wel een grotere kans om besmet te raken.

Na infectie treedt er eerst een virusvermeerdering op in de lymfeklieren van de keel. Vervolgens komt het virus in het bloed terecht en wordt dan getransporteerd naar het beenmerg (waar de aanmaak van zowel rode als witte bloedcellen plaatsvindt), waar opnieuw een virusvermeerdering plaatsvindt. Van hieruit kan het FeLV-virus zich naar allerlei andere organen verspreiden, zoals lever, nier, milt, oog, zenuwen …en de speekselklier, van waaruit dan weer besmetting van nieuwe katten kan plaatsvinden.

Wat er klinisch met een besmette kat gebeurt, is afhankelijk van verschillende factoren waaronder de leeftijd van de kat en de toestand van zijn afweersysteem.
• De meeste katten reageren met kortdurende koorts en na 1-4 maanden hebben ze een zodanige afweer opgebouwd dat het virus weer uit hun lichaam verdwijnt. Gedurende deze maanden kunnen deze katten echter het leukemievirus uitscheiden en andere katten besmetten. Bij sommige katten kan nog ruim drie jaar het virus in het beenmerg worden aangetoond maar gelukkig zijn deze katten zelden besmettelijk voor andere katten. De opgebouwde afweer geeft bescherming tegen nieuwe infecties.
• Een aantal katten (ongeveer 30 %) ontwikkelt onvoldoende afweer waardoor het lichaam het virus niet kwijt kan raken. In het lichaam wordt voortdurend nieuw virus gevormd en uitgescheiden. Deze katten noemen we persistente uitscheiders of dragers. Deze katten zien er niet ziek uit maar uiteindelijk wint het virus het (na 3-6 jaar) en overlijdt de kat aan de gevolgen van het leukemie-virus.

Jonge katten (< 4 maanden), katten met een slechte afweer (oud, chronische ziekten) en katten die voortdurend contact hebben met een drager lopen het meeste risico op een infectie.

Symptomen
Kattenleukemie is eigenlijk geen goede benaming. Het FeLV-virus kan vele soorten ziekbeelden veroorzaken waarvan leukemie één ervan is. Vaak wordt er pas onderzoek op FeLV gedaan als de kat niet reageert op de normale behandeling van een ziekte.
Het virus groeit met name in het bloedvormend systeem.
De volgende symptomen (niet alle tegelijk) kun je tegenkomen:

• Tumoren. De meest voorkomende tumor is maligne lymfoom maar ook leukemie, tumoren in lever, nieren, darmen, buikvlies of milt kunnen ontstaan. Het is afhankelijk van waar de tumoren zich bevinden en welke organen aangetast zijn, welke klachten de kat krijgt.
• Bloedarmoede doordat het beenmerg niet goed meer functioneert.
• Verminderde weerstand met als gevolg kans op FIP, toxoplasmose, bacteriële ontstekingen, tandvleesontstekingen, abcessen, huidontstekingen, enz.
• Vermageren.
• Benauwdheid.
• Koorts.
• Sloomheid.
• Vergrote lymfeklieren.
• Oogontstekingen.
• Slecht eten.
• Voortplantingsproblemen bijvoorbeeld abortus, sterfte van pasgeboren kittens, onvruchtbaarheid.
• Verlammingsverschijnselen (langzaam verergerende verlamming van de achterpoten).

Het is overigens niet zo dat als uw kat één van bovenstaande klachten heeft het leukemievirus de oorzaak ervan is!

Diagnose
Er zijn verschillende bloedtesten beschikbaar voor het opsporen van FeLV, waarvan sommige in de dierenartspraktijk gedaan kunnen worden. Het stellen van een diagnose kan belangrijk zijn. Zowel bij klinisch verdachte dieren maar ook voor het opsporen van (ogenschijnlijk gezonde) dragers.

Het interpreteren van de uitslag van een dergelijk bloedonderzoek is echter niet altijd eenvoudig. Het is namelijk zo dat :
• een dier dat positief reageert op de test mogelijk bezig is het virus te elimineren en dus na verloop van tijd negatief zal zijn.
Dit geldt niet voor klinisch zieke, van FeLV verdachte dieren; een positieve bloedtest is hier bewijzend.
Erg verwarrend in het stellen van de diagnose is het feit dat een ziek, aan FeLV lijdend dier, evengoed een (op dat moment) negatieve bloedtest kan hebben, in sommige FeLV-vormen zelfs tot 60%
• een dier dat negatief reageert op de test mogelijk nog in de incubatietijd zit en dus eigenlijk toch positief is.
Daarom is het soms aangewezen de bloedtest na verloop van tijd te herhalen.
Naast bloedtesten kan ook een verdacht stukje weefsel worden onderzocht op FeLV.

Voorkomen en behandelen van FeLV
Aangezien FeLV vrijwel uitsluitend wordt overgedragen door direct contact tussen katten onderling, is de belangrijkste bestrijdingsmethode het opsporen van FeLV positieve dieren en te zorgen dat deze niet meer met andere katten in contact komen. Zoals je in de inleiding al las, hebben katten die buitenshuis leven een grotere kans om besmet te raken.
Daarnaast bestaat de mogelijkheid om tegen FeLV te enten, maar dat wordt nauwelijks gedaan.
FeLV blijft buiten de kat niet lang leven en wordt snel geïnactiveerd door de meeste gangbare ontsmettingsmiddelen. Een specifieke behandeling tegen FeLV is er niet. Als de diagnose gesteld is, wordt meestal overgegaan tot euthanasie.

Raskatten
Als er met een raskat gefokt wordt dan moet zowel de poes als de dekkater getest zijn op leukemie (en aids). Anders wordt er door de rasvereniging geen stamboom verstrekt. Omdat er zo goed op getest is, komt bij raskatten de ziekte nagenoeg niet meer voor.

SectieFeline Infectieuze Peritonitus (FIP)

Hoe ontstaat FIP? Fip ontstaat door een infectie met een coronavirus. Infecties met coronavirussen komen algemeen voor. In bijna alle catteries hebben katten wel een infectie doorgemaakt en een deel van de katten scheidt dit virus ook gedurende kortere of langere tijd uit. Dit zijn niet de virussen die FIP veroorzaken. Het FIP virus ontstaat wel uit deze virussen door veranderingen/mutaties in het genetisch materiaal. Althans dit is nog steeds de meest waarschijnlijke hypothese. Dit verklaart mede waarom FIP relatief sporadisch voorkomt. Hoe en waarom het muteert is nog niet duidelijk, wel is duidelijk dat verschillende factoren een rol kunnen spelen en mede een oorzaak kunnen zijn die leiden naar FIP waaronder het verlagen van de weestand: castratie, stress, onvoldoende hygiëne, te veel katten in een huishouden. Door een verlaagde weestand kunnen de FIP virussen ook gemakkelijker tot ziekte leiden mede door een foutieve reactie van het afweersysteem bij de verdediging van het lichaam.

Waar zit het virus? Het coronavirus zit in de darmen waar het zich ook heel snel vermenigvuldigt, binnen een paar dagen kan de kat veel virus aanmaken en uitscheiden. Het FIP virus dat ontstaat gaat daarna het lichaam door en tast de organen aan waardoor het ook in het bloed terecht komt. Het Fip virus zit juist buiten de darmen.
Kun je iets doen aan het virus? Helaas is er weinig over bekend maar probeer de infectiedruk zo laag mogelijk te houden.
Is het dodelijk? FIP is altijd dodelijk. Verhalen dat een FIP kat soms nog jaren kan leven na een diagnose moet men zich afvragen of dit wel FIP is. Katten met natte FIP sterven binnen een paar dagen tot een paar maanden, katten met droge FIP kunnen met therapie een jaar leven. Bijna alle katten die FIP ontwikkelen gaan dood.
Kunnen wij hier iets tegen doen? Aan een foutieve reactie van het afweersysteem kun je niets doen wel kun je proberen om de weerstand zo hoog mogelijk te houden, de infectiedruk zo laag mogelijk, stress te voorkomen en goed hygiëne in acht te nemen.
Muteert het coronavius in alle katten? Niet in alle katten muteert het coronavirus naar FIP, de grootste risico factoren zijn kittens en volwassen katten tot 2 jaar en vanaf 10 jaar, soms komt het ook voor bij katten van andere leeftijden.
Is het mogelijk om een cattery vrij te houden van het coronavirus? Het is mogelijk om een cattery hiervan vrij te maken maar vrijwel niet te doen, een kat die het virus uitscheidt kan andere katten besmetten waardoor je in een visuele cirkel terecht kan komen. Om een cattery vrij te maken van dit virus kan jaren duren en kost veel moeite en tijd. Dit zou betekenen dat je katten meerdere keren moet testen op uitscheiding van het virus, katten van elkaar moet scheiden en in isolatie moet houden.

Hoe kun je de infectiedruk zo laag mogelijk houden? Je kunt op verschillende manieren deze druk laag houden, Houd de groep klein niet meer dan 6 a 8 katten per huishouden. Houd de groep stabiel Hygiëne is een pre, schep dagelijks de kattenbak schoon, ververs wekelijks het grit, ontsmet de kattenbak dagelijks/wekelijks, maak de grond rondom de kattenbak ook schoon. Zorg voor voldoende kattenbakken 1 kattenbak per 2 katten Plaats de eten/drinkbakje niet te dicht bij de kattenbak. Maak je huis goed schoon met schoonmaakmiddel.
Waar is dit virus aanwezig? Bijna in elk huishouden waar grote groepen katten bij elkaar wonen is dit virus aanwezig, maar het kan ook in kleine groepen aanwezig zijn. Hier maakt het niet uit of het om een raskat gaat of om niet ras kat. Onderzoek heeft wel aangetoond dat sommige raskatten er gevoeliger voor zijn dan niet raskatten.
Hoelang overleeft dit virus? Corona is zeer besmettelijk en kan buiten het kattenlichaam nog een week of 6a7 overleven.
Waarmee kan ik dit cornavirus doden? Het coronavirus is makkelijk kapot te krijgen, dit virus heeft een mantel bestaande uit vetten en is makkelijk te doden met een schoonmaakmiddel. Ook stoom is van toepassing door de hitte maak je het kapot.
Is FIP besmettelijk: FIP lijkt niet erg besmettelijk te zijn, wel het coronavirus uit de darm. Besmettin g van het FIP virus kan mogelijk zijn door bloed op bloed maar ook dit blijft een lastig punt. Het lijkt erop dat het FIP virus zijn vermogen om zich te verspreiden heeft verloren.
Is FIP een virus: FIP is wel degelijk een virus al toont het zich echter niet als een echte infectieuze ziekte.
Muteert het virus zich in elke kat? Mutaties in virussen ontstaan spontaan. Dit hoeft niet altijd te leiden tot een virulente FIP virus. Uit onderzoek is naar boven gekomen dat als er Fip geconstateerd wordt in meerder katten van dezelfde groep het voorkomt dat alle katten een ander virus kunnen hebben. Ze hoeven elkaar dus niet te hebben geïnfecteerd. Ook binnen een nest is dit geconstateerd. Ze kunnen allemaal individ0ueel een mutatie gekregen hebben. De ziekteverloop kan ook bij elke kat anders zijn.
Is bepaling van een corona antilichaamtiter raadzaam? Een coronatiter bepaling in een gezonde kat is niet raadzaam het is meestal zonde van je geld. Een coronatiter zegt niets over het ontwikkelen van FIP, het enigste is wat het aangeeft dat er een infectie is geweest met het coronavirus. Een hoge waarde kan wel betekenen dat er recent meer virussen zijn vermeerdert en dat het risico op het ontstaan van een mutatie aanwezig kan zijn. Er zijn katten bekend met een lage titer die ook FIP hebben ontwikkeld en er zijn katten bekend met een hoge titer die geen Fip hebben ontwikkeld. Met deze testen kun je statistisch zien of er een hoog of laag risico is, of je werkelijk met Fip te maken krijgt is niet duidelijk. Er zijn geen testen die 100% kunnen vertellen of het coronavirus zich ontwikkeld tot een FIP virus en of er een risico is op het ontstaan van FiP.
Wat zijn de symptonen van FIP? Dit blijft altijd lastig ook omdat een kat snel wordt bestempeld met FIP. De arts zal eerst klinisch vast moeten stellen of de kat verdacht wordt van FIP – Anorexie – Koorts – Depressie – Vermagering – Ascites/pleurale effusie (natte FIP vocht in buik- of borstholte) (Buik/borst) niet pijnlijk bij palpatie (voelen) – Neurologische verschijnselen – Ooglesies (iritis/iridocyclitis) (kleine wondjes en/of scheurtjes in het oog) – Icterus (geelzucht) Bloedonderzoek en/of ascites – klinisch chemisch – serologisch – aantonen virus met pcr (een methode om virussen aan te kunnen tonen) De diagnose van fip: screening bloed * heamatologisch – anemie (65%) – lymfopenie (67%) – linksverschuiving * biochemisch – hyperglobulinemie (66%) – hypoalbuminemie (78%) – albumine/globuline ratio gedaald (81 %) – leverenzymen verhoogd (75%) – agp verhoogd
Is een bloedonderzoek zinvol bij verdenking op FIP? Alleen als een kat verdacht wordt van Fip is het zinvol om een bloedonderzoek te doen omdat je dan uit de bloedwaardes de waarschijnlijke diagnose op basis van de klinische verschijnselen kunt ondersteunen.

Hoeveel vormen van FIP zijn er? Er worden 2 vormen van FIP onderscheiden: de natte vorm en de droge vorm. Natte Fip is makkelijker vast te stellen dan droge FIP. Beide vormen komen naast elkaar voor en in sommige gevallen blijkt droge Fip bij sectie toch karakteristieken van natte FIP te hebben.
Wat zijn de kenmerken van droge (chronische vorm ) en natte FIP (acute vorm)?
Kenmerken van natte FIP Ophoping van vocht in buik of borstholte, deze ophoping ontstaat door beschadiging aan de omliggende kleine bloedvaatjes waardoor deze vocht gaan lekken. Dit vocht is vaak geel en dradentrekkend door het gevolge van een hoog eiwitgehalte en fibrine. De kat heeft vaak hoge koorts en een dikke buik, als er vocht in de borstholte aanwezig is kunnen ze hierdoor heel benauwd hebben. Bij de natte FIP is de kat altijd heel erg ziek en zal vrij snel sterven.
Kenmerken van droge FIP (chronische vorm) zijn: In verschillende organen door het gehele lichaam ontstaan kleine ontstekingshaarden. Veel voorkomende organen waar deze ontstekingshaarden ontstaan zijn: de lever, de nieren, de ogen en de hersenen. De droge vorm is meer een sluimer vorm de kat kan soms nog een paar maanden tot een jaar blijven leven.

Giardia

Een oorzaak die vaak over het hoofd gezien wordt is diarree ten gevolge van Giardia. Giardia is een flagellaat (= een protozoaire parasiet) en bestaat uit een meercellig organisme, dat voorkomt in diverse ontwikkelingsstadia.
Vooral bij katten jonge katten komt giardia voor en het wordt minder vaak gevonden bij oudere katten. Let vooral op als er kittens uit een cattery, asiel of boederij met diarree aangeboden worden dat er giardia in het spel kan zijn.
Giardia is een Zoonose, het is dus ook voor mensen besmettelijk!
Overdracht vindt plaats via de fecale-orale weg. Dit houdt in dat het dier de cysten uitpoept en dat een ander dier of mens zich hiermee via de opname via de mond besmet.
Slechts 10 cysten zijn nodig om een infectie bij een nieuwe gastheer aan te laten slaan. Er worden bij een infectie tot wel 100.000 cysten per gram ontlasting uitgescheiden!
Welke katten zijn vatbaar voor Giardia
Vaak verlopen Giardia infecties, bij gezonde dieren, zonder symptomen maar scheiden ze wel periodiek de besmettelijke cysten uit. Echter bij katten met minder weerstand komt het wel tot ziekte verschijnselen. Jonge katten en katten met een verminderde weerstand, bv door ziekte of stress, kunnen diarree door giardia oplopen. Vooral katten die in een cattery, asiel of pension verblijven of van een boederij komen kunnen gemakkelijk met Giardia besmet raken.

Langdurige diarree
Als een diarree chronisch is geworden, dit betekent dat de diarree meerdere weken tot zelfs maanden aanwezig is, denk dan aan Giardia! Denk vooral aan Giardia als u kat steeds terugkerende diarree heeft en u uw kat behandeld heeft met medicijnen en aangepast voer en er geen enkele verbetering optreedt.

Hoe ziet Giardia diarree eruit
Giardia geeft dunne ontlasting of brijachtige stinkende diarree. Er kan slijm en bloed bij zitten. Ook zie je vaak dat de katten misselijk zijn en makkelijk overgeven, maar vaak behouden ze wel hun eetlust.

De cyclus van Giardia
Giardia komt voor in 2 vormen.
1. Het parasietenstadium = trofozoiet. Toont zich als een zeer klein meercellig zweepdiertje, die alleen met een microscoop met grote vergroting te zien is. Vermeerdering vindt plaats door tweedeling en daarom kan de vermeerdering explosief gaan. Uit iedere trofozoziet ontstaat een cyste.
2. Cyste of ook wel oocyste genoemd. Dit is het zeer infectieuze stadium. Na uitscheiding in de ontlasting is de cyste onder koele en vochtige omstandigheden nog weken- tot zelfs maandenlang besmettelijk.
De incubatietijd, tijd tussen opname en het ontstaan van ziekteverschijnselen, bedraagt 5-16 dagen. De uitscheiding van de besmettelijke cysten begint 7 dagen na opname. En vindt gedurende 4-5 weken met tussenpozen plaats. Deze besmettelijke periode kan veel langer duren als het dier zich herbesmet.

Diagnose
Vroeger moesten de trofozieten in hele verse ontlasting met een microscoop aangetoond worden. Ze gaan echter snel dood buiten de kat en dan zie je ze niet meer bewegen. De cysten kunnen ook met een microscoop worden aangetoond in de ontlasting, echter deze worden met tussenpozen uitgescheiden. Het kan dus zijn dat je de ziekte niet kan aantonen terwijl hij er wel is.

Tegenwoordig kunnen we met behulp van een direct uitvoerbare giardia test aantonen of er giardia aanwezig is of niet. De test is veel betrouwbaarder en gevoeliger dan de microscopische manier. Er wordt met behulp van een giardia snaptest antigenen, kleine stukjes, aangetoond. Hiermee kunnen dus zowel levende als dode of uiteen gevallen trofozoieten of cysten aangetoond worden!

Met de Idexx Giardia Snaptest kun je eenvoudig een snelle en betrouwbare diagnose stellen. De test neemt DNA deeltjes van Giardia weer, je hoeft ze dus niet levend aan te tonen. Dit is van belang omdat de Giardia snel dood gaat als ze buiten het lichaam komen.

Behandeling bij diarree ten gevolge van Giardia
Als therapie kan er metronidazol (Metrazol) of fenbendazol (Panacur) gegeven worden. Er zijn Giardiastammen die niet gevoelig zijn voor metronidazol en wel voor fenbendazol en andersom.

Pas op herbesmetting!
De kat kan zichzelf herbesmetten met oocysten van de giardia die in de vacht terecht zijn gekomen. Dit kan gebeuren als de diarree (met daarin de oocysten) aan de vacht blijft plakken. De kat likt zich en op die manier herbesmet de kat zich!
Wij adviseren om uw gehele kat op de 3e en de 5e dag na het begin van de behandeling te wassen om dit te voorkomen. Indien u poep aan de haren ziet was dit gelijk weg.

Alle dieren in het gezin moeten behandeld worden!

Daarbij is een goede hygiene heel belangrijk. Was als eigenaar je handen na contact met je kat. Reinig en desinfecteer de omgeving waar je dier leeft, dit is belangrijk om herbesmetting te voorkomen.
Soms houdt de diarree aan!
Soms blijft de diarree doorgaan ondanks dat de Giardia effectief bestreden is. We hebben diverse keren bij katten in onze praktijk meegemaakt dat de behandeling goed gewerkt heeft, de Giardia controle snaptest was negatief. Hetgeen inhoudt dat de behandeling gewerkt heeft. Dan behandelen we de diarree met hypoallergeen eten en verteringsverbeterende enzymen (tryplase of pancrex).

Conclusie
Er zijn vele oorzaken om diarree te krijgen en het is belangrijk om de juiste diagnose te stellen zodat er een gerichte therapie gegeven kan worden.
Giardia wordt vaak door dierenartsen bij de kat over het hoofd gezien!

Niesziekte

Kenmerken
Niesziekte of katteninfluenza is een ziekte met een epidemisch karakter. Alleen katten kunnen deze ziekte krijgen. De kenmerken van de ziekte zijn:
•Koorts
•Oogvliesontsteking
•Tranende ogen
•Loopneus
•Laten hun eten en drinken staan
•Vaak heeft de kat ook dunne ontlasting (diarree)
•Alles gaat in de meeste gevallen gepaard met niezen

Bij het begin van de ziekte lijkt het een griep, maar trekt meestal vooral het niezen de aandacht (echter niet alle katten die niesziekte hebben zullen niezen). Bovendien ziet de kat er ziek uit en heeft koorts. De temperatuur kan stijgen tot 40,5°C. Deze koorts kan soms weken aanhouden. Vaak kwijlt hij overvloedig. Er komt afscheiding uit de ogen en de neus.
Na verloop van tijd worden in de bek en op de tong gezwellen zichtbaar, de luchtpijp is ontstoken en een etterende infectie treft de ogen en de neusgaten. De kat ziet er dan erg slecht uit en hij voelt zich ook erg beroerd. Als complicaties uitblijven is de ziekte niet dodelijk. Vooral jonge dieren kunnen heel erg ziek zijn. Hun afweersysteem is nog niet volledig ontwikkeld en ze zijn vaak nog niet ingeënt. Met een goede behandeling en als het op tijd wordt ontdekt is niesziekte volledig te genezen.

Besmetting
Er is een aantal verwekkers verantwoordelijk voor niesziekte. De belangrijkste zijn het calici virus, het rhinotracheitis virus en chlamydiae (een klein soort bacterie). De ziekteverschijnselen die deze verwekkers veroorzaken lijken zo sterk op elkaar dat ze samengevat worden onder de term niesziekte. Vaak is er spraken van een menginfectie met meer dan 1 ziektekiem.
De veroorzakers van de ziekte, blijven buiten de kat werkzaam (dus besmettelijk) tot 160 dagen bij een temperatuur van 4°C en tot 33 dagen bij een temperatuur van 25°C. Dit betekent dus dat een besmette kat de omgeving voor zeer lange tijd besmet kan maken. De virussen zijn ongevoelig voor antibiotica

Als de kat éénmaal besmet is geweest met één van de virussen die niesziekte veroorzaken, dan blijft deze vaak levenslang drager van dit virus. De kat vertoont dan geen ziekteverschijnselen, maar kan wel soortgenoten besmetten. Een besmette moederpoes kan, zonder zelf ziekteverschijnselen te vertonen, de ziekte kort na de geboorte overbrengen op haar kittens. Dit kan al op een leeftijd van 1 week tot ziekte bij de kittens leiden, ondanks de aanwezigheid van de antistoffen die ze van hun moeder hebben meegekregen. Ook kan een kat die drager is na een periode van stress weer ziekteverschijnselen gaan vertonen.

Verspreiding
De ziekte wordt verspreid door de kat zelf. De belangrijkste manier van verspreiding is via het niezen van de kat. Kleine vochtdruppeltjes die vol zitten met ziektekiemen worden dan de lucht in geblazen. Deze druppeltjes zijn zo klein dat ze lang (soms wel uren) in de lucht kunnen blijven hangen. Ze kunnen in die periode grote afstanden afleggen als ze met de luchtstroom worden meegevoerd. Vooral op plaatsen waar veel katten bij elkaar zitten in een kleine ruimte, zoals cattery, asiel of dierenpension, kunnen epidemieën uitbreken. De ziekte kan ook worden overgedragen via besmette manden of kooien. Ook de mens kan de ziekte overdragen via de handen, kleding of schoeisel. De ziekte kan echter niet op de mens worden overgebracht.

Bestrijding
Daar de ziekte vaak gepaard gaat met dunne ontlasting (diarree), moet de kat goed in de gaten worden gehouden. Als ze ook niet genoeg drinken, kunnen ze binnen korte tijd uitdrogen. Zorg dus dat de kat voldoende vocht binnen krijgt. Bijvoorbeeld visbouillon of water met koffiemelk. Zorg ook voor een rustige, warme en goed geventileerde ruimte.
Een zieke kat, kan door een verstopte neus niet goed ruiken. Door de zweertjes in de mondholte wordt eten een pijnlijke zaak. Dus veel eetlust heeft de kat niet. Geef daarom zeer smakelijk, zacht, voedsel, dat sterk geurt.

Inenting
Als de kittens geen moedermelk meer krijgen moeten ze worden ingeënt. Met 6 tot 8 weken voor het eerst tegen kattenziekte en niesziekte. Deze enting moet als ze 12 weken zijn, worden herhaald met een cocktail tegen kattenziekte en niesziekte. Het kitten is nu voor een jaar lang beschermd. Het is verstandig dat deze entingen jaarlijks worden herhaald. Er bestaat echter geen inenting tegen alle virussen en bacteriën, die niesziekte kunnen veroorzaken. Tegen de calicivirusstam van de entstof ontstaat wel een goede en langdurige bescherming en dit virus is een zeer belangrijke veroorzaker van de ziekte. Slechts een zeer klein percentage blijft ook na inenting chronisch verkouden. Dit is echter niet besmettelijk en is met homeopatie meestal goed te behandelen.

Kattenziekte

Kenmerken
Kattenziekte is een virusinfectie van het maagdarmkanaal. Het virus komt overal op de wereld voor en is zeer besmettelijk.
Het tast de afweer aan doordat de meeste witte bloedcellen doodgaan.
Verschijnselen:
•Sloom
•Hoge koorts (vaak 40-41°C)
•Verlies aan eetlust
•Veel braken
•Bloederige dunne ontlasting (diarree)
•uitdroging
•Heftige buikpijn
Door de verminderde afweer kunnen andere infecties het ziektebeeld verergeren. Zeer jonge katjes kunnen een vreemde manier van lopen vertonen, wanneer de hersenen zijn aangetast. Kattenziekte heeft een hoog sterftepercentage, vooral onder jonge katten. Bij dieren, die de ziekte overleven, kan de dunne ontlasting (diarree) langere tijd blijven bestaan.
Sommige katten sterven zonder ziekteverschijnselen.
Besmetting
Het virus is buiten de kat zeer resistent en kan nog maanden in de omgeving aanwezig blijven. Alleen goede desinfectie van goed te reinigen oppervlaktes kan het virus onschadelijk maken. Een bankstel of vaste vloerbedekking is echter al niet goed te desinfecteren. Het virus is dus zeer moeilijk weg te krijgen, zodat een eenmaal besmette ruimte jarenlang gevaarlijk kan blijven voor andere katten. Katten die nooit buiten komen lopen natuurlijk minder risico op besmetting. Maar zoals hierna blijkt kun je als mens de ziekte ook overdragen. Ongewild en onbewust kun je het virus meenemen naar huis.
Verspreiding
Het virus verspreidt zich gemakkelijk. Katten kunnen op allerlei manieren besmet raken: via onderling contact tussen katten maar ook via mensen (het virus kan aan de kleding, de handen of de schoenen van een argeloze bezoeker zitten en zo worden overgebracht). Ook vlooien kunnen de ziekte van de ene naar de andere kat overbrengen. De ziekte kan echter niet op de mens worden overgebracht.
Bestrijding
Er is geen behandeling mogelijk tegen deze ziekte. Wel kan geprobeerd worden om de katten te ondersteunen met infuzen en antibiotica (tegen de andere infecties).
Inenting
Als de kittens geen moedermelk meer krijgen moeten ze worden ingeënt. Met 6 tot 8 weken voor het eerst tegen kattenziekte en niesziekte. Deze enting moet als ze 12 weken zijn, worden herhaald met een cocktail tegen kattenziekte en niesziekte. Het kitten is nu voor een jaar lang beschermd. Inenting van de moederpoes vóór de dekking zorgt ervoor, dat zij aan de kittens via haar melk een goede weerstand meegeeft voor de eerste levensweken. Volgens de Amerikaanse diergeneeskundige vakliteratuur heeft een kat gedurende 3 tot 4 jaar genoeg antistoffen tegen het kattenziekte virus, mits de kat de laatste inenting op minimaal 16 weken leeftijd heeft gekregen. Het is echter verstandig dat deze entingen jaarlijks worden herhaald. Voor pensions en tentoonstellingen geldt vaak een inentingsplicht. Hoe vaak en hoe kort van te voren de kat tegen kattenziekte ingeënt moet zijn, is per pension verschillend. Dus vraag bij de reservering naar de inentingseisen.
Misverstand
Er wordt nog wel eens gedacht dat het bij oudere katten niet meer nodig is om ze te laten enten. Maar juist die katten zijn doordat ze ouder zijn meer vatbaar voor ziektes. En tegen kattenziekte is geen enkele niet-geënte kat opgewassen.

Inflammatory Bowel Disease (IBD)

IBD
Deze afkorting is afgeleid uit de Engelse taal en betekent: Inflammatory Bowel Disease.
Bij deze ziekte spreekt men van een ontsteking in de wand van het maagdarmkanaal. De ontsteking kan in de maag, de dunne darm en/of dikke darm zitten. De meest voorkomende symptomen zijn dan ook braken, diarree en vermageren. In het algemeen is een eenvoudige korte behandeling met medicijnen en een dieetadvies voldoende. Een klein deel van de patienten blijft problemen houden. Soms treedt er geheel geen genezing op. Soms komen de symptomen weer terug na de therapie. Vaak zijn de dieren niet ziek, maar na een tijdje vermageren ze wel. Dit worden voor de dierenarts ingewikkelde patienten. Maar tegelijk een uitdaging om de dieren voor het verdere leven te genezen
Ontstekingen in de darm
Bij deze ziekte ontstaat er door een (vaak onbekende) oorzaak een ontstekingsreactie in de darmwand. Dit is vaak een immunologische reactie ten gevolge van allergie. Door deze reactie komen er weer stoffen in de darmwand vrij, die opnieuw zwelling kunnen geven.
Het maagdarmkanaal zal nu niet meer goed kunnen functioneren. De ernst van de ontsteking en de plaats waar deze zich bevindt zullen de symptomen veroorzaken. Meest voorkomend is het vermageren door chronisch braken en/of diarree. Vaak hebben de dieren buikpijn en geen eetlust. Bloed in de ontlasting en veel persen met de stoelgang kan voorkomen.

Normale darmwand

Sterk verdikte darmwand, zoals bij IBD.
Zeer veel ontstekingscellen aanwezig

Diagnose
Het stellen van de uiteindelijke diagnose is lastig. Allereerst moeten met behulp van onderzoek andere ziekten, die gelijkwaardige symptomen kunnen geven, uitgesloten worden. Je kan denken aan heftige bacteriële en/of parasitaire infecties. Een slecht werkende alvleesklier, tumoren of voorwerpen in het maagdarmkanaal kunnen deze problemen geven. Pure voedingsallergie of voedingsintolerantie is een mogelijkheid.
Soms ontstaan maagdarmklachten door ziekten van andere organen (nieren, lever, schildklier). De hiervoor genoemde opsomming van organen is niet volledig, maar in het algemeen zal de dierenarts vele andere oorzaken moeten uitsluiten.
De uiteindelijke diagnose kan gesteld worden met een darmbiopt. Het probleem is, dat dit redelijk ingrijpend is en we meestal dezelfde uitslag krijgen (veel ontstekingscellen, voornamelijk eosinofielen en lymfocyten in de darmwand). Bij ernstige verdenking op tumoren is een biopsie altijd aan te bevelen.
In onze praktijk starten we vaak na uitgebreid onderzoek (zonder darmbiopt) een behandeling tegen IBD. In het begin gebruiken we een combinatie van medicijnen en voer. Bij een goed resultaat bouwen we de medicijnen af.
De behandeling
dieet: we geven altijd een hypo-allergeen dieet.
Allergie en voedselintolerantie zijn een bekende oorzaak voor IBD. Toevoeging van ontstekingremmende vetzuren is nuttig. Bij sterke vermagering toevoegen van extra kleine vetten, die zonder vertering in het bloed opgenomen kunnen worden en dan snel energie geven.
medicijnen: combinatie van prednisolon met antibiotica (vaak metridazol).
De IBD-patienten worden daarna zeer regelmatig door de dierenarts gecontroleerd. Zijn er geen goede resultaten, dan is het soms nodig zwaardere medicijnen te geven of de dosis te verhogen. Gelukkig gaat het in de meeste gevallen erg goed. De medicijnen worden afgebouwd en meerdere patiënten blijven goed met uitsluitend een hypo-allergeen dieet. Andere dieren zullen soms levenslang op een lage dosering van medicijnen moeten blijven.
De therapie van zieke dieren is dus zeer individueel. Bijna alle patiënten kunnen uiteindelijk genezen worden.
Bron: huisdierenziekenhuis

Kittens

Kittenbeleid

Wat kunt u verwachten?

  • Het beleid van de cattery is het fokken van gezonde, sociale en aanhankelijk Maine Coons. De rasstandaard verliezen we ook zeker niet uit het oog! Een Maine Coon behoort in verhouding te zijn en aan alle punten van de rasstandaard te voldoen. Daar behoren dus geen “konijnen oren” of extreme neuzen bij… Om inzicht te hebben op de gezondheid van de katten, worden ze uitvoerig getest op: HCM (DNA & echo), PKD (DNA & echo), PKDef, SMA, bloedgroep, PL, FIV & Felv. Er zijn plannen om ook HD op te nemen in het rijtje met testen. Wat deze afkortingen allemaal betekenen is terug te vinden onder het kopje gezondheid op de informatie pagina… Ik kan nooit 100% garanderen dat het nooit voorkomt dat 1 van de kittens/katten komt te overlijden aan zo’n ziekte… Door echt alles te testen en zorgvuldig combinaties te maken kan ik het wel tot een minimum beperken. Bovendien geven wij middels ons verkoop overeenkomst een nette garantie op erfelijke ziekten en aandoeningen.
  • De kittens mogen doorgaans verhuizen in de leeftijd van minimaal 14 tot 16 weken, indien zij minimaal 1 kilo aan gewicht bereikt hebben en volledig gezond verklaard zijn (het blijven tenslotte levende wezentjes!) door onze dierenarts. Zij zullen dan gechipt en gevaccineerd zijn, volgens schema ontwormd en preventief behandeld zijn tegen vlooien.
  • De meeste kittens worden geplaatst als “gezelschapdieren”, echter zijn er soms ook kittens beschikbaar voor de fok. Mocht u geïnteresseerd zijn als fokker in een bepaald kitten, mag u dit altijd kenbaar maken. In overleg kan dan bekeken worden of het kitten ook daadwerkelijk geschikt is voor de fok. Alleen de beste kittens die daarnaast ook nog eens wat toevoegen aan de genenpool en het ras, mogen de fok in.
  • Kittens die naar het buitenland verhuizen krijgen nog een Rabiës enting en afhankelijk van het land waarnaar het kitten zal verhuizen, eventueel nog een andere vaccinatie en/of andere invoermaatregelen. Zij verhuizen uiteraard enkele weken later ivm incubatietijd tussen de vaccinaties door, dit zal per land verschillend zijn. Tevens krijgen zij een gezondheidsverklaring van onze vaste dierenarts mee, niet ouder dan 48 uur voor vertrek.
  • Voor het bespreken van een kitten vragen wij een aanbetaling. Dit geeft zowel de koper als onze Cattery zekerheid. U krijgt hier uiteraard een bewijs van betaling van mee. Mocht de koper een gereserveerd kitten annuleren, om welke reden dan ook, dan zal het aanbetaalde bedrag niet worden geretourneerd.
  • Wij als Cattery behouden ten aller tijde het recht een reservering, om een voor ons gegronde reden, te annuleren. In dit geval zal het aanbetalingsbedrag worden geretourneerd.
    Het kitten is, aanbetaald of niet, nog altijd ons eigendom tot wij de eigendomsoverdracht hebben ondertekend (na volledige betaling), de koopovereenkomst door beide partijen is ondertekend en het kitten is overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
  • Mocht u, indien u een kitten heeft gereserveerd, op de afgesproken dag en tijd het kitten niet komen ophalen, zonder een aannemelijke reden van afmelding (uiterlijk 5 werkdagen van te voren), dan beschouwen wij dit als een annulering van uw kant. Uw aanbetaling voor reservering zal in dit geval niet worden geretourneerd.
  • Kraambezoek is (uiteraard op afspraak) mogelijk vanaf de leeftijd van minimaal 4 weken. Dit omdat kittens extra kwetsbaar zijn voor infecties door een nog niet volledig ontwikkeld immuunsysteem. Wij verwachten van u dat u op deze dag geen andere katten / cattery heeft bezocht, om het gevaar op infectie van de kittens te beperken. Kittenbezoek is altijd vrijblijvend en welkom op afspraak
  • Indien u na het nemen van een optie, tijdens een bezoekje een kitten bij ons heeft gereserveerd, dan sturen wij wekelijks nieuw gemaakte foto’s en /of filmpjes van uw kitten toe, zodat u zijn/haar ontwikkeling kunt mee volgen tot de dag van de overdracht van het kitten.
  • Wij zullen nooit bezuinigen op dierenarts kosten en zullen alle middelen nodig inzetten om een gezond, gelukkig en sociaal kitten aan u te kunnen meegeven op de dag van adoptie.
    Onze kittens groeien op in huiselijke kring, dus niet in kooien/benches. Dit bevorderd de socialisatie en opvoeding van de kittens. Zij wennen uiteraard aan andere katten (naast hun ouders), een hond en huishoudelijk geluiden. Hierdoor zullen de kittens volledig gewend en gesocialiseerd het nest verlaten en beter reageren op hun nieuwe omgeving, met alle geluiden die daarbij horen, en hun eventuele nieuwe (harige) huisgenootjes.
  • Onze kittens zullen altijd verhuizen met stamboom! Naast een stamboom krijgen ze ook een verkoopovereenkomst mee. Deze overeenkomst biedt bescherming voor zowel koper als verkoper.
  • Indien een kitten naar een fokker gaat moeten wij ons ook honderd procent kunnen vinden in zijn/haar fokbeleid en kunnen wij in bepaalde gevallen besluiten enkele voorwaarden te stellen (bijv. niet ongecastreerd weer herplaatsen, geen katers uit deze kat /poes beschikbaar stellen voor fokkers, etc.) die ook in het koopovereenkomst zijn opgenomen. Wij verkopen geen katten aan Cattery’s waar zij niet ten alle tijde de vrijheid hebben los te kunnen lopen.
    Ook nadat er een kitten/kat geplaatst is, zullen wij altijd onze deur open houden voor advies en info. Wij zullen er alles aan doen u bij te staan om u en uw nieuwe gezinslid te helpen een goed team te worden en blijven.

Wat verwachten wij van u?

  • We verlangen allereerst dat de kittens in een goede en liefdevolle omgeving terecht komen. Maar daarnaast zijn er nog enkele zaken waarmee u rekening dient te houden.
  • Dat u zich voorstelt bij interesse in een kitten of herplaatser. Hoe is uw gezinssamenstelling, heeft u nog andere huisdieren en wat kan u het kitten allemaal bieden. Op berichten enkel met de vraag ‘wat kost hij/zij’ wordt niet gereageerd. Mocht u fok intenties hebben verwachten wij dat u dat vanaf het eerste email of bel contact aangeeft. Aan openheid en eerlijkheid hechten wij veel belang!
  • Dat u, alvorens uw eerste bezoek aan ons, goed heeft besproken of u zeker een kitten/herplaatser in huis wilt opnemen. Wij zijn niet graag getuigen van echtelijke discussies, en bovendien geeft dit onnodige stress voor de diertjes.
  • Dat u weet dat wij verwachten dat u het kitten/de herplaatser minimaal 1 maal komt bezoeken. Mocht u door bijzondere omstandigheden niet in de gelegenheid zijn vooraf kennis te komen maken en wil u wel een kitten reserveren? Dan kunnen we aan de hand van een telefonische gesprek de eventuele mogelijkheden bespreken.
  • Dat u zich wel realiseert dat een kat wel 15 jaar oud kan worden en dat wij deze dan ook plaatsen met de intentie dat hij zijn gehele leven bij zijn nieuwe personeel mag doorbrengen. Hiervoor geld ook dat wij verwachten dat u genoeg aandacht, liefde, affectie en verzorging voor hem/haar beschikbaar heeft.
  • Dat u beseft dat een kat meer kost dan enkel voer en grit; hij/zij kan ook ziek worden en dit kan hoog oplopen in de dierenarts kosten. Wij verwachten van u dat u ten aller tijde, indien nodig, volledige zorg zal verstrekken van een dierenarts van het door u geadopteerde kitten.
    Dat u weet dat er ook een minder leuke kant zit aan het houden van een kat; er kan altijd een vaas sneuvelen, een drolletje naast de bak liggen, de waterbak kan leeg gegraven worden, uw zult waarschijnlijk geregeld haren vinden op uw meubels en kleding en u zult rekening moeten houden met vakanties e.d.
  • Dat u onze goede start, met volledig premium voeding, voortzet na de verhuizing van het kitten/de herplaatser. Uiteraard kunnen wij u adviseren in de diverse soorten voeding in de diverse prijsklasse…
  • Dat u geen kat aanschaft enkel om het uiterlijk; ook het karakter en de leefstijl moeten overeen komen en geschikt zijn voor het houden van een kat. Ook willen wij niet dat u een kat aanschaft ‘omdat hij zo mooi bij het interieur past’ of omdat de buren ‘er ook zo één hebben’. Voor ons zijn katten een deel van ons gezin, wanneer u dit niet zo ziet zullen wij er ook geen bij u plaatsen.
  • Wij verkopen geen kitten wanneer u deze aan iemand anders ‘cadeau’ wilt geven, al zullen uw intenties goed bedoeld zijn. Zoals ieder mens heeft ieder kitten een eigen karakter en deze zullen goed moeten klikken. Bovendien stellen wij als fokker de eis dat u zeker bent van uw aankoop en dit is natuurlijk onmogelijk indien u een kitten cadeau doet.
  • Dat u onze Cattery niet bezoekt wanneer u al een andere Cattery heeft bezocht. Dit geldt ook andersom, wanneer u een onze Cattery heeft bezocht, gelieve dan ook geen andere Cattery te bezoeken (Dit in verband met het – onbewust – overdragen van besmettelijke ziekten).
    Dat wij geen kat/kitten plaatsen waar hij/zij vrij naar buiten gelaten wordt. Hiermee bedoelen we dus niet dat ze niet naar buiten mogen, maar dat ze bijvoorbeeld in een ren of afgezeten tuin naar buiten kunnen.
  • Maine Coons zijn zeer sociale katten die erg van gezelschap houden en dit ook nodig hebben om gelukkig te kunnen zijn en te blijven. Indien er geen andere huisdieren aanwezig zijn waarmee zij kunnen knuffelen en spelen, adviseren wij u om een 2e kitten aan te schaft (Dit hoeft natuurlijk niet perse een raskitten te zijn).
  • Wanneer u, om welke reden dan ook, moet besluiten de bij ons gekochte kat te (moeten) herplaatsen, bent u verplicht dit eerst kenbaar te maken aan ons. Wij moeten ten aller tijde de mogelijkheid hebben als eerste het kitten terug aan te nemen, of kunnen u helpen (sneller) een GESCHIKT baasje te vinden. Ons hart zou breken bij het onverwacht zien van een advertentie voor een van onze katten op bijv. Marktplaats!
  • Net zoals zij bij ons gewend zijn, verwachten wij ook van u dat u het kitten niet opsluit in een bench/kooi/hok/schuur. Hij/zij moet vrij kunnen bewegen en ten aller tijde kunnen beschikken over vers drinkwater, (droog)voer, speeltjes, een warm slaapplekje, (zo nodig) een plekje in de schaduw en beschut van guur weer en een stevige krabpaal

Kitten kopen, waar moet je op letten?

Hoe herken je een goede fokker?
Wanneer u besloten hebt een kitten te nemen, al dan niet een ras kat, ga u op zoek naar een fokker. Een fokker moet immers uw kat leveren. Dat klinkt erg zakelijk, maar het is niet onverstandig om het eens als zodanig te benaderen. Er zijn namelijk goede en minder goede fokkers. Waarschijnlijk heeft u wel eens van zogenaamde “brood fokkers” gehoord. Met brood fokker wordt bedoeld dat een fokker slechts voor het “verdienen” van geld zou fokken. Helaas komt dit nog maar al te vaak voor. Via internet zijn helaas veel van dit soort “katten vermeerderaars” te vinden. Met mooie praatjes en plaatjes werven zij kopers en bieden vaak kittens aan tegen aantrekkelijke, lagere prijzen. Helaas geldt ook hier vaak: goedkoop is duurkoop!

Er heerst nog steeds een soort taboe als het gaat om het geld verdienen aan het fokken, eigenlijk vind ik dat raar. Er gaat immers erg veel tijd en geld zitten in het grootbrengen van een goed nest. De tijd, inspanningen en investeringen die een goede fokker over langere periode doet mag best terugbetaald worden in geld. Sterker nog, een fokker die werkelijk z’n best doet om een goed nest te fokken kan dat alleen maar doen door voor z’n kittens geld te vragen. Van een dik belegde boterham is echter geen sprake, je moet als fokker al blij zijn dat je uit de onkosten kan komen…

Een fokker die zich kritisch opstelt, geeft aan niet zomaar een kitten te verkopen. Een goede fokker zal vragen naar uw motivatie voor de keuze van zijn/haar ras. De fokker zal u vragen naar de mogelijkheden en wat u de kat kunt bieden. De goede fokker zal proberen te achterhalen of u niet een impuls aankoop doet. Deze kritische houding van een fokker komt niet bij iedereen even prettig over. Echter, het geeft wel aan dat de fokker serieus bezig is met het fokken van katten en het verkopen van zijn kittens. En goede zaak dus. U weet direct dat de kans dat deze fokker goed is, groter geworden is.

Een goede fokker herkent u ook aan een nuchtere houding ten aanzien van zijn/haar katten. Deze fokker zal u ook op de nadelen of op de minder aantrekkelijke eigenschappen van het ras wijzen. Een goede fokker zal niet alleen maar lyrisch over zijn/haar ras praten, maar een realistisch beeld schetsen. Eventuele aandoeningen die veel in het betreffende ras voorkomen zal door een goede fokker niet onder stoelen of banken gestoken worden. Wanneer de fokker uw (over)enthousiaste houding weet te relativeren maakt dat misschien niet altijd de meest prettige indruk, maar het houdt u wel met beide benen op de grond. Dit zijn de betere fokkers.
Een goede fokker zal zeer bewust voor een bepaalde combinatie van een kater en een poes kiezen. Een fokker met slechts een paar katten die altijd of vaak eigen katers en poezen gebruikt, geeft te denken. Een goede fokker zal kosten nog moeite sparen om zijn poes door een geschikte kater te laten dekken. De kater wordt uitgekozen op gezondheid, uiterlijk, karakter, gedrag, enz.
Naast het zorgvuldig uitzoeken van de juiste combinatie zijn er tal van zaken waarin een goede fokker zich kan onderscheiden van een minder goede fokker.

Een aantal voorbeelden:

  • Heeft de fokker voor een goed en ruim nest gezorgd?
  • Ligt het nest in de huiskamer of afgezonderd in een kooi
  • Besteed de fokker veel aandacht aan de socialisatie? Zo ja, hoe en hoe vaak?
    • Zijn er andere volwassen katten aanwezig?
    • Zijn er veel mensen en kinderen aanwezig of komen die veel over de vloer?

Wanneer het om een ras kat gaat zal de fokker u de stamboom van de moeder en waarschijnlijk ook de vader kunnen laten zien. Vraag hier ook naar en kijk of er bij de voorouders niet veelvuldig dezelfde kater of poes voorkomt. Is dat wel het geval wees dan kritisch over de motivatie van de fokker waarom er vaak een bepaalde kater of poes gebruikt is en wees ervan bewust dat dit niet bijdraagt aan het gezond houden van het ras en mogelijk gevolgen kan hebben voor de gezondheid van het kitten.
Wanneer de fokker geen stamboom van de moeder en/of de vader kan of wil overleggen geeft dit ernstig te denken. Een goede fokker zal dit zonder enige aarzeling doen! Vraag uw fokker ook of hij/zij een stamboom voor de kittens heeft aangevraagd. Een dergelijke aanvraag kan alleen door de fokker gedaan worden, u kunt dat niet naderhand zelf aanvragen! Wanneer de fokker u wel een ras kat aanbiedt, maar er is geen stamboom voor aangevraagd is, dan geeft dit te denken. Een stamboom geeft echter geen enkele garantie! Een kitten met een stamboom, betekent dat zowel de vader als moeder een stamboom hebben en dat zij tot het zelfde ras behoren. Verder betekent het niets; het zegt niets over de kwaliteit of gezondheid. Een stamboom kost hooguit 15 euro dus daar zou een fokker het niet voor hoeven te laten…

 

Waar moet ik op letten als ik naar een kitten ga kijken?
Als u het perfecte kitten heeft gevonden, maak dan eerst even een afspraak om het kitten vrijblijvend te bekijken voor u besluit het kitten te kopen. Een goede fokker zal dit ten alle tijden toestaan en van harte toe juichen. Als u bij de fokker komt, moet u goed op bepaalde dingen letten. Als u namelijk niet op goed oplet kan het zomaar fout gaan… Bijvoorbeeld blijkt het kitten niet gesocialiseerd te zijn, vertoont gedragsproblemen of is zo ziek dat het binnen een paar weken overlijdt. Dit soort problemen kunt u dus aantreffen bij “brood fokkers”, waar in zo kort mogelijke tijd uit zo veel mogelijk kittens verkocht worden. De term “dierenwelzijn” komt niet voor in het woordenboek van “brood fokkers”, met als gevolg dat de arme kittens vaak letterlijk doodziek zijn.

Enkele tips als u een kitten kopen wilt:

  • De moederpoes moet bij de kittens aanwezig zijn
  • Informeer naar de leefomstandigheden van de dekkater
  • Het kitten moeten zijn opgegroeid in een prikkelrijke omgeving, liefst in de huiskamer
  • Het nest kittens moet er levendig en schoon uitzien
  • Het kitten moet zijn ontwormd en zijn ingeënt tegen niesziekte en kattenziekte. De entingen worden geven als de kittens 9 & 12 weken zijn.
  • Het kitten is alert, niest niet en heeft heldere ogen, schone oren en een schone vacht zonder kale plekken
  • Een goede fokker zal vragen naar uw omstandigheden, om te zien of het kitten goed terecht komt
  • Er mag geen dwang op u uitgeoefend worden om het kitten te kopen
  • En dan nog de belangrijkste tip… Bij twijfel: begin er niet aan!

 

Hoe oud moet een kitten zijn voor die mag verhuizen?
Bij wet is het verboden om kittens te verkopen als ze jonger dan 7 weken zijn. Veel mensen denken dat een kitten zelfstandig genoeg is wanneer het harde brokjes kan eten en zelf de kattenbak kan vinden. Maar eigenlijk kan een poesje jonger dan 12-14 weken nog helemaal niet op eigen pootjes staan. Niet alleen mist het de broodnodige moederzorg, maar het is ook nog niet volledig ingeënt. Daardoor kan het kitten gemakkelijk ziekten oplopen, zoals niesziekte of kattenziekte. Bovendien heeft het ernstige gevolgen voor zijn gedrag op latere leeftijd.

Spelen met nest broertjes en zusjes is belangrijk voor de sociale ontwikkeling van kittens. Ze leren waar hun grenzen liggen en dat hard bijten of krabben pijn doet. Moederpoes heeft in deze ontwikkeling ook een belangrijke rol, ze corrigeert een kitten wanneer het de fout in gaat. Wanneer het kitten deze fase mist, kan dit dus later voor gedragsproblemen zorgen. Als volwassen kat weet het dier niet wanneer de grens bereikt is, wat normale omgang met mensen en andere katten moeilijk maakt. En dat leidt er maar al te vaak toe dat de eigenaar besluit afstand te doen van zijn lastige kat…

 

Wat voor spullen moet je in huis hebben voor een kat?
Behalve iets om de kat in te vervoeren, zult u ook diverse andere spullen nodig hebben. U heeft ook de volgende spulletjes nodig:

  • Kattenbak + vulling
  • Etensbakje en waterbakje
  • Iets om aan te krabben, bijvoorbeeld een krabpaal
  • Verzorgingsproducten zoals een nagelschaartje, kam en borstel
  • Diverse uitdagende speeltjes
  • Heerlijk mandje

 

Hoe kan ik het beste het kitten in huis introduceren?
Als u het kitten gaat halen of als het gebracht word, zorg dan dat u genoeg tijd heeft om het kitten alle aandacht te geven. Het beste moment voor het verhuizen van een kitten is bijvoorbeeld in een weekend of tijdens een vakantie. Vermijd reizen bij erg warm weer, dit is omdat het kitten in een reismand vervoerd moet worden en dat kan erg benauwd zijn. Het beste is om het kitten niet te laten eten voor de reis, de kans is dan namelijk erg groot dat het kitten ziek word en gaat spugen.

Als u thuis bent aan gekomen, sluit dan alle ramen en deuren en zorg dat alles op zijn plaats staat. Haal daarna het kitten uit de mand en laat het als eerste kennismaken met de kattenbak. Het beste is dat u het kitten op de kattenbak plaatst en dat het kitten vanaf de kattenbak het huis gaat verkennen. De eerste paar uur zal het kitten elk hoekje onderzoeken en elk geurtje met veel interesse, of soms argwaan, opsnuiven. Besteed dus veel tijd aan deze kennismaking, hou ook wat speeltjes klaar, maar laat het kitten slapen als hij/zij dat wil. Een kitten kan het best in één kamer blijven tot het genoeg zelfvertrouwen heeft opgedaan. Geef het diertje veel aandacht, maar zorg dat er niet te veel mensen in de buurt zijn, of dat het te lawaaiig is. Let er vooral op dat kinderen rustig en voorzichtig met de nieuwe bewoner omgaan en laat ze na een poosje zien hoe deze moet worden opgepakt en behandeld. Kleine kinderen die te jong zijn om te begrijpen hoe ze moeten omgaan met een kat, kunnen er beter pas worden bij gelaten als de kat helemaal gewend is.

Als de opwinding van de eerste kennismaking en ontdekkingstocht voorbij is, zet het kitten dan bij de slaapplek. Waarschijnlijk zal het kitten nog wat willen doorspelen, maar het werkt geruststellend als het heeft gezien waar het kan gaan slapen. Wanneer het kitten zich begint te wassen, is dat een teken dat hij zich op zijn gemak voelt. Dat is misschien het goede moment om het kitten wat eten voor te zetten. De fokker of de vorige eigenaar zal u vast informatie over de eetgewoontes hebben gegeven. Vooral bij een kitten is het belangrijk het menulijstje en het tijdschema waaraan het gewend is, aan te houden, want dan bestaat er minder kans op problemen met de spijsvertering. Als u wilt overstappen naar een ander merk brokken is het verstandig om toch de eerste dag het zelfde voer te geven. De volgend dag kunt u dan de brokken vermengen met de brokken die het kitten gewent is. Na het eten is het verstandig om het kitten weer bij de kattenbak zetten. Een kitten zal bijna altijd van moeder hebben geleerd hoe je die bak moet gebruiken, maar soms is er nog een beetje aanmoediging nodig. Ook andere aspecten van de opvoeding moeten nu zo snel mogelijk aan bod komen. Het is bijvoorbeeld nu de beste tijd om het katje met behulp van een vriendelijke doch duidelijke terechtwijzing te leren dat het bijvoorbeeld niet in de gordijnen mag klimmen. Ook andere plaatsen waar hij niet mag komen moeten nu worden geleerd. U zult dan consequent het kitten van deze plaats moeten weghalen. Dit kan soms erg lang duren, maar je moet wel volhouden.

 

Hoe moet ik kennismaken met andere huisdieren aanpakken?
Als u nog meer huisdieren heeft, zoals een hond of een andere kat, is er extra voorzichtigheid geboden bij de kennismaking. Een onverwachte ontmoeting kan tot blijvende vijandschap leiden. Het is het beste om het reeds aanwezige huisdier even ergens anders neer te zetten terwijl het kitten alles kan bekijken en gewend raakt aan de geur van de ander. Na een uurtje pak je het kitten rustig op en laat het eerste dier los, zodat het de geur van de nieuwkomer kan onderzoeken. Blijf met de nieuwkomer een tijdje apart zitten. De eerste introductie kan omstreeks etenstijd plaatsvinden, wanneer elk dier een apart bakje hoort te krijgen op een vaste plaats. Als alles goed gaat, zullen ze eerst alle aandacht aan hun eten wijden, voor ze opkijken en hun nieuwe buur ontdekken. Wel is het goed om er bij te blijven, want een ruzie is niet onmogelijk, hoewel de getoonde agressie meestal bij wat blazen zal blijven. Leg een deken klaar om over de dieren heen te gooien als ze daadwerkelijk gaan vechten.
De introductie van een kitten in het territorium van een gesteriliseerde poes verloopt doorgaans zeer rustig, maar als twee volwassen, ongecastreerde katers aan elkaar worden voorgesteld, is een bloedig treffen bijna onvermijdelijk. Deze combinatie is dus niet erg verstandig. Wees bijzonder voorzichtig bij het voorstellen van een kitten aan een volwassen hond die al een tijd bij je is. Een volwassen hond kan in één hap een katje doden. Mochten zich bij de introductie toch moeilijkheden voordoen, dan kan de nieuwkomer in het begin in een speelkooi van kippengaas of een bench worden gehouden, zodat de reeds aanwezige huisdieren de kat op hun gemak kunnen bekijken zonder dat het kwaad kan.

 

Hoe vaak moet ik de kat ontwormen?
Bijna alle kittens zijn besmet met spoelwormen die ze via de moedermelk binnen hebben gekregen. Omdat hierdoor de groei wordt belemmerd en de kittens vermageren, moeten ze op jonge leeftijd regelmatig ontwormd worden. Als het goed is, is uw kitten al bij de fokker volledig ontwormt! De fokker begint met ontwormen met 4, 6, 8 en 12 weken. Daarna moet het kitten nog ontwormt worden op de leeftijd van 4 en 6 maanden waarna er over gegaan kan worden naar 2x per jaar.
Ontwormen is extra belangrijk als er kleine kinderen in huis zijn of als er iemand in huis zwanger is, spoelwormen van de kat (en hond) zijn namelijk besmettelijk voor mensen. In geval van zwangerschap kan deze persoon het verschonen van de kattenbak beter door iemand anders laten doen (dit ook i.v.m. besmetting met Toxoplasmose). Voor meer informatie raadpleeg uw huisarts of dierenarts. Voor goedwerkende ontwormings middelen kunt u bij de dierenarts terecht.

 

Wanneer moet ik de kat laten “helpen”?
Als u niet met een kat gaat fokken is het zeer verstandig om de kat te laten castreren. Castreren is het chirurgisch verwijderen van de voortplantingsorganen. Bij de kater worden tijdens deze operatie de testikels (zaadballen) verwijderd, bij de poes de eierstokken en indien nodig de baarmoeder.
Voor een kater is de operatie niet echt ingrijpend: slechts 2 kleine huidsneetjes herinneren na afloop aan de operatie. Heel anders gaat het bij de poes. Om de eierstokken te kunnen verwijderen moet immers de buik worden geopend. De wondjes worden bij de kater in de regel niet gehecht; gebleken is namelijk dat dit minder complicaties met zich meebrengt en snel geneest. Bij de poes moet de buikholte en -huid in verschillende lagen worden gehecht. Vanzelfsprekend is de tijd die met deze operatie gemoeid is bij de kater daardoor een stuk korter dan bij de poes.
De kittens die hier verhuizen worden al gecastreerd/gesteriliseerd als ze naar de eigenaars gaan.

 

Moet die kat ieder jaar een enting?
Hervaccinatie is beslist nodig maar behoeft maar om de 2-3 jaar te worden gegeven. Niesziekte entingen dienen voor de eerste keer ook op 9 en 12-13 weken plaats te vinden. Omdat de niesziekte enting veel korter werkt (9-12 maanden) moet deze niesziekte enting jaarlijks herhaald worden. In de praktijk betekent dit dat de katten meestal om de 2-3 jaar een cocktail enting krijgen van kattenziekte en niesziekte, en daar tussendoor jaarlijks alleen een niesziekte enting. Elk jaar een cocktail enting is overbodig. Binnen katten kunnen volstaan met alleen een kattenziekte enting elke 2-3 jaar. Voor niesziekte ligt dit beschermingspercentage duidelijk wat lager, bovendien komen er veel meer varianten van dit virus voor die niet allemaal in het vaccin zitten. Niesziekte enting werkt krap aan een jaar (9-12 maanden).

Mocht u na dit allemaal gelezen te hebben nog verdere vragen hebben, dan mag u uiteraard met mij contact opnemen.

Van embryo tot kitten

Van embryo tot kitten.
Het begin van het tot stand komen van een embryo is natuurlijk de coïtus, de paring. De kat is,anders dan bijvoorbeeld de mens een geïnduceerde ovulatie, de eisprong(en) bij een kat vinden pas plaats tijdens (en als gevolg van) de paring. Bij de paring komen er miljoenen zaadcellen in de vagina van de poes maar slechts een paar honderd bereiken de eileider. Bij een poes komen dankzij de coïtus een of meer eicellen vrij (dit noemt men eisprong of ovulatie) die via de eileiders op “reis” gaan naar de baarmoeder. De versmelting van eicel en zaadcel vind plaats in de eileiders. Niet elke willekeurige zaadcel zal met een poezen eicel versmelten, er vind een herkenning plaats zodat slechts een zaadcel van een kater met de eicel van een poes een bevruchte eicel (zygote) kan vormen. Als diersoorten erg op elkaar lijken en als soorten dicht bij elkaar staan, kan een zygote gevormd worden waarvan de ouders tot verschillende diersoorten behoren.

Hier gaan we het echter hebben over wat er met de zygote gebeurt waarvan beide ouders behoren tot de diersoort Felis Domesticus. Een zygote van een poes wordt niet zo snel gevormd als bij een zoogdier dat onafhankelijk van de coïtus ovuleert maar langer dan ongeveer een etmaal, duurt het niet. Bij katten bleek, dat 20 tot 28 uur na de paring er zygotes (bevruchte eicellen dus) van gemiddeld 13 mm groot uit de eileiders te spoelen waren.

Na een succesvolle bevruchting, is de eerste stap een celdeling. Die ene bevruchte cel splits zich door een mitose in twee cellen. Een mitose is een celdeling waarbij tweekopieën ontstaan die elk dezelfde celkern hebben, genetisch zijn die cellen dus gelijk aan elkaar. Bij poezen vindt deze eerste deling 60 tot 68 uur na de coïtus plaats. Deze eerste cellen worden blastomeren genoemd. Na deze eerste deling, wordt er elke 10-14uur gedeeld. De deling wordt al gauw asynchroon, dus niet elk cel deelt als een ander ook deelt. Bij diverse zoogdiersoorten is aangetoond, dat in het twee- of viercellig stadium alle cellen nog volledig instaat zijn, om stuk voor stuk uit te groeien tot een voldragen individu. De identieke “echte” tweelingen bij mensen worden gevormd door het gescheiden raken van de twee cellen na de aller eerste deling. Zeer zeldzaam maar het schijnt te gebeuren komt er een identieke vierling bij mensen voor.

Na het vier cellig stadium, zijn niet alle cellen meer “totipotent”, een identieke (eeneiige) achtling zal dus niet voorkomen. De delingen gaan verder, er komen steeds meer cellen.

(4,5 dag): Dit stadium wordt wel het klievingstadium genoemd want er vindt weinig groeiplaats, erwordt alleen maar gedeeld (de vrucht groeit dus nog niet). Wel neemt natuurlijk de hoeveelheid kernmateriaal toe, want elke nieuw gevormde cel heeft een celkern. De klomp cellen bestaande uit blastomeren wordt blastomerula genoemd.

Vier dagen na de bevruchting zijn er ongeveer 30 cellen die een bol vormen. Dit wordt de morula “moerbei” genoemd. De diameter is nog vrijwel gelijk aan de diameter van de blastomerula.

(6dagen): Na een dag of 6 ontwikkeld zich de zgn. blastula door vorming van een holte, omringddoor 60-80 cellen die dan 0.6mm in doorsnede is. Deze holte vormt het begin van wat later het spijsverteringskanaal zal zijn. De buitenste cellen van de blastula worden trofoblast genoemd: deze cellen vormen het begin van de placenta. Bij mensen vindt implantatie van hetembryo in de baarmoederwand plaats aan het eind van de eerste week. Waarschijnlijk vindt de implantatie bij de kat tien dagen na de ovulatie plaats (dus de geslaagde dekking).

(8dagen): De trofoblastcellen scheiden voor die tijd een stof gonadotropine af, een hormoon dat verzekert dat het baarmoederslijmvlies klaar is voor implantaties van de embryonen.

In elk geval zullen de embryonen zich genesteld hebben voor de volgende zeer belangrijke fase: de gastrulatie. Gastrulatie is een bijzonder proces. Verschillende zones van de blastula vouwen zich en vormen drie min of meer onderscheidbare lagen: de ectodermis, de endodermis en de mesodermis.

(10 dagen): De ectodermis is de aanduiding voor de buitenste cellen van het lichaam: de huid (epidermis) dus maar ook het centraal zenuwstelsel is van ectodermale afkomstig. De endodermis zijn de cellen, die het spijsverteringskanaal (zullen) vormen, het maagdarmstelsel dus.

De mesodermis tenslotte zijn de cellen die spieren, skelet en organen zullen vormen. De eerste mesodermalestructuur die gevormd zal worden is de chorda, de ruggengraat. Intussen gaat de groei door en het embryo wordt eivormig. De afmeting is ongeveer 1.5 x 1 mm

(12dagen) Gastrulatie is een vitaal en kwetsbaar moment in het leven van een embryo. In ditstadium begint het genenmateriaal van het embryo zelf, tot uitdrukking te komen. Voor die tijd werden processen voornamelijk gestuurd door maternale invloeden (dus van de moeder) via het materiaal in de van moeder afkomstige ei-cel. Veel embryo’s sterven af in dit stadium door lethale (=dodelijke) combinaties van genen die of niet functionerende of defecte eiwitten produceren. In dit stadium is het kattenembryo 1.5 x 1 mm.

(13 dagen) In het volgende stadium worden de organen aangelegd. De ectodermis vormt zich tot een huid die het hele lichaam bedekt en er ontstaat een verdikte plaat die tot een groeve vouwt: de neurale lijst. Uiteindelijk wordt dit een buis die beneden de huidoppervlak verzinkt en die zal differentiëren tot het centraal zenuwstelsel. We zijn dan inmiddels al (of pas!) bij dag 13 gekomen. Er gebeurt iets verrassends: Concentraties van mesodermaal weefsel “somieten” verschijnen aan weerszijde van de neurale lijst waardoor het embryo gesegmenteerd wordt in gelijkvormige structuren.

(14 dagen): Het embryo is langwerpig van vorm en heeft over de middenlijn een staafvormige structuur, de notochord, het eerste skeletelement (de ruggengraat in aanleg). Het aantal somieten neemt toe. Dorsaal en caudaal (kop enstaartzijde) zijn nu goed te onderscheiden, er is al een staartje. De endodermis wordt gevouwen als een buisachtige structuur, het begin van het maag-darmstelsel. Er ontstaat ook een primitieve bloedsomloop.

(15 dagen) Met 15 tot 17 dagen is het kattenembryo 2-10 mm. De neurale buis sluit zich. Het hoofd is nu prominent aanwezig en licht gebogen naar de caudalezijde van het embryo. Er gebeurt weer iets verrassends: het embryo ontwikkelt kieuwbogen, bij de kat vier in totaal.

(17 dagen): Het primitieve maagdarmstelsel is gereed en er is een begin van een mond. In de keelholte achter de mond (de slokdarm) ontstaan diepe groeven die tot het ectoderm rijken. Later zullen deze weer verdwijnen maar mede door deze kieuwbogen ontstaat de gedachte, dat elk embryo de evolutie even over doet. Tegelijk ontwikkelen zich de kleine hersenen.

(18 dagen): Het is al duidelijk waar ogen en oren komen. We zijn dan voor het katje bij dag 18 na de conceptie.

(18 dagen) en Foto 12 (19dagen): Met dag 18-19 ontstaan er voorpootjes en achterpootjes. Grote hersenen en de hersenstam zijn in aanleg al aanwezig. Het embryo meet tussen de 7 en 18 mm, nek en staartje zijn naar de romp toe gebogen.

(21 dagen) Nu gaat het hard, tot dag 21 gebeurt er het volgende: De voorste kieuwboog (links en rechts) verdiept zich en vorm uiteindelijk de gehoorgang. Het toekomstige oog is duidelijk gepigmenteerd en er verdiept zich een gang voor het reukorgaan. De kleine hersenen worden verdeeld door een groeve. De voorpoten zijn nu onderverdeeld zoals ook bij de volwassen kat met inwendig een skelet maar de achterpoten zijn nog primitieve uitsteeksels. De staart verlengt en is naar het lichaam toe gekruld. Inwendig differentiëren aderen voor de bloedsomloop en zenuwen. Ook zijn strottenhoofd, bronchiën en longen te onderscheiden. Slokdarm ,maag en darm worden gevormd. Pancreas, schildklier, nieren en lever worden tevens aangelegd. Aan de rugzijde vormen zich wervels. De primitieveruggengraat loopt door tot in de staart. Ook het genitaal stelsel is al primitief aanwezig.

Hetembryo meet nu 10-24 mm. Het zal duidelijk zijn dat vooral in het vroege stadium, zeer voorzichtig moet worden omgegaan met mogelijk schadelijke stoffen. Inenting met levend (geattunueerd) virus kan de vrucht beschadigen en ook het gebruik van b.v. middelen tegen schimmel kan schadelijk zijn. Antibiotica wordt alleen toegediend als dat strikt nodig is. Metname Baytril is niet aan te raden. Uiteraard gaat het leven van de poes voor het leven van de kittens en uiteraard wordt de poes alleen gedekt als ze 100% gezond is maar ook zwangere poezen kunnen ziek worden.

Inmiddels is vaak aan de moederpoes al te zien, dat ze zwanger is: haar tepels worden iets groter en krijgen een meer roze kleur dan daarvoor. Na 21 dagen kan een ervaren persoon door palpatie (dit is een manier van voorzichtig, tastend voelen) vaststellen dat de poes zwanger is. In dit stadium zijnde vruchtjes nog zo klein (ten grootte van een flinke erwt), dat ze onderling te onderscheiden, en dus te tellen zijn. Sommige poezen krijgen last vanochtendmisselijkheid als gevolg van de hormonale veranderingen in hun lichaam.

 

(22 dagen): De volgende dagen (21-23 dagen) wordt de bovenlip gevormd en beginnen zich oogleden te vormen. Er vormt zich een oorschelp. Aan het eind van de poten zijn de tenen te onderscheiden als een waaier van donker materiaal tegen een lichtere achtergrond. De genitaliën ontwikkelen zich verder. Binnenin differentiëren het skelet en de spieren verder en worden o.a. de ribben gevormd. Het skelet dat gevormd wordt bestaat nog uit kraakbeen. De bek ontwikkelt zich, tong en verhemelte ontstaan. Schildklier¸ bijschildklier en hart ontwikkelen zich en een orgaan dat de meeste mensen hoogstens uit de fijne keuken kennen als “zwezerik”. De gangbare biomedische naam van zwezerik is thymus. Deze ligt in de borstkas tussen het borstbeen en het hart. De thymus heeft een centrale functie in het immuunstelsel, de thymus is verantwoordelijk voor de productie van de zogenaamdeT-cellen. Als bij pasgeboren dieren de thymus ontbreekt produceren ze nauwelijks antistoffen en zijn dus zeer gevoelig voor infecties maar als bij dieren (muizen) experimenteel de thymus wordt weggenomen als ze enkele dagen oud zijn, dan treden deze problemen veel minder op: de lymfocyten die in de thymus geproduceerd worden en naar de milt en lymfeklieren trekken, hebben waarschijnlijk dan reeds de nodige informatie voor wat lichaam vreemd is doorgegeven aan milt en lymfeklier. Het embryo is nu 13-30 mm

 

(25 dagen): Met 23-25 dagen beginnen de tenen van de voorpoot, die al wel zichtbaar waren maar nog als een klomp aan elkaar zaten zich van elkaar te scheiden. Bij de achterpootjes, die wat achterlopen in vergelijking met de voorpootjes, zijn de toekomstige tenen te onderscheiden als een waaier van donker materiaal tegen een lichtere achtergrond, net als eerder gebeurde bij de voorpootjes. Nieren, bijnieren en geslachtsorganen differentiëren zich verder. In de primitieve ruggengraat zijn grijze en witte massa gescheiden en om geven door een vlies. Grijze massa bestaat voornamelijk uit zenuwcellen. De grijzekleur is afkomstig van de kernen van die cellen. Witte massa bestaatuit langgerekte zenuwvezels die een witte vettige stof bevatten”myeline”. Deze witte massa omkleedt de grijze massa in deruggengraat. Zenuwuitlopers en zenuwknopen (ganglia) differentiëren zich. In de kop ontwikkelen zich de kaken, verhemelte tong en de speekselklieren. In de hersenen ontstaat de hypofyse, een belangrijk orgaan dat een aantal verschillende hormonen produceert: Vasopressine, dat betrokken is bij de waterhuishouding van het lichaam, Oxytocine, dat een rol speelt bij de geboorte en daarna bij de melkgift en dan nog een aantal hormonen die betrokken zijn bij de regulatie van andere klieren: schildklierstimulerend hormoon (TSH) , bijnierschors stimulerend hormoon: (ACTH), het follikelstimulerendhormoon: (FSH) en luteïniserendhormoon: (LH) die beide op de geslachtklieren werken. Daarnaast geeft de hypofyse nog groeihormoon af dat een zeer belangrijke sturende rol vervult bij zowel de groei (van het jonge dier) als bij de stofwisseling.

(28 dagen): Stadium 25-28 dagen 21-40 mm. In dit stadium zijn de embryo’s in feite al bijna complete minikatjes en spreek men liever van foetussen. Alles groeit nog verder uit en differentieert nog meer. Het kopje ontwikkelt wangen, kin, neus en mond. Het gebied waar de navel wordt gereduceerd, het buikvlies (peritonium), longvlies (pleuropericardiaal membraan) en het middenrif ontstaan. De handwortelbeentjes, de tenen en de ribben zijn nog steeds kraakbeenachtig maar beginnen te verkalken. De tanden worden gevormd (verborgen in de kaak).

(32 dagen): Er komt nu echt schot in, de foetussen groeien nu ook hard en de meeste “onderdelen” zijn op hun definitieve positie . In de fase 28-32 dagen zijn ze 25 tot 50 mm groot en wordt het moeilijk om het aantal foetussen nog vast te stellen. Over de gevormde ogen groeit een ooglid, er zijn kleine, driehoekige oortjes. Het binnenoor begint zich te differentiëren tot de ingewikkelde structuur waar het dier straks kan horen, het trommelvlies wordt gevormd. Op een plaatje, lijkt de foetus in dit stadium al op een poesje. De verbening van diverse onderdelen die nog uit kraakbeen bestonden en waar gewoon been hoort tekomen gaat door. De bronchiën differentiëren steeds meer. Bij vrouwelijke foetussen vormt de baarmoeder zich. De al aanwezige leverwordt “gelobt”. Er ontstaat een blaas. Het formaat van de foetus is nu 25-50 mm.

(36 dagen): De foetussen blijven groeien, het hoofdje is en blijft relatief groot. Moederpoes wordt nu echt zichtbaar dikker, zeker als ze een meerling draagt. We zitten nu in de periode 32-38 dagen. Het formaat van de foetussen is nu 35-60 mm. De huid ligt glad aan, er zijn nog geen haren. De uitwendige genitaliën ontstaan. Aan de tenen ontstaan nagels. Het oog differentieert verder, er wordt (o.a.) een iris gevormd.

(38 dagen): Vandag 38 tot 44 differentieert de huid. Deze wordt dikker en rimpelt. De oortjes worden groter en het staartje wordt langer. Het binnenoor is gevormd, maar nog van kraakbeen. De longblaasjes ontwikkelen zich. De hypofyse wordt gelobt. In de darmen groeien darmvlokken. De oogleden zijn compleet aanwezig, de ogen zijn gesloten. Het embryo meet 50-80mm.

(46 dagen): Met dag 44 meet het embryo 59-94 mm en er komen haartjes, de foetus is bedekt met een fluweelachtig laagje. Vanaf dag 48 ( 65-125mm) is de eventuele pigmentatie zichtbaar.

(60 dagen) en (63dagen): Tenslotte het eindstadium vanaf dag 58. Dit is het stadium, vlak voor geboorte. Alle organen zijn voldoende volgroeid om de foetus levensvatbaar te maken. Een normale bevalling vindt plaats, tussen dag 59 en dag 69 na de conceptie.

Voor dag 59 zullen kittens nog niet levensvatbaar genoeg zijn om te overleven zonder speciale medische hulp. Duurt een dracht langer dan 69 dagen, dan is het goed om de dierenarts te consulteren. Als de poes het nemen van haar temperatuur (rectaal) niet al te vervelend vindt, kunt u elke ochtend haar temperatuur meten: 12 tot 24 uur voor de bevalling daalt haar temperatuur van de normale waarde van 38.5 met een graad naar37,5 graden Celsius. Een normale bevalling begint met ontsluitingsweeën. De poes zal wat slijm uit haar vagina produceren maar misschien merktu dat niet eens omdat ze, als ze er met haar dikke buik nog bij kan, het zelf schoon zal maken. Dit stadium kan tot 36 uur duren, vooral bij een primipare poes (=poes die voor het eerst werpt). Ernst wordt het, als ze persweeën krijgt. Deze sterke contracties kunt u goed voelen als u uw hand op haar buik legt. Het belangrijkste dat u kunt doen is: er zijn… veel poezen vinden het prettig als u ze gezelschap houdt. Het eerste jong laat vaak het langst op zich wachten. Raak niet te gauw in paniek. Houd vooral goed in de gaten dat de moederpoes rustig blijft. Zolang de moeder niet onrustig of paniekerig is, is er vaak niets aan de hand. Het is altijd prettig, als u en de poes beiden onervaren zijn om steun te krijgen van een ervaren fokker.
Bevallen is echter iets heel natuurlijks en meestal gaat het goed. Het is wel verstandig om uw dierenarts op de hoogte te stellen van de naderende blijde gebeurtenis. Als u veterinaire hulp nodig zou hebben is het goed om te weten, wie u kunt bellen (kittens komen graag ‘s nachts…)

En als alles goed verlopen is… Gefeliciteerd!-

 

Bron: stichting kitten opvang

Geboorte kittens

Geboorte kat – tips voor problemen rond en tijdens de geboorte

Er zullen tips bij staan die niet vermeld worden in de wetenschappelijke literatuur, maar waarvan ervaren fokkers overtuigd zijn, dat ze nuttig zijn in de praktijk. Hier en daar worden ook wat homeopathische adviezen gegeven. Bezint eer ge begint, is bij zowel de hond als de kat zeker een terechte waarschuwing. Er kunnen veel problemen zijn op het pad van dekking, dracht, geboorte en zoogperiode met aan het einde van de zware klus de niet te onderschatten grote zorg: komen kittens wel bij de goede eigenaar. Overschat je eigen kennis en kundigheid niet! Er zijn altijd weer verrassingen! De beste leeftijd voor een eerste nestje bij een poes is 2 tot 4 jaar. Zorg ervoor dat de poes in een goede conditie is voor de dekking. Dit betekent dat ze niet te mager of te dik moet zijn en voldoende bespiering moet hebben. Verder moet de vaccinatiestatus in orde zijn en de poes moet goed ontwormd zijn.

Laat kittens tot de leeftijd van 12-13 weken bij hun moeder. De kittens moeten normaal kattengedrag leren van hun moeder en dit moeten ze leren tussen de 6e en de 12e levensweek. Leert een kitten onvoldoende normaal gedrag van de moeder, dan is dit later vrijwel niet meer te corrigeren.Fokkers die (nog) geen ervaring hebben met de geboorte van een kat, doen er goed aan zich voortdurend en intensief te laten bijstaan door een deskundige collega en/of een dierenarts.

 

TIPS
(1) Levensvatbaarheid van kittens
Vanaf de 21e -25e dag is het mogelijk (voor een ervaren persoon) om de vruchtblaasjes met de foetussen erin te voelen in de buik van de poes, of om de dracht met behulp van een echo onderzoek vast te stellen. Vanaf dag 26 is de hartactie van de foetussen zichtbaar bij echografie.

Eerst vanaf de 56e -57e dag van de dracht, dus vanaf de 8ste week, hebben we een redelijke zekerheid, dat de kittens levensvatbaar zijn buiten de baarmoeder.

(2) Normale geboortetijdstip
Gemiddeld vindt bij de kat de normale geboorte plaats op de 64e dag van de dracht.

Er zijn individuele uitzonderingen, die vroeger of later bevallen. Zo wordt er in de literatuur een spreiding aangegeven tussen de 59 en 70 dagen na de dekking. Vroeger of later bevallen lijkt soms ook rasgebonden. Bij de kat lijkt er een minder duidelijk verband te bestaan tussen de grootte van het nest (aantal kittens) en de draagtijd, dan bij de hond.

De duur van de dracht is bij de kat vaak moeilijker aan te geven dan bij de hond omdat een poes pas ovuleert (een eisprong heeft) na de dekking en er zijn vaak meerdere dekkingen verspreid over een aantal dagen nodig om een eisprong (en dus een dracht) te bewerkstelligen.

(3) Voorkom stress bij de poes
Stress kan een negatieve invloed hebben op het geboorteproces en de zoogperiode.

Voorkom stress bij de poes. In sommige gevallen kan stress van de eigenaar ook besmettelijk zijn voor de poes. Vertrouw op je moederpoes (daarvoor is het nodig haar normale gedrag goed te kennen). Is de moederpoes rustig, dan is er niets aan de hand. Verstoor die rust dan ook niet!

Zorg dat de poes een warme en rustige plek heeft voor de geboorte. Laat geen huisgenoten (andere katten of overige huisdieren) bij de moederpoes komen. Het is normaal dat een moederpoes erg fel reageert naar huisgenoten tijdens en na de bevalling.

Er zijn katten die het fijn vinden als de eigenaar bij de bevalling aanwezig is, maar er zijn ook katten die de eigenaar verrassen en hun nestje stiekem op een onverwachte plek ter wereld brengen, zonder aanwezigheid van de eigenaar. Laat in ieder geval liever geen vreemde mensen bij de bevalling aanwezig zijn!

Een ideale plek om te bevallen is een ruime bench, waarin ruimte is voor de bevalling, maar ook voor een kattenbak en bakjes met eten en drinken. Gebruik geen handdoeken als ondergrond, maar katoenen lakens of oude T-shirts. De nageltjes van de kittens blijven namelijk gemakkelijk hangen in de lusjes van een handdoek.

Plaats de bench al ongeveer 2 weken voor de verwachte bevalling in huis, zodat de poes alvast kan wennen aan de kraamkamer

Zorg dat er een plek is waar de kittens lekker warm kunnen liggen (warmtekussentje bijvoorbeeld), maar zorg ook voor een relatief koeler plekje voor de moederpoes. Als het te warm is in het nest voor de moederpoes, dan zal ze de neiging hebben teveel weg te lopen bij de kittens.

(4) Kortstondige bloeding 1 â 2 weken voor de geboorte
Een kortstondige bloeding (1 of enkele keren een heel klein beetje bloedverlies) halverwege de dracht of 1 â 2 weken voor de geboorte is meestal geen reden voor paniek. Het kan bij de kat wijzen op een resorptie, maar dat kan bijvoorbeeld maar 1 of 2 kittens betreffen. De overige kittens kunnen dus gewoon normaal op het juiste tijdstip geboren worden. Het is niet onverstandig om op zo’n moment een echo te laten maken, zodat het duidelijk is of er nog levensvatbare kittens over zijn. Dan weet je als fokker/eigenaar van de poes in ieder geval waar je aan toe bent.

(5) Controle van het aantal kittens voor de geboorte
Bij 1 a 2 kittens, zeker als het een eerste nestje betreft, is er een risico*, dat de geboorte niet goed op gang komt en dat de kittens relatief te groot zijn. Bovendien is het prettig te weten wanneer de poes klaar is met bevallen.

Het is daarom (vooral voor de wat minder zekere fokker) raadzaam om circa 7 â 10 dagen voor de te verwachten geboortedatum het aantal kittens te tellen middels een röntgenfoto. Met een echo is dat veel lastiger, zo niet onmogelijk (bij meer dan 3 a 4 kittens). Ook met een röntgenfoto kunnen we er echter bij een grotere dracht nog wel eens naast zitten. De toegepaste hoeveelheid röntgenstraling is niet schadelijk voor de kittens. Wel moet ervoor gezorgd worden, dat de poes bij het röntgenonderzoek zo weinig mogelijk stress ondervindt.

* Het risico is groter dan bij een dracht van 3 of meer kittens, maar heel vaak kunnen 1 of 2 kittens toch normaal geboren worden. Het gaat overigens relatief vaker goed bij de kat dan bij de hond.

(6) Normale kenmerken van een geboorte
De voortekenen van een naderende geboorte zijn bij de kat veel subtieler dan bij de hond. De moederpoes zal in het algemeen zelf een rustig en warm plekje opzoeken (helaas is dat niet altijd de plek die de eigenaar in gedachte had).

Het temperatuurverloop voor een bevalling biedt bij de kat geen houvast (in tegenstelling tot bij de hond) in de voorspelling wanneer de geboorte plaats zal vinden. In het eerste stadium van de bevalling is de lichaamstemperatuur wel lager dan normaal, hetgeen waarschijnlijk ook de reden is dat de poes de voorkeur geeft aan een warme plek om te bevallen.

Op de dag van de bevalling zal de poes meestal niet of nauwelijks eetlust hebben.

Als de weeën beginnen zien we dat de poes sneller gaat ademen. De weeën zijn, veel beter dan bij de hond, vaak goed te zien en te voelen aan de buik.

De uitdrijvingsfase gaat meestal vrij snel bij de kat. Meestal zijn er maar enkele persweeën nodig om een kitten uit te drijven. Het kan zijn dat het tweede kitten vrij snel op het eerste kitten volgt. Voorafgaand aan het kitten kan er een vruchtblaas in de vulva opening verschijnen; deze vruchtblaas knapt.

De kat perst heel vaak in borst-buikligging, waarbij ze het bekken sterk kantelt.

Katten zoeken vaak heel bewust de kattenbak op om tijdens de uitdrijving te persen, zorg in dat geval voor een schone vulling, waar eventueel een dekje overheen gelegd is.

Soms wordt het kitten meteen gevolgd door de nageboorte, maar die kan ook later komen.

Het vlies wordt verwijderd en de navelstreng doorgehaald door de poes zelf of door de helper. De poes zal de nageboorte meestal direct opeten.

Daarna is er donkergroene uitvloeiing, die de gehele bevalling blijft!

(7) Als de geboorte niet op gang komt op de 64ste dag
Als de geboorte op de 64ste dag nog niet heeft plaats gevonden, is er bij de kat zeker geen reden tot ongerustheid. Theoretisch kan er bij de kat zelfs nog een normale geboorte plaats vinden op de 70ste dag van de dracht. Echter de kans op problemen (dode kittens e.d.) neemt toe vanaf de 67ste dag. Ik wijs nogmaals op het feit dat de duur van de dracht bij poezen meestal niet nauwkeurig bekend is. Daarom is het mijns inziens belangrijker om goed te observeren en te onderzoeken (eetlust, uitvloeiing, buikpalpatie-, echografisch onderzoek) of er problemen lijken te ontstaan, dan alleen maar te kijken naar het aantal dagen dracht. Natuurlijk moeten de onderzoeken niet lijden tot overmatig veel stress bij de poes, dit kan een bevalling alleen maar verder uitstellen.

(8) Keizersnede uitvoeren voordat de geboorte op gang komt
Bij de kat geldt: in vrijwel alle gevallen gaat de voorkeur uit naar wachten met de keizersnede totdat de ontsluiting heeft plaats gevonden.

(9) Keizersnede
De operatie is dezelfde als bij de hond. De narcose is echter verschillend.

(10) Calcium tekort
Een Calcium tekort kan tijdens de bevalling oorzaak zijn van weeën zwakte. In veel gevallen zien we dan niet het uitgesproken beeld.

In een aantal gevallen van weenzwakte, moet er naast Oxytocine-S ook een Calcium injectie worden toegediend; vooral ook als er sprake is van grote onrust of krampverschijnselen bij de poes.

Optimalisering van de voeding en eventueel toevoegen van Calcium is goed, maar in acute gevallen (zoals bij weeënzwakte en epileptiforme insulten) moet er een injectie worden toegediend.

(11) Groene uitvloeiing voor de geboorte van het eerste kitten
Als een placenta losraakt van de baarmoederwand komt er een donkergroene tot groen-zwart drab vrij. Als er nog geen kittens geboren zijn is dat een aanwijzing, dat er minimaal 1 placenta los is en er een geboorte moet plaats vinden, anders gaat het kitten dood. Voor het eerste kitten is de donkergroene drab dus een sein, dat er ingegrepen moet worden. Na de geboorte van het eerste kitten is de groene drab normaal! Bij katten wijst een donkerrode of bruin-zwarte uitvloeiing voor de uitdrijving van het eerste kitten ook op een dood kitten. Het hoeft echter zeker niet te betekenen dat alle kittens dood zijn!

Een dierenarts moet controleren of er sprake is van weeënzwakte, of, dat er sprake is van een kitten die klem zit in de geboorteweg (te groot kitten, of dood kitten of verkeerde ligging). Ofschoon na de verlossing van het betreffende kitten nog een normale geboorte van de andere kittens kan plaats vinden, is de kans groot, dat er meteen een keizersnede wordt uitgevoerd.

(12) Tussentijd geboorte kittens
De normale tijd tussen 2 geboortes is gemiddeld 1 â 2 uur. Er is helaas nogal wat variatie en dat maakt het erg moeilijk, zeker voor onervaren fokkers, om de juiste beslissing te nemen. Er zijn gevallen bekend, waarbij er een periode tussen de geboortes van 2 springlevende kittens van circa 12 uur was. Dit kan zeker optreden wanneer de poes gestoord wordt tijdens de bevalling. Vooral als ze verplaatst wordt tijdens een bevalling. Maar op basis van dit soort uitzonderingen is niet een veilig beleid te voeren.

Indien het volgende kitten nog niet na 1-2 uur is geboren en de poes in alle rust haar kittens verzorgt kunnen / moeten we rustig afwachten totdat de volgende persweeën zich aankondigen. Maar wanneer de poes onrustig is, we sterke contracties van de baarmoeder zien of voelen of zelfs persweeën heeft, en er binnen half uur tot maximaal 1 uur nog geen kitten geboren is, dan is het verstandig om deskundige hulp in te roepen.

Drinken van de kittens bevordert de baarmoederweeën en versnelt de geboorte van de volgende kittens.

(13) Geboorte vordert niet
Oorzaken kunnen zijn: weeënzwakte, te groot of dood kitten of verkeerde ligging

Er moet eerst controle plaats vinden door een deskundige om een eventueel passage probleem van het kitten door het bekken van de poes uit te sluiten. Zeker als er sprake is van langdurig vruchteloos persen.

Bij weeënzwakte dienen we een injectie met Oxytocine-S (piton) toe. Oxytocine-S is een UDA middel en mag dus door de eigenaar zelf worden toegediend. Overleg echter bij iedere injectie weer vooraf met de dierenarts. Houdt u zich ook strak aan de juiste dosering: 0,03-0,1 ml onderhuids injecteren. De flacon na de geboorte weggooien (chemisch afval) en niet bewaren voor een volgend nest.

Er moet binnen ½ – 1 uur na de injectie een kitten geboren zijn. Indien er dan geen geboorte plaats vindt, moet de dierenarts geraadpleegd worden. Dus niet zelf nog een keer een tweede injectie geven!

De injectie mag 1 a 2 keer met tussentijd van 1 â 2 uur herhaald worden, maar zoals reeds opgemerkt, er moet(en) telkens na elke injectie 1 of meerdere kittens geboren worden.

Te veel en te vaak oxytocine spuiten heeft een averechts effect en kan soms de melkproductie verminderen.

Oxytocine spuiten als de poes al duidelijk geruime tijd perst op een kitten, zonder dat de geboorte vordert, is absoluut fout! Oxytocine stimuleert alleen het samentrekken van de baarmoeder en niet de passage door het bekken!

In een aantal gevallen, moet er naast Oxytocine-S ook een Calcium injectie worden toegediend; vooral ook als er sprake is van grote onrust of krampverschijnselen bij de poes. Ook de calcium injectie is in principe een UDA middel en kan dus door de eigenaar zelf gespoten worden. Ook bij deze injectie, die onderhuids moet worden toegediend, benadrukken wij, dat u dat steeds alleen toedient na overleg vooraf met de dierenarts.

In de homeopathie kennen we het middel MacSamuel Weeen. In het preparaat zitten de middelen Sabina en Secale cornutum, die beide het samentrekken van de baarmoeder bevorderen.

(14) Kitten blijft hangen
Er zijn vruchtdelen te zien, zoals de achterpoten of het kopje, vaak nog verpakt in het vruchtvlies, maar het kitten komt niet verder. Er moet op dat moment snel worden ingegrepen.

Onmiddellijk deskundige inschakelen (die moet er dus eigenlijk al zijn)

Duurt deskundige hulp te lang, zelf ingrijpen: Met de hand (in een droog washandje) de vruchtdelen vastpakken en iets aanspannen en met de weeën mee voorzichtig trekken aan het kitten (in de richting van de kromming van de rug van het kitten). Geen tangen of andere krachtwerktuigen gebruiken.

(15) Navelstreng
Als de poes de navelstreng zelf niet afbijt moeten wij de navelstreng doorhalen. Navelstreng niet te kort (circa 1 cm; nooit strak bij de buik: kans op verbloeden in de buik) en niet te lang (i.v.m. erop trappen) afscheuren of afknippen. Uiteinde tussen duim en wijsvinger korte kneuzen (dan houdt de bloeding vanzelf op); alleen bij uitzondering met behulp van een garen draadje de navelstomp afbinden.

De navelstrengen drogen vanzelf in en vallen af na ongeveer 2-3 dagen.

Navelstomp ontsmetten met Betadine of een chloorhexidine (Sterilon)oplossing.

Het spreekt voor zich, dat alles (schaar, handen, enz.) schoon en steriel zijn. Desinfecteren met Dettol is goed.

(16) Kittens op gang helpen
Slijm uit de bek zuigen met een speciaal daarvoor in de handel zijnd slijmzuigertje.

Goed droog masseren met handdoeken.

Geef eventueel een druppeltje Nutridrops in het bekje voor directe energie.

Omgeving warm houden (circa 30 â 33 graden; niet te heet).

Geef erg zwakke en slappe kittens, die tevens een ondertemperatuur hebben een 5% dextrose oplossing met Ringer lactaat (dit is een infuusvloeistof) in het bekje om op gang te komen. Leg het kitten in een warme omgeving (30-32C) zodat de lichaamstemperatuur langzaam oploopt. Pas als de lichaamstemperatuur van het kitten boven 34.5C weer melk gaan geven!!!

(17) Nageboortes
Als een poes 1 of enkele nageboorte(s) opeet, is dat geen probleem. Maar het is niet zo dat de poes alle nageboortes moet opeten. Het is verstandig om een poes die veel nageboortes heeft opgegeten te behandelen met Probiotica om te voorkomen, dat de poes diarree krijgt.

Controleer altijd of er nageboortes achterblijven. Achterblijvende nageboortes kunnen voor problemen zorgen (baarmoederontsteking, vergiftiging). Aan te raden is bij twijfel meteen al te beginnen met MacSamuel Uterus tonicum. Het is raadzaam de poes 2 x daags te temperaturen.

(18) Ziektepreventie bij de poes
Er moet alles aan gedaan worden om te zorgen, dat de poes gezond blijft. Ziekte bij de poes zal bijvoorbeeld de melkproductie of de kwaliteit van de melk negatief kunnen beïnvloeden; beide nadelig voor de kittens. Bovendien willen we liever niet, dat de kittens via de moedermelk moeten “meesnoepen” van de voor de poes, ingeval van ziekte, noodzakelijke medicijnen.

Maatregelen:

Rust, geen stress, voor moederpoes en kittens zal zeker bijdragen tot een beter herstel en een betere gezondheid

Om de baarmoeder goed samen te laten trekken en zodoende alle restanten van vruchtwater en nageboortes te verwijderen, injecteren wij Oxytocine-S direct na de geboorte; de injectie moet uitsluitend na overleg met en/of controle door de dierenarts worden toegediend. Zie over Oxytiocine-S punt (14).

Als extra hulpmiddel hierbij geldt het homeopathische middel: MacSamuel Uterus tonicum; wij geven dit middel direct na de geboorte, gedurende een periode van 3 weken.

Indien er sprake is van een baarmoederontsteking (koorts, veel drinken en donkerrode of bruine tot etterige, stinkende uitvloeiing), dienen we een gerichte antibioticum kuur toe gedurende 2 a 3 weken. Gericht wil zeggen, aan de hand van een bacteriologisch onderzoek (welke bacterie is in het spel?) en een antibiogram (test om te bepalen welk antibioticum geschikt is om de betreffende bacterie te doden).

Indien er sprake is van een mastitis (koorts, verminderde melkproductie, pijnlijke harde, warme en gezwollen melkklier), dienen we een gerichte antibioticum kuur toe gedurende 2 a 3 weken.

Bij het gebruik van antibiotica moeten we moederpoes en kittens altijd behandelen met Probiotica; probiotica hebben geen bijwerkingen.

(19) Controle van de kittens na de geboorte
Controle op gezondheid: is het kitten beweeglijk, krachtig en vooral voldoende warm. In het bijzonder als de poes weinig belangstelling toont voor haar kittens is het warm houden van de kittens onze eerste zorg (omgevingstemperatuur direct na de geboorte circa 30 a 33 graden). Na de voeding moet een gezond kitten niet meer schreeuwen of onrustig rondkruipen, maar slapen; hij heeft een volle buik.

We houden de gewichten van de kittens dagelijks in de gaten. Dus 1-2 x per dag wegen. Gemiddeld zal een kitten, als het goed is ongeveer 10 gram per dag groeien.

Pasgeboren kittens die niet drinken en slap zijn kunnen nog last hebben van de achterblijvende eerste taaie ontlasting (darmpek). Vaak lukt het om met behulp van veegbewegingen met een nat watje of nat washandje over de anus (zoals teef dat met de tong doet) de darmpek alsnog te verwijderen, soms moet het door een deskundige verwijderd worden. Let op: het kan ook zijn, dat er geen anusopening is aangelegd (atresia ani).

Controle op een open verhemelte (melk loopt door de neus terug en het kitten kan onvoldoende zuigkracht ontwikkelen bij het drinken)

(20) Onrust bij de poes
Verschijnselen zijn: onrust, weglopen bij de kittens, veel miauwen, met de kittens gaan slepen, agressie naar de kittens, doodliggen van kittens, enz..

De oorzaken zijn divers: teveel onrust in de omgeving, te warm in het nest, afwijkingen bij de kittens (die overigens door ons mensen aan de buitenkant niet altijd te herkennen zijn), onervarenheid van de poes (eerste keer), na een keizersnede die uitgevoerd is voordat de geboorte op gang kwam, naweeën (involutie pijn), calciumtekort of gedragsstoornis.

Het is van belang, dat er door een dierenarts de juiste diagnose wordt gesteld, zodat een passende behandeling kan worden voorgeschreven.

(21) Behandelen en voorkomen van diarree bij kittens
Onder normale omstandigheden is het niet nodig om preventief maatregelen te nemen tegen diarree bij kittens. Er zijn echter fokkers die steeds weer opnieuw kampen met diarree bij de kittens. In die gevallen kunnen we preventieve maatregelen nemen. Het spreekt vanzelf, dat de probiotica slechts hulpmiddelen zijn en de dierenarts eerst een diagnose moet stellen.

Om te voorkómen, dat de kittens diarree krijgen of om diarree bij kittens te behandelen is het verstandig om direct (na de geboorte) de kittens Probiotica te geven. Het preparaat Protexin Pro-Kolina is bij uitstek geschikt; de pasta is soms voor jonge kittens te taai en dus moeilijk weg te krijgen; verdunnen met yoghurt of enigszins verwarmen zodat het wat dunner wordt is een optie.

Onderzoek van ontlasting kan zinvol zijn om de oorzaak van de diarree te achterhalen en dus zo gericht mogelijk te kunnen behandelen. Dit is tevens van belang in het kader van preventieve maatregelen bij een eventueel volgend nestje in de cattery.

Normale ontlasting van een kitten is donker geel en vrij stevig van consistentie.

(22) Behandelen en voorkomen van niesziekte bij kittens
Als de moederpoes drager is van de niesziekte virussen, maar vooral in het geval van een dragerschap van het Herpesvirus, dan is het vrijwel onmogelijk om niesziekte bij de kittens te voorkomen. In theorie is het natuurlijk mogelijk om de kittens direct te scheiden van de moederpoes na de geboorte, maar dit is natuurlijk onwenselijk voor wat betreft de verzorging, socialisatie en de opvoeding van de kittens.

Zorg ervoor dat de moederpoes voor de dekking goed gevaccineerd is, zodat ze voldoende antilichamen over kan dragen aan de kittens via de melk.

Laat geen vreemde mensen bij het nestje gedurende de eerste 3-5 weken na de geboorte. Zeker geen mensen die zelf katten hebben.

Bezoek geen shows met andere katten uit de cattery vlak voor een bevalling van een drachtige poes en ook niet gedurende de lactatieperiode van deze poes.

Bij verschijnselen van een voorste luchtweginfectie bij de kittens, zoals niezen, snotteren en/of ontstoken oogjes: behandel met een geschikt antibiotica (bijvoorbeeld doxycycline)en oogzalf onder begeleiding van uw dierenarts. Ondersteun de weerstand van de kittens en de moederpoes met Mac Samuel Weerstand (Echinacea purpurea).

(23) Neonatale isoerytrhrolyse
Zie Feline Neonatale Isoerythrolyse (FNI).

(24) Gebrek aan melk
Zie MacSamuel Melksecreties, dosering voor de kat is lager dan voor de hond. Geef per keer 5 druppels opgelost in melk of een melkproduct.

(25) Kunstmelk
Wij geven de voorkeur aan de in de handel zijnde complete producten, zoals KMR, Nutriwelp of Kitten Milk van Royal Canin e.d.

In geval van nood kunnen wij zelf kitten melk bereiden:
1. 250 ml volle koeienmelk (of geitenmelk)
2. 250 ml volle yoghurt of kwark
3. flinke scheut room (= circa 50 ml)
4. 1 geklutst rauw ei
5. eventueel vitamine / mineralen supplement (bij langdurige toepassing)

Een zeer ervaren fokker meldt zeer goede ervaringen met bijvoeren met melkpoeder voor lammeren aan haar kittens.

De toediening kan per fles of per sonde, maar ook met een pipetje of kleine maat spuit. Hiermee kan de melk druppelsgewijs in het bekje worden ingegeven. Met de fles toegediend is er, zeker bij een slap kitten, gevaar op verslikken en levensgevaarlijke longproblemen. Sondevoeding is een goed alternatief, maar vereist enige begeleiding en oefening in het begin. De melk moet uiteraard op lichaamstemperatuur worden toegediend.

De dosering van melkvoeding is afhankelijk van het energiegehalte van de kunstmelk. In de eerste week heeft het kitten 42 kilocalorieën per 100 gram lichaamsgewicht per dag nodig, op de leeftijd van 5-6 weken is dat nog maar 24-28 kilocalorieën«n per 100 gram lichaamsgewicht per dag. Voor de meeste kant en klaar kunstmelk formules zal dit neerkomen op een hoeveelheid melk van 3-3,5 ml per voeding in de eerste levensweek en dat 4 x per dag.

Geef nooit grote hoeveelheden melk ineens aan een pasgeboren kitten; het maagje en de nieren kunnen op die leeftijd nog geen grote hoeveelheden vloeistof tegelijk verwerken. Begin daarom altijd eerst met iedere 2 uur 2 ml en ga geleidelijk in een aantal dagen naar iedere 4 uur 3 ml in de eerste levensweek. In de tweede levensweek mag dit worden verhoogd naar iedere 4 uur 4 ml, in de derde levensweek naar iedere 4 uur 5 ml.

N.B. Bij bovenstaande berekeningen is ervan uitgegaan dat de kittens volledig afhankelijk zijn van de toediening van kunstmelk. Drinken de kittens ook nog bij de moederpoes zelf dan is natuurlijk veel minder kunstmelk nodig.

Om zeker te weten of een kitten voldoende melk binnen krijgt als het bij de moederpoes drinkt moet een kitten 1-2 x per dag worden gewogen. Dat is de enige betrouwbare controlemethode. Een pasgeboren kitten moet gemiddeld 10 gram per dag groeien.

(26 ) Groei kittens gedurende de eerste 3 weken
Het gewicht van een kitten verdubbelt zich in de eerste week; vervolgens is het verdrievoudigt na ongeveer 3 weken.

Is de groei van een kitten onvoldoende, dan moet worden bijgevoerd met kunstmelk. Laat natuurlijk wel eerst onderzoeken of er niet iets anders aan de hand is met het kitten dan alleen onvoldoende voeding.

Het komt vaak voor, dat een kitten de eerste dag na de geboorte iets gewicht verliest, na 1 a 2 dagen weer het geboortegewicht heeft, en dan pas gaat groeien.

De verdubbeling is een gemiddelde en tevens afhankelijk van het geslacht. Katertjes groeien over het algemeen sneller dan poesjes.

 

Bron: Dierenziekenhuis Rotterdam

Chippen

Chip uw huisdier
U moet er niet aan denken, maar u kunt uw huisdier natuurlijk een keer kwijtraken. Het is daarom verstandig uw huisdier van een chip te voorzien. U kunt dan, als uw huisdier gevonden wordt, snel uw geliefde huisgenoot worden herenigd.

Waarom zou ik mijn huisdier laten chippen?

  • Als uw dier gevonden wordt, bent u als eigenaar snel en gemakkelijk te achterhalen. Het chipnummer is namelijk gekoppeld aan uw gegevens.
  • Als u naar het buitenland op vakantie gaat met de hond of kat bent u verplicht om het dier te laten chippen.
  • Ook als uw dier tegen ongevallen en ziektekosten verzekerd is, is een chip verplicht, vaak wordt deze dan wel vergoed door de verzekeringsmaatschappij.
  • Een chip is geschikt voor bijna alle diersoorten. Ook jonge dieren kunnen worden gechipt.
  • Een chip is fraudebestendig: verwijderen is moeilijk en het registratienummer kan niet worden gewijzigd.
  • Uw dier voelt de chip niet
  • Een chip gaat een dierenleven lang mee.
  • Een chip is niet ontsierend: hij zit immers onder de huid.

Hoe werkt een chip?
Een chip heeft de grootte van een rijstkorrel en wordt met een naald onder de huid van het dier ingebracht. Elke chip heeft zijn eigen unieke code, zodat elk dier die een chip heeft een eigen “nummer” heeft.

Diergegevens, adresgegevens van de eigenaar in combinatie met het chipnummer worden aangemeld bij een databank. Hier wordt uw dier geregistreerd.

Wanneer uw dier vermist is en door iemand word gevonden kan met behulp van een “chipreader” het chipnummer afgelezen worden. Bij de databank kunnen de juiste gegevens dan opgevraagd worden en ka het dier weer verenigd worden met zijn baasje. De registratie is dus belangrijk, net zoals het doorgeven van een eventuele verhuizing of verandering in telefoonnummer.

Op www.chipnummer.nl kunt u controleren of het chipnummer van uw huisdier en bijbehorende registratie nog kloppen.

Registratie
Nadat uw huisdier van een chip is voorzien, moet het dier nog geregistreerd worden. Er bestaan diverse databanken. Een gratis service voor eigenaren die kiezen voor het BackHome chip, is de website: www.backhomeclub.nl. u kunt zelf de gegevens van uw huisdier invullen en, indien gewenst, wijzigen. De website stuurt ter bevestiging van registratie een bewijs van inschrijving dat u bij het vaccinatieboekje of Europees dierenpaspoort kunt bewaren. Vanaf dat moment is uw dierbare huisgenoot altijd weer bij u thuis te brengen! Het is overigens wel belangrijk om een verhuizing of wijziging van het telefoonnummer aan te passen op de site. Anders wordt het speurwerk alsnog heel moeilijk. Uiteraard zijn uw gegevens op de site veilig opgeslagen en niet toegankelijk voor derden.

www.chipnummer.nl

Een belangrijke site als het gaat om het terugvinden van elektronisch geïdentificeerde dieren is: www.chipnummer.nl. deze site maakt het mogelijk om aan de hand van het chipnummer vliegensvlug uit te vinden waar een dier geregistreerd staat. Vervolgens kan dan contact worden gezocht met de registrerende instantie. Iedere gegevensbeheerder heeft daarvoor andere regels, maar die zijn altijd heel makkelijk via de site te vinden.

Cursussen

Pawpeds G1

PawPeds G1 – Algemene Cursus Niveau 1 – Katten bezitten
G1 is het eerste niveau van een drieluik dat kadert in een opleidingsprogramma voor kattenfokkers. G1 is ook nuttig voor mensen die niet fokken, maar die meer willen weten over katten en hoe voor hen te zorgen.

 

Inhoud:

  • Anatomie, een introductie
  • Gedrag
  • Algemene informatie over voedsel en voeding
  • Binnenshuiskat? Buitenshuiskat?
  • Hoe de juiste kattenfokker te vinden
  • Stamboomkat of gemengd ras?
  • Wetten en regels met betrekking tot het kopen van katten
  • Contracten
  • Veilige leefomgeving voor de kat
  • Vergiftiging
  • Kattentoiletten en kattenbakvulling
  • Castratie/Sterilisatie
  • Gezondheidscontroles
  • Vaccinaties
  • De kat op leeftijd
  • Parasieten
  • Vaak voorkomende ziekten en gezondheidsproblemen
  • Gezondheidsprogramma’s
  • Kattenrassen
  • Kattenkleuren
  • Kattenshows
  • Fokken?

Pawpeds G2

PawPeds G2 – Algemene Cursus 2 – Kattenfokprogramma voor beginners

Inhoud:

  • Verantwoordelijkheden van de fokker
  • Huisvesting en zorg – Wetten, vergunningen en regelgeving
  • Mentorship
  • Fokplan
  • Het kiezen van uw fokkatten
  • Een dekkater bezitten
  • Een fokpoes bezitten
  • Anticonceptiva
  • Basisgenetica
  • Kleurengenetica
  • Genetische ziekten en gebreken
  • Infectieziekten
  • Verparing
  • Zwangerschap
  • Worp van de kittens
  • Het bepalen van het geslacht van de kittens
  • Gebreken bij de kittens
  • Flesvoeding kittens
  • Kleurbepaling
  • Registratie en certificaten
  • Ontwikkeling van de kittens
  • Evalueren en selecteren van de kittens
  • Verkoop van de kittens

 

Brons: Pawpeds. PawAcademie

Fokkerij kat (Edupet)

Hoog niveau
Deze opleiding is uniek door zijn brede opzet en hoge niveau en zorgen er voor dat kattenfokkers goed zijn voorbereid op de toekomst als het gaat om deskundig fokken, problemen voorkomen en dierenwelzijn. Ervaren docenten combineren wetenschappelijke verdieping met praktische kennis, zodat u uw dieren up-to-date en optimaal voorbereid kan grootbrengen en begeleiden.

 

Doelgroepen
Deze cursussen zijn niet alleen een must voor bewuste katteneigenaren die veel tijd, zorg en aandacht in hun dieren willen investeren en verantwoord en met beleid een nest willen fokken, maar ook voor dierenartsen en paraveterinairen die meer willen weten over de fokkerij, en voor andere belangstellenden die hun kennis willen verbreden of opfrissen. Denk daarbij aan degenen die verantwoordelijk zijn voor het maken en handhaven van een verenigingsfokbeleid en dus over kennis over erfelijke ziektes, het stellen van fokdoelen, berekenen van fokwaarden en genetische variatie dienen te beschikken.

Van dekking, dracht en geboorte tot zoogperiode, verdere opfok, het professioneel adviseren en begeleiden van nieuwe eigenaren en juridische aspecten: het komt allemaal aan bod. Investeer in uzelf en uw dieren en word een nóg betere fokker.

Cursusinformatie Edupet.

Cursus kittenflessen

Meer informatie

Certificeerbare Eenheid Honden & Katten

Werkt u met honden en katten, vangt u deze dieren op, fokt of verkoopt u deze diersoort? Dus u bent bedrijfsmatig bezig met deze diergroep? Dan heeft u misschien te maken met het Besluit houders van dieren en dan met name de Certificeerbare Eenheid Honden & Katten.

Het Huisdier Kennis Instituut heeft in 2014 de erkenning ontvangen voor de Crebo-opleiding “Beroepsopleiding Bedrijfsleider Dierverzorging”. De verplichte Certificeerbare eenheden uit het Besluit houders van dieren zijn een onderdeel van deze Crebo –opleiding. Door de Crebo-erkenning kunnen wij deze eenheden ook los aanbieden en is een ondernemer niet verplicht alle diergroepen met een certificaat af te sluiten, maar slechts de eenheden waar men bedrijfsmatig mee te maken heeft.

Op alle onderdelen uit de certificeerbare eenheid Honden & Katten wordt ingegaan. De te behandelen onderwerpen zijn o.a. wetgeving, gedrag, voeding, rassenkennis, ziekte en gezondheid, anatomie en fysiologie, voortplanting, erfelijkheid, huisvesting en vachtverzorging. De opleiding wordt gegeven door gespecialiseerde docenten die dagelijks in de praktijk met de lesonderwerpen bezig zijn. Zij zijn dan ook op de hoogte van de nieuwste wetgeving en ontwikkelingen.

Als u alle werkzaamheden in het BPV praktijkboek heeft laten aftekenen tijdens de verplichte stagedagen, als u alle huiswerkvragen uit het opdrachtenboek ter correctie heeft ingezonden, indien u bent geslaagd voor het theorie-examen en de Proeve van Bekwaamheid met goed gevolg heeft afgesloten ontvangt u het Certificaat van het Besluit Houders van Honden en Katten.

Bron: Huisdier Kennis Instituut

Show

Wat betekenen toch al die afkortingen?

Uitleg over titels en prijzen op een kattenshow
Op een kattenshow kunnen katten verschillende titels en prijzen krijgen.
Hierbij een overzicht van de verschillende klassen en prijzen.
————————————————————————–

Goed (G) De kat is ongeschikt voor show en fok.
Zeer Goed (ZG) De kat is niet geschikt voor de show, maar kan mits een goede partnerkeuze geschikt zijn voor de fok.
Uitmuntend (U) of Exellent (Ex) Tentoonstellingskat en geschikt voor de fok. In alle klassen is “Exellent” de hoogste kwalificatie die behaald kan worden. Deze kan naargelang van het aantal mededingers nog onderverdeeld worden in Ex1,Ex2,Ex3….
————————————————————————–

Jeugdklasse 4 – 7 maanden poezen / katers
Per ras, vachtkleur en geslacht kan het beste kitten Uitmuntend 1 behalen.

Jeugdklasse 7 – 10 maanden poezen / katers
Ook hier kan per ras, vachtkleur en geslacht het beste kitten Uitmuntend 1 behalen.
————————————————————————–

Een kat ouder dan 10 maanden begint met het behalen van certificaten om zo titels te sparen.
Alleen de Ex 1 kan een certificaat halen indien het totaal aantal punten voldoende is voor die titel.

Certificat d’Aptitude au Championat (CAC)
Een kat van 10 maanden of ouder wordt Kampioen (CH) nadat is behaald:
■ 3 maal het CAC-certificaat onder 3 verschillende keurmeesters.
Certificat d’Aptitude au Championat International de Beauté (CACIB)

Een kat met de titel Kampioen (CH) wordt Internationaal Kampioen (IC) nadat is behaald:
■ 3 maal het CACIB-certificaat in 2 verschillende landen onder 3 verschillende keurmeesters.
Certificat d’Aptitude au Grand Championat International de Beauté (CAGCIB)
Een kat met de titel Internationaal Kampioen (IC) wordt Groot Internationaal Kampioen (GIC) nadat is behaald:
■ 6 maal het CAGCIB-certificaat in 3 verschillende landen onder 3 verschillende keurmeesters of:
■ 8 maal het CAGCIB-certificaat in 2 verschillende landen onder 4 verschillende keurmeesters.
Certificat d’Aptitude au Championat Supreme (CACS)

Een kat met de titel Groot Internationaal Kampioen (GIC) wordt Supreme Kampioen (SC) nadat is behaald:
■ 9 maal het CACS-certificaat in 3 verschillende landen onder 3 verschillende keurmeesters of:
■ 11 maal het CACS-certificaat in 2 verschillende landen onder 6 verschillende keurmeesters.


Dezelfde regels gelden voor een kastraat kat/poes echter zijn de titels anders:

Certificat d’Aptitude au Premium (CAP)
Een ”behandelde” kat van 10 maanden of ouder wordt Premior (PR) nadat is behaald:
■ 3 maal het CAP-certificaat onder 3 verschillende keurmeesters.
Certificat d’Aptitude au Premium International de Beauté (CAPIB)
Een kat met de titel Premior (PR) wordt Internationaal Premior (IP) nadat is behaald:
■ 3 maal het CAPIB-certificaat in 2 verschillende landen onder 3 verschillende keurmeesters.
Certificat d’Aptitude au Grand Premium International de Beauté (CAGPIB)
Een kat met de titel Internationaal Premior (IP) wordt Groot Internationaal Premior (GIP) nadat is behaald:
■ 6 maal het CAGPIB-certificaat in 3 verschillende landen onder 3 verschillende keurmeesters of:
■ 8 maal het CAGPIB-certificaat in 2 verschillende landen onder 4 verschillende keurmeesters.
Certificat d’Aptitude au Premium Supreme (CAPS)
Een kat met de titel Groot Internationaal Premior (GIP) wordt Supreme Premior (SP) nadat is behaald:
■ 9 maal het CAPS-certificaat in 3 verschillende landen onder 3 verschillende keurmeesters of:
■ 11 maal het CAPS-certificaat in 2 verschillende landen onder 6 verschillende keurmeesters.

Nestklasse
Een van de eerste klassen waar katjes ingeschreven kunnen worden is de Nestklasse.
Een nestje bestaat uit minimaal 3 kittens.
Alle nesten in dezelfde vachtklasse (Korthaar, Halflanghaar, Langhaar en ev. Exotic Shorthair) worden met elkaar vergeleken.
Het beste nest krijgt de kwalificatie “Exellent 1” en eventueel de daarbij horende prijs “Beste Nest”.
————————————————————————–
Alle Ex1 winnaars kunnen, mits genoeg punten, door hun keurmeester terug geroepen worden voor de volgende verkiezing:

BIV.: Best in Varierteit.
Deze prijs wordt toegekend aan 1 van de katten van hetzelfde ras en dezelfde vachtkleur, mits er minimaal 3 exemplaren aanwezig zijn.

NOM.: genomineerd voor de Best in Show verkiezing.
Als een Keurmeester alle hem toegewezen katten gekeurd heeft, begint hij aan het samenstellen van zijn lijst met de genomineerden voor Best in Show.
Uit de door hem gekeurde katten draagt hij/zij per vachtklasse – ongeacht het ras – zijn beste exemplaren in de volgende categorien voor:
Kittenklasse, Jeugklasse, Katers, Poezen, Kastraat Katers en Kastraat Poezen.
Deze katten krijgen in ieder geval al de vermelding NOM op het keurrapport.

BIS.: Best in Show.
Alle katten per vachtklasse die door de Keurmeesters voorgedragen zijn voor Best in Show worden terug opgehaald en aan de verschillende Keurmeesters gepresenteerd.
Uit alle voordrachten kiezen de Keurmeesters dan 1 exemplaar welke Best in Show wordt.
De kat die Best in Show geworden is krijgt de vermeling BIS op het keurrapport.

Bij sommige shows wordt ook onderstaande nog gekozen:

BOB.: Best of Best.
Als uiteindelijk in een vachtklasse alle Best in Shows verkozen zijn worden deze opnieuw aan de Keurmeesters gepresenteerd.
Hieruit wordt 1 beste exemplaar gekozen welke Best of Best wordt.

BOA.: Best over All.
Eenmaal de Best of Best bekent zijn, kiest 1 van de Keurmeesters (of een team van keurmeesters) uit deze dieren de allerbeste.
Deze kat mag best trots zijn, want hij of zij is verkozen tot de mooiste kat van de gehele tentoonstelling.

Diverse

Katten etiquette

Algemene Regels:

  • Tolereer geen gesloten deuren in huis. Ga, om een deur te openen, op je achterpoten staan en beuk op de deur met de klauwen van je voorpoten. Als eenmaal de deur voor je open is gedaan, hoef je niet per sé naar binnen te gaan. Je kunt van gedachten veranderen… Wanneer je opdracht hebt gegeven tot het openen van een buitendeur, ga dan half binnen en half buiten staan en denk na over allerlei dingen. Dit is met name belangrijk bij erg koud weer of tijdens de muggentijd.
  • Als de ene mens druk bezig is en de ander doet niets, richt je aandacht dan op de bezige mens; als zij een boek lezen, ga dan dicht onder de kin zitten, tenzij je over het boek zelf kunt liggen.
  • Wanneer een dame aan het breien is, krul je dan heel rustig op in haar schoot en doe alsof je doezelt. Geef op een onverwacht moment een flinke, gerichte mep tegen de breipennen. Dit noemt zij ‘een steek laten vallen’. Ze zal proberen om je af te leiden. Negeer dat.
  • Ook andere fijne handwerken, zoals borduren of kantklossen, zijn zeer geschikt als speelgoed, in tegenstelling tot wat mensen daarover zeggen.
  • Als je eigenaar bezig is met het verwerken van zijn rekeningen (maandelijkse activiteit), zijn belastingaangifte of het schrijven van Kerstkaarten (jaarlijkse activiteiten), ga dan op het papier liggen waaraan wordt gewerkt. Zorg ervoor dat je zoveel mogelijk van het papieroppervlak bedekt. Nadat je voor de tweede keer ervan af bent gezet, mep je alle verplaatsbare spullen – pennen, potloden, postzegels – van de tafel, zorvuldig één voor één.
  • Als een mens de krant leest, spring dan precies tegen de achterkant van het papier. Mensen houden ook van springen.
  • Als je eigenaar beladen met pakjes of boodschappen thuis komt, laat je dan voor zijn voeten vallen – dit werkt het beste op stoepjes of trappen, als de persoon op weg is naar beneden, zodat hij valt. Er bestaat een kans dat hij bovenop je gaat staan, maar het leidt gegarandeerd tot een schoteltje melk uit schuldgevoel en meestal is dat het wel waard.
  • Als je een hond toestaat om jouw domein te delen, kun je daar handig gebruik van maken. Mocht je bijvoorbeeld de gordijnen aan flarden hebben getrokken of iets anders hebben vernield waarvoor je strafmaatregelen verwacht, wacht dan tot je eigenaar in de buurt is, geef de hond een mep en ren hard weg. Honden zijn stommelingen en nemen van alles de schuld op zich. Als deze list mislukt, ren dan weg en verstop je. Niemand verwacht serieus een kat te kunnen vangen.
  • Voor het uitwerpen van een haarbal kies je bij voorkeur de eetkamer op dinertijd. Andere mogelijkheden zijn om op een stoel te springen of naar het dichtstbijzijnde Perzisch tapijt te gaan.
  • Jaag op en vlucht voor onzichtbare wezens. De reden doet er niet toe, het wordt gewoon van je verwacht.
  • En nog een laatste advies: loop altijd OP het toetsenbord!

Richtlijnen voor specifieke situaties:

Gasten:

  • Stel zo snel mogelijk vast welke gast niet van katten houdt. Zit op die schoot voor de rest van de avond. De gast zal je er niet af durven zetten en je zelfs ‘lieve poes’ noemen. Als je ervoor kunt zorgen, dat je adem naar blikvoer ruikt, is dat nog beter.
  • Kies bij het zitten op schoten of het strijken langs broeken de kleuren uit die het meest contrasteren met je eigen vachtkleur.
  • Begeleid gasten altijd naar het toilet. Het is niet nodig om iets te doen – zitten en staren is voldoende.
  • Test onmiddellijk alle gasten, die zeggen dat ze van katten houden, door zo arrogant mogelijk te doen of je nagels in hun enkels te drijven.

Spelen:

Dit is een belangrijk onderdeel van je leven. Zorg dat je overdag voldoende slaap krijgt, zodat je uitgerust bent om ’s nachts te spelen, bij voorkeur tussen 02.00 en 04.00 uur. Daarbij is het van groot belang om te allen tijde je Waardigheid te bewaren. Mocht je tijdens het spelen een ongelukje hebben, zoals van een stoel afvallen of ergens tegenop botsen, begin dan onmiddellijk met je te wassen. Het moet eruit zien alsof je het met opzet hebt gedaan.

De populairste kattenspellen:

  • “Muizen Vangen” Mensen willen je doen geloven dat die bobbels onder de dekens hun voeten en handen zijn. Ze liegen. Het zijn eigenlijk BedMuizen – naar verluidt de meest verrukkelijke muizen ter wereld. Er wordt beweerd dat alleen de meest woeste aanval hen lang genoeg van schrik kan verlammen, dat je onder de dekens kunt duiken om ze te pakken te krijgen. Misschien word JIJ wel de eerste die een echte BedMuis proeft!
  • Koning van de Heuvel”. Dit spel moet met minimaal twee katten gespeeld worden, maar hoe meer katten, hoe beter!………….-* Eén van de slapende mensen – of eventueel beide – is Heuvel 303 die tegen elke prijs moet worden verdedigd tegen andere katten. Alles is geoorloofd. Dit spel stimuleert de ontwikkeling van bijzondere tactieken, omdat men rekening dient te houden met het instabiele speelveld.
  • Waarschuwing: bij elk van deze spellen, indien te fanatiek gespeeld, bestaat het risico om van het bed of zelfs uit de slaapkamer te worden verbannen. Indien de mensen tekenen van rusteloosheid beginnen te vertonen, begin dan onmiddellijk te spinnen en knuffel je tegen hen aan. Hiermee win je wat tijd, totdat zij weer in slaap vallen. Degene die bovenop de mens ligt wanneer dit gebeurt, wint het spel en is Koning van de Heuvel.

Speeltjes:

Ieder klein voorwerp kan dienen als Speeltje. Als een mens probeert om het van je af te pakken, is het een Goed Speeltje. Ren ermee onder het bed. Toon je gepast verontwaardigd, als de mens je grijpt en het Speeltje alsnog wegneemt. Kijk goed waar het wordt neergelegd, zodat je het later kunt stelen.

Twee onuitputtelijke bronnen van Speeltjes zijn prullenmanden en de laden in de kledingkast.

Er zijn verschillende soorten speelgoed:

  • Glimmende voorwerpen zoals sleutels, sieraden en munten moeten goed worden verstopt, zodat de andere kat(ten) of de mensen er niet mee kunnen spelen. Ze zijn vooral bruikbaar voor het spelen van hockey op gladde vloeren.
  • Lange buigzame objecten, zoals schoenveters, koordjes, gouden kettingen en flossdraad, vormen ook uitstekende Speeltjes. Mensen vinden het leuk om ze over de vloer te slepen, zodat wij erop kunnen jagen. Als een koordje ergens onderdoor wordt getrokken, bijvoorbeeld een krant of een kussen, dan verandert het op magische wijze in een Papier- of KussenMuis en die moeten ten koste van alles worden uitgeschakeld.
  • Papieren zakken: in papieren zakken wonen de ZakMuizen. Ze zijn klein en goed gecamoufleerd, omdat ze dezelfde kleur hebben als de zak, dus krijg je ze zelden te zien. Ze zijn echter goed hoorbaar door de krakende geluiden die ze maken bij het scharrelen in de zak. Alles, ook het aan flarden scheuren van de zak, moet in het werk worden gesteld om ze te overmeesteren.

Voedsel:

Om voldoende energie op te bouwen om te kunnen slapen, spelen en deze richtlijnen na te leven moet een kat eten. Eten is prettig, maar het regelen dat je voedsel krijgt is zeker zo leuk. Katten kunnen op twee manieren aan voedsel komen: de mens overtuigen dat je bijna doodgaat van de honger en NU eten moet krijgen, of er zelf naar op jacht gaan.

Hier volgen enkele adviezen om aan eten te komen.

  • Zorg ervoor dat je, als de mensen eten, de punt van je staart in hun bord hangt, wanneer ze even niet kijken.
  • Eet nooit uit je eigen etensbak, als je het van de tafel kunt stelen.
  • Drink nooit uit je eigen waterbak, als het glas van de mens vol genoeg is om uit te likken.

Etensresten op tafel zijn delicatessen die de mensen helaas niet altijd zomaar willen afstaan. Het is beneden de Waardigheid van de kat om openlijk om voedsel te bedelen, zoals de primitievere levensvormen – vooral honden – doen, maar er bestaan diverse technieken om je ervan te verzekeren dat de mensen niet vergeten dat je bestaat.

Deze variëren van (maar zijn niet beperkt tot):

  • op de schoot springen bij de ‘weekste’ mens en luid te gaan spinnen;
  • het languit liggen op de route tussen de eetkamer en de keuken;
  • het directe staren;
  • en tenslotte het onder de tafel aanschurken tegen de benen van de mensen die aan het eten zijn, waarbij je smekende miauwgeluiden maakt.

Slapen:

Zoals hierboven al vermeld moet een kat heel veel slapen om voldoende energie op te doen om te kunnen spelen. Over het algemeen is het niet zo moeilijk om een comfortabele plaats te vinden waar je je kunt neervleien. Iedere plek waar mensen graag zitten is goed, vooral als die contrasteert met je eigen vachtkleur.

Plekjes in het zonnetje of dichtbij de verwarming verdienen de voorkeur. Natuurlijk zijn er ook goede slaapplaatsen buitenshuis, maar die hebben het nadeel seizoensgebonden te zijn en dus onderhevig aan weersinvloeden zoals regen. Een open raam vormt een aanvaardbaar compromis.

Krabplaatsen:

Je wordt dringend geadviseerd om de krabplaatsen te gebruiken die de mensen je bieden. Zij zijn zeer beschermend ten aanzien van alles wat zij als hun eigendom beschouwen en zullen krachtig protesteren, als ze zien dat jij daar je nagels aan scherpt. Het is geen goede oplossing om het toch stiekem te doen, als ze niet in de buurt zijn, omdat ze hierop erg attent zijn. Wanneer je een buitenkat bent, kun je heel goed een boom gebruiken. Je nagels scherpen aan een mens is absoluut geen optie!

Mensen:

Mensen hebben vier essentiële functies: ons voeden, ons aandacht geven, met ons spelen en onze kattenbak verschonen. Het is van het allergrootste belang om je Waardigheid te bewaren in de aanwezigheid van mensen, zodat zij niet vergeten wie de baas is in huis.

Mensen moeten een aantal basisregels kennen. Die kunnen hen worden geleerd, als je er vroeg mee begint en consequent blijft.

Als je daarin slaagt, heb je een geolied huishouden en een goed verzorgd leven.

Hoe katten voor hun mensen moeten zorgen…

Badkamers
Vergezel de gasten altijd naar de badkamer. Het is niet nodig om iets speciaals te doen. Gewoon zitten en staren.

Deuren
Accepteer niet dat er deuren gesloten zijn, in geen enkele kamer. Ga om een deur open te krijgen op je achterpoten staan en bons erop met je voorpoten. Als de deur eenmaal open is, hoef je er niet per se door te gaan. Als je een buitendeur op deze wijze open hebt gekregen, blijf dan op de drempel staan denken aan duizend dingen. Dit is vooral belangrijk als het erg koud weer is, het regent of sneeuwt of wanneer het muggenseizoen is.

Stoelen en kleden
Als je moet overgeven, zoek dan snel een stoel op. Als het je niet op tijd lukt, is een oosters tapijt ook goed. Als er geen oosters tapijt is, is hoogpolig ook goed. Als je braakt, zorg dan dat je achterwaarts loopt, zodat het zo lang wordt als een blote mensenvoet.

Hulp bieden
Als een van je mensen ergens mee bezig is en de ander doet niets, blijf dan bij degene die het druk heeft. Dit heet “helpen”. De volgende regels zijn daarop van toepassing:

  • Als je toezicht hebt bij het koken, ga dan vlak achter de linker hiel van de kok zitten. Je bent dan zo goed als onzichtbaar en loopt de meeste kans dat ze op je stappen waarna je wordt opgepakt en getroost.
  • Ga bij degenen die een boek lezen vlak onder de kin liggen, tussen de ogen en het boek, tenzij je dwars over het boek zelf kunt gaan liggen.
  • Ga zodanig op papierwerk liggen dat je zoveel mogelijk van het werk bedekt. Doe alsof je slaapt, maar rek je af en toe uit en sla dan naar potlood of pen.
  • Als een mens de krant voor zich houdt, spring dan van achteren op de krant. Mensen vinden het enig om op die manier verrast te worden.
  • Als een mens achter de computer zit te werken, spring dan op het bureau, loop over het toetsenbord, sla naar het muispijltje op het scherm, ga dan op de schoot van je mens liggen en help met het typewerk.
  • Ga treevullend op de trap liggen, wanneer je personeel , met de handen vol erlangs moet. Blijf stil liggen en laat je niet horen. Lopen Duik snel en zo vaak en dicht als mogelijk is voor je mensen op, in het bijzonder op stoelen, wanneer ze iets in hun armen hebben, in het donker en als ze ‘s morgens opstaan. Dit zal ze helpen bij hun coördinatievaardigheden. Bedtijd Ga ‘s nachts altijd op je mens liggen slapen, zodat deze zich niet kan bewegen.

Kattenbak
Als je een kattenbak gebruikt, zorg er dan voor dat je zoveel mogelijk grit schept als mogelijk is. Mensen houden er erg van om de steentjes tussen hun tenen te voelen. Verstoppen Verstop je af en toe op een plaats waar de mensen je niet kunnen vinden. Kom onder geen voorwaarde te voorschijn in de volgende drie tot vier uur. Dit maakt dat de mensen in paniek raken (waar ze dol op zijn) omdat ze denken dat je bent weggelopen of weggeraakt. Als je tevoorschijn komt zullen ze je met liefde en kussen overdekken en je krijgt waarschijnlijk een traktatie.

Tenslotte
Zorg bij iedere mogelijke gelegenheid dat je dicht bij je mens komt, speciaal zijn gezicht en presenteer hem dan je achterkant. Mensen zijn er dol op, dus doe het vaak. En vergeet de gasten niet.

Linkenpagina

We zijn lid van de volgende verenigingen:

 

 

Dierenverzekeringen:

 

Krabpalen:

 

Bevriende Cattery`s:

 

Overige links:

Onze social media pagina's

Instagram